zondag 17 juni 2012

Eerste indruk: Ora & Labora

Ik heb zojuist voor het eerst Ora & Labora gespeeld, het vierde grote spel van Uwe Rosenberg. In dit spel kruip je in de pij van een monnik in de middeleeuwen. De orde waar je je bij hebt aangesloten is nog klein, maar het land is vruchtbaar. Als de orde goed bestuurd wordt, dan kan niet alleen de orde tot bloei komen, maar zal dit burgers aantrekken die graag in de directe omgeving van het klooster willen wonen. Het is erg jammer voor Uwe dat er al een spellenserie is rondom de boeken van Ken Follet (De Kathedraal gebaseerd op Pilaren van de Aarde en Brug naar de Hemel gebaseerd op het gelijknamige boek), want anders had dit spel er naadloos op aangesloten.

Iedere speler begint met een eigen stuk land voor zich. Op het land is al een klein klooster gebouwd en liggen een leemheuvel en boerderij. Verder zijn er vlaktes, bossen en veengebieden. Ora & Labora is, net als Agricola en Le Havre, een werkverschaffingsspel. In je beurt voer je acties uit en hierdoor komt je land tot bloei. Je kan bijvoorbeeld het veen ontginnen en dan krijg je turf of werken op de boerderij voor graan en schapen. Met de grondstoffen die je zo krijgt kan je vervolgens gebouwen bouwen. Elk gebouw geeft recht op een extra actie, die in latere beurten gebruikt kan worden (bijvoorbeeld van graan en hop bier brouwen). Als het klooster rijker wordt, is het bovendien mogelijk om extra land te kopen. Vier keer per spel, krijg je de kans om een dorp te bouwen.

Het centrale element van het spel is een soort Rad van Fortuin. Iedere beurt schuif je het rad een stapje door. Op de binnenring staan getallen die aangeven hoe vaak je (als je de bijbehorende actie kiest) een bepaalde grondstof krijgt. Door het rad te verschuiven, stijgt het aantal goederen dat je krijgt. Op het moment dat je een bepaald goed kiest, leg je dat goed weer direct achter de pijl op nul (en moet je dus weer even wachten tot het de moeite waard is om dat goed te kiezen). Ik vind dit Rad een hele slimme manier om grondstoffen in het spel te brengen. Met één beweging wordt alles opgewaardeerd. Dit is veel handiger dan het eindeloze navullen van vakjes in Agricola.

De complexiteit van Ora & Labora zit vooral in de enorme hoeveelheden mogelijkheden. Je kan in een beurt zo veel verschillende dingen doen, dat het lastig is om te bedenken wat je wilt doen. Je krijgt aan het eind van het spel voor van alles en nog wat punten (bepaalde goederen, je gebouwen, de dorpen), maar het is mij nog niet duidelijk wat nou goede manieren zijn om veel punten te scoren. Deze enorme overvloed aan mogelijkheden kan mensen die gevoelig zijn voor Analysis Paralysis helemaal lamleggen en daarmee het spel tot stilstand brengen. De speelduur die op de doos staat aangegeven (2 tot 3 uur) is dan ook niet overdreven. Mijn eerste potje duurde zelfs nog iets langer.

Je mag niet alleen gebruik maken van de gebouwen die je zelf hebt gekocht, maar ook van de gebouwen van de andere spelers (je moet dan wel betalen). Het lastige hieraan is wel dat je dan op zijn kop moet lezen wat de andere gebouwen ook al weer mochten. Je kan het ook opzoeken in de spelerssamenvatting die iedere speler heeft, maar die vind ik niet heel handig omdat de symbolen zijn vervangen door tekst waardoor je minder makkelijk kan scannen (waar kan ik ook al weer mijn schapen omzetten in kebabjes). Als je het spel vaker doet, gaat dit vast makkelijker omdat je de gebouwen al kent.

Ondanks de forse speelduur vond ik het wel een leuk spel. Ik vond het leuk om mijn landschapje vol te bouwen en een uitdaging om de middelen voor interessante gebouwen bij elkaar te krijgen. Ik verwacht dat dit spel leuker gaat worden als je het vaker speelt omdat het sneller zal gaan met ervaren spelers en je beter kan inschatten wat de beste acties zijn in een bepaalde situatie.

Ik kan me voorstellen dat veel mensen gaan vinden dat het thema er aan de haren bijgesleept is. Ik ben het hier niet mee eens. Maar misschien komt dat wel doordat ik de boeken van Ken Follet heb gelezen waar de band tussen klooster en omliggend gebied centraal in staat.

Mijn eerste indruk is dus positief. Ik vind het leuker dan Le Havre, maar minder leuk dan Agricola (vooral omdat het wel heel lang duurt en thematisch minder sterk is). Ik denk dat alleen hard-core gamers dit spel leuk zullen vinden, maar dat het voor gelegenheidsspelers een beetje te veel van het goede is (net als Le Havre). En ik kan iedereen warm aanbevelen om de boeken van Ken Follet te lezen om in de juiste sfeer te komen.

dinsdag 12 juni 2012

Nederlandse Spellenprijs voor Lancaster

Gisteren is de winnaar bekend geworden van de Nederlandse Spellenprijs 2012: Lancaster van Queen Games.


De prijs is dit jaar voor het eerst door een jury toegekend (waar ik lid van ben) en niet, zoals voorgaande jaren, door het Nederlandse publiek van spellenliefhebbers. Afgaand op de winnaar zou je dat niet zeggen, want Lancaster is een spel voor liefhebbers dat prima past in het rijtje van voorgaande winnaars, zoals Puerto Rico, Hoogspanning en Agricola.

Dat betekent niet dat Lancaster een erg zwaar spel is: iedereen die graag eens een spelletje speelt moet met dit spel uit de voeten kunnen. Behalve voor liefhebbers is Lancaster uitermate geschikt voor gelegenheidsspelers en families met oudere kinderen die op zoek zijn naar een spel met net iets meer pit dan bekende klassiekers als Kolonisten van Catan, Carcassonne en Ticket to Ride.

Lancaster is een toegankelijk liefhebbersspel met een lage geluksfactor en een grote mate van interactie. De spelers gaan met hun ridders de strijd aan om verschillende locaties in Engeland. Hebben ze die eenmaal verkregen dan kunnen ze daarmee hun mogelijkheden in het spel vergroten of aan hun puntentotaal werken. Omdat het spel maar vijf rondes duurt is de afweging tussen opbouw en punten zelden een eenvoudige. Voeg daarbij toe dat je ridders ook in kunt zetten in de oorlog met Frankrijk of de directe uitbouw van je positie en je begrijpt dat dit spel bol staat van de dilemma's.

Wie dus op zoek is naar een soepel spel met pit, maar zonder allerlei kleine regeltjes of oeverloos gepeins, is bij Lancaster aan het goede adres.

Mijn felicitaties aan Queen Games en auteur Matthias Cramer; ik hoop dat dit spel zijn weg naar veel Nederlandse speeltafels weet te vinden.

donderdag 7 juni 2012

Gespeeld in mei


Mei was met 91 potjes verdeeld over 43 verschillende spellen een productieve maand. Daar zaten acht voor mij nieuwe spellen bij. De meeste daarvan waren prima tot leuk, zonder echte uitschieters. Om er toch een als leukste aan te wijzen kom ik uit bij Dungeons & Dragons: The Legend of Drizzt.

Een jaar geleden speelde ik Castle Ravenloft voor het eerst, de eerste versie van de D&D coöperatieve spellen. The Legend of Drizzt is de derde in de reeks en volgens velen de beste. Ze zullen wel gelijk hebben, ik zag weinig echte verschillen met Ravenloft. De verschillen zitten natuurlijk in de andere scenario’s, monster en helden, maar dat is slechts chroom. Wezenlijke verschillen zijn er niet. Als je de een leuk vindt, dan de ander ook. Het omgekeerde is ook waar. Omdat ik dus eerder al een hele vergelijkbare speelervaring heb gehad zou ik graag een ander spel aanwijzen als leukste nieuwe van de maand, maar van alle nieuwe spellen heb ik hiermee nu eenmaal het meeste plezier aan beleefd.

Andere nieuwe spellen, van leuk naar minder leuk:

Eminent Domain: Stop Glory to Rome, Race for the Galaxy en Dominion in een blender en wat eruit komt is Eminent Domain. Nu behoren die eerste drie tot mijn favoriete (kaart)spellen, dus aan Eminent Domain beleef ik automatisch wel plezier. Aan de andere kant waren de gelijkenissen ook weer zo groot dat ik me afvraag of dit een spel is dat ik vaak zou willen spelen, laat staan zou willen hebben. Vaker spelen moet dat uitwijzen, maar voorlopig houd ik mijn portemonnee dicht.

Indigo: Knizia grossiert de laatste tijd in wat eenvoudiger familiespellen. Sommige daarvan stellen niet zoveel voor, andere zijn soms nog best aardig. Indigo valt in die laatste categorie. Je zou dit kunnen zien als Knizia’s versie van Metro of Tsuro, maar dan (uiteraard) leuker dan die twee. De spaghettibrij van verbindingen op het bord wordt snel onoverzichtelijk, maar toch kun je zeker enige sturing aanbrengen in waar de stenen naar toe gaan. Met meer spelers wat chaotischer, maar dat wordt dan weer gecompenseerd doordat je ook met andermans score kunt meeliften. Als familiespel is dit nog best geslaagd.

Beowulf: The Movie Board Game: Dit is helaas het soort spel waarbij ik in mijn omgeving de handen niet voor op elkaar krijg. Of de vormgeving staat te erg tegen (en die is ook vrij uitgesproken), of er wordt geklaagd over het loze thema of vermeend oppervlakkig spelniveau. Dat laatste valt denk ik nog reuze mee in deze variant van het oudje Auf Heller und Pfennig. Zou het best nog een paar keer willen doen, maar wie krijg ik zo gek?

Quarriors: Dominion met dobbelstenen. Eugene beschreef eerder zijn ervaringen en dat gaf mijn gevoel bij dit spel ook heel aardig weer: alle dobbelstenen die je koopt ga je een keer gooien, maar je weet nooit of ze dat leveren waar je op hoopt. Best aardig, maar ik zie geen enkele reden om dit te spelen en niet gewoon Dominion.

Casa Grande: Hiervan speelde ik op Spiel al een paar proefrondjes, nu de eerste volledige partij. Een bouwspel in de stijl van Torres, maar dan een stuk simpeler. Je moet hier vooral tactisch je torens plaatsen. Door de toevalsfactor en de acties van andere spelers is ver vooruit plannen er niet echt bij, maar dit spel biedt het aangenaam soort gepuzzel dat ik nog wel kan waarderen. Dit zou met twee spelers wel eens het leukst kunnen zijn.

Go West: Een spel in de kleine-dozenreeks van de vaak bekritiseerde uitgever Phalanx. Go West kreeg vaak slechte kritieken, ik vond het nog wel meevallen. Ook hier geldt weer dat de mogelijke chaos van extra spelers het spel wel erg onplanbaar maakt, maar mijn potje was met twee, dus daar hadden we niet zo’n last van. Wel had ik het idee dat een eenmaal opgelopen achterstand lastig is in te halen, omdat punten scoren steeds duurder wordt. Al met al was het geen bijzonder spel, maar ook niet heel slecht.

Flotte Flitzer: Een obscuur racespelletje van Knizia bij Hasbro. Vooral bedoeld voor kinderen. Deed een beetje aan Top Race denken, waarbij je gekleurde racewagens met kaarten laat rijden. Veel drukte, chaos en geluk met kaarten trekken. Ik ken te veel leukere simpele racespellen om dit nog eens te willen doen.

Ook van mijn Project Kastdochters (daarover een andere keer meer) kwamen er weer twee spellen op tafel. Dat is eigenlijk te weinig, want met tientallen te gaan schiet twee in een maand niet op. Desondanks was het goed om deze weer eens te spelen:

Sternenfahrer von Catan (2003 voor het laatst): een van de langste Catanvarianten en zonder twijfel die met de grootste doos. Het eerste dat opvalt is dat het plastic de tijd niet goed doorstaan heeft: als je motoren wilt bevestigen breken de 'grijpertjes' van het ruimteschip af en ook de punt met daarop je gelkeurde schijf blijkt niet heel solide. Voorzichtig behandelen dus, maar best zonde. Speltechnisch was het een tikje gedateerd, maar toch heel onderhoudend om te doen. De volgende keer maar wat minder op piraten insteken en agressiever de ruimte in.

Schotten-Totten (2006): het kleine broertje van Lost Cities is hier in huis altijd wat minder populair geweest. Jammer, want ik vind het nog steeds een leuk spelletje. Zo uitgelegd, snel gespeeld, en direct klaar voor een revanchepotje. Oh, en nog best veel om over na te denken in zo'n klein spelletje. Het betere risicomanagement.

vrijdag 1 juni 2012

Treinensessie


Nu de top-100 alweer een tijdje vaststaat, wordt het tijd om wat openheid van zaken te geven. Ik noemde de hoge nieuwe positie van 1830 verrassend, maar eigenlijk was ik maar half verrast. Een substantieel deel van de stemmen was namelijk afkomstig van de andere spelers in mijn vaste speelgroepje, die zich het afgelopen jaar hebben ontpopt als 18xx-junkies. Steeds vaker staan er sessies op de agenda die exclusief zijn gewijd aan 18xx. Dat is gezien de speelduur natuurlijk niet vreemd, maar die speelduur zorgt er ook voor dat ik doorgaans afhaak. Bij 1830 sta ik nog steeds maar op 1 potje, tegen meer dan 10 voor de rest. Het heeft waarschijnlijk niet eens meer zin om aan te haken; ik zou gruwelijk aan kleine stukken gesneden worden.

Maar toen iemand voor de zoveelste keer voorstelde ‘een serieus treinenspel’ te gaan doen opperde ik Baltimore & Ohio. Met 4 uur nog steeds niet kort, maar in ieder geval met gemak op een avond te spelen. Bovendien hebben we daar allemaal evenveel ervaring en is het een stuk vriendelijker dan 18xx; ik heb het zelfs wel eens gewonnen.

Vorige week stond B&O dus weer eens op het programma, na ruim een jaar in de kast te hebben gelegen. We moesten er allemaal weer even inkomen (en de anderen moesten hun 18xx-instincten wat overboord zetten), maar al snel was alles vertrouwd. Het is natuurlijk een vrij eenvoudig spel.

Zoals altijd duurde de eerste marktronde weer het langst. Toch had ik het idee dat er nu wat minder gekocht en direct gedumpt werd, al deed Anton een beetje zijn best. De PRR en de B&O werden natuurlijk als eerste opgestart. Omdat ik geen zin had om me direct al te committeren besloot ik van die maatschappijen ook een paar aandeeltjes te kopen en niet zelf een nieuwe maatschappij op te starten. Eerst maar eens zien wat er ging gebeuren. Jasper kocht zich ook in bij B&O en PRR maar startte ook NYC op. Al snel werd duidelijk dat PRR en B&O niet zo veilig waren als ze leken en besloot ik C&O te beginnen op een hoge koers. Ik vreesde nu minder manipulatie met aandelen (daarvoor hadden de anderen al teveel gekocht en weer verkocht) en zag een goede kans om als eerste kolenfiches te kunnen pakken.

Uiteindelijk gingen we de eerste business ronde in met vijf maatschappijen, waarin ik met C&O snel richting Appalachen vertrok. Helaas diende het tweede techlevel zich sneller aan dan ik gedacht had en toen bleek direct de zwakke plek van C&O: de beginstad en de steden eromheen zijn niet zo winstgevend, waardoor de opbrengst afnam. Ik moest nog uitkijken dat de maatschappij niet onrendabel werd, want dat had me nog een aandeel gekost ook. Noodgedwongen zette ik met C&O dus koers naar het noorden, waar de grotere steden lagen. Dat ene kolenfiche moest maar genoeg zijn.

Het werd tijd voor plan B, dus ik dumpte mijn aandelen C&O (op een na, want iedereen had gezien hoe moeilijk C&O het had en daarom er geen aandelen van gekocht) ten faveure van PRR. Die zette koers naar het oosten en werd steeds winstgevender. Bovendien had Jasper daar ook al een groot aandeel in en ik wilde niet achterop raken. Dat gold namelijk ook al voor B&O, waar Eugene de touwtjes strak in handen had en ook nog eens op zijn gemak drie kolenfiches op zou kunnen pikken.

C&O modderde dus wat voort en ik was blij met de dividenduitkeringen van de andere maatschappijen, zodat ik toch nog wat liquiditeit had.

Toen techlevel 3 in aankomst was zag ik ineens weer grote mogelijkheden voor C&O. Met deze maatschappij had ik inmiddels Philadelphia en New York weten te bereiken, twee mooie steden. Doordat C&O zelf nog de helft van de aandelen had, leverde iedere uitkering de maatschappij ook wat geld op. Ik kon toen een 3-trein kopen om de dividenden wat op te krikken, zonder dat die spectaculair waren. De anderen zagen er nog steeds geen brood in, maar vochten meer om NYC en B&O. Ook NYNH&H had zich door Antons inspanningen mooi ontwikkeld.

Maar Anton zou Anton niet zijn als hij zijn geliefde maatschappij niet harteloos zou dumpen. In techlevel 3 komen er namelijk vier nieuwe maatschappijen vrij en hij was er als de kippen bij om de Erie en de Wabash op te richten. Daarvoor moet hij natuurlijk wel NYNH&H liquideren. Eugene startte Nickel Plate op, doorgaans de meest veelbelovende maatschappij van de vier nieuwe. Jasper en ik bleven nog even bij onze eigen maatschappijen.

Dat bleek een verstandige zet. De nieuwe maatschappijen maakten hun beloften niet volledig waar. Vooral Wabash stelde door mismanagement ernstig teleur en Eugene was zijn B&O kwijtgeraakt om Nickel Plate te kunnen beginnen. Geen rare keuze, want B&O bleef maar met een 2-trein zitten en groeide nauwelijks.

Zo kwam ik ineens te zitten met een meerderheidsbelang in B&O. Dit was het moment om toe te slaan, want voor C&O was het moment gekomen zich te bewijzen. Ik kocht de resterende aandelen en door nog een keer dividend in te houden kon ik er een 5-trein bijkopen. Hierdoor schoot C&O ineens naar inkomsten van rond de $500, twee keer zo veel als de beste van de andere maatschappijen. De geschokte reacties van de anderen waren erg bevredigend. Mijn liefdevolle zorg had er toch voor gezorgd dat C&O, vaak een van de kneusjes van de eerste zes maatschappijen, het respect kreeg dat het verdiende.

Ik begon nu de overwinning te ruiken, maar maakte me nog wel zorgen om Jasper, die met PRR en NYC ook twee erg succesvolle maatschappijen had. De gevoelens waren wederzijds, want Jasper begon nu zijn belang in IC flink op te voeren om daarmee een 6-trein te kunnen kopen en zo het spel te beëindigen. Anton startte om dezelfde reden B&M nog op, maar dumpte hem net zo makkelijk weer toen bleek dat Jasper het vuile werk al op zou knappen.

In de laatste marktronde manipuleerde ik nog wat met de overgebleven aandelen van de maatschappijen van de anderen (vooral Jasper) om ze op die manier nog wat koersverlies te bezorgen en mijn kans op de overwinning wat te vergroten. Dat bleek uiteindelijk niet nodig, want mijn cashvoorraad was genoeg om Jasper ruim voor te blijven.

Het was weer een bijzonder leuke partij geweest. Ik merk steeds meer aan mezelf dat de punten waarop B&O van 18xx verschilt juist de punten zijn die ik er leuk aan vind. Geen leegzuigen en dumpen van maatschappijen, heen en weer schuiven van treinen of gedoe met spoortegels die ineens op zijn. In B&O gaat het vooral om het opbouwen van maatschappijen en het halen van het beste rendement. Niet voor niets vinden spelers die juist de agressie van 18xx waarderen B&O maar een slap spelletje. Die relatieve vriendelijkheid maakt juist dat dit spel beter bij mijn voorkeuren past. Ik zie al uit naar de volgende keer, al zal er dan vast meer interesse zijn voor C&O…