maandag 16 april 2012

De Grote Dalmutti in de Gouden Eeuw

Gisteren ben ik naar het Frans Hals Museum in Haarlem geweest voor de tentoonstelling De Gouden eeuw viert feest. Ik vond het een mooi museum en een erg leuke tentoonstelling. We hadden de audiotour genomen en dan “zie” je door de uitleg toch meer dan zonder.

Er hingen op de tentoonstelling ook een paar schilderijen over het vieren van Drie Koningen. Dit feest werd in de Gouden Eeuw op 6 januari gevierd op een manier die me erg aan De Grote Dalmutti deed denken.

Op Driekoningen kropen de mensen in de huid van een koning en zijn hofhouding. Van te voren kocht je een vel papier met daarop de verschillende rollen (koning, nar, zanger, etc.). Dit papier werd in stukjes geknipt en daarna kon iedereen een lootje trekken en wist je in welke huid je die dag ging kruipen. De koning kreeg nog een mooie papieren kroon op ook. De mensen spelden de briefjes met de rol die ze speelden op hun kleding (zou iemand iets op de mouw spelden daar vandaan komen?). De koning mocht het vervolgens op een drinken zetten en de hofhouding moest doen wat de koning wilde.

Naast schilderijen waarop te zien is hoe mensen dit feest vierden, was in het museum ook nog een briefje voor de lootjes en een vel met een papieren kroon te zien. Ik vond het heel bijzonder om dat te kunnen zien.

Dit doet me dus erg aan De Grote Dalmuti en andere rollenspellen denken. Al is het grote verschil wel dat je op Drie Koningen de hele dag de koning mocht zijn, terwijl je bij De Grote Dalmutti die plaats ook weer kwijt kan raken. Ik vind het ook leuk om te zien dat spelen van alle tijden is. Nu kruipen we achter de pc in de (digitale) huid van iemand anders of doen we dat tijdens een rollenspel, maar dat is dus niets nieuws, het gebeurt al eeuwen! Het Drie Koningen feest lijkt me ook echt wel een leuk feest om te vieren dus wie weet dat ik op 6 januari eens een poging ga wagen.

De tentoonstelling is nog een paar weken te zien, ik kan het je van harte aanbevelen om nog snel een kijkje te gaan nemen.

vrijdag 13 april 2012

Gespeeld in maart

Na februari was ook maart weer een beetje een slappe maand. Slechts 53 gespeelde potjes, waarvan Dominion het vaakst op tafel kwam. De leukste nieuwe spelervaring gaf een uitbreiding het meeste plezier, maar dat telt bij mij niet. De drie nieuwe spellen waren geen van alle echt mijn type. Uiteindelijk heb ik nog de meeste lol gehad met Bamboleo.

Bamboleo is zo'n typisch apart behendigheidsspel van Zoch, een uitgever die daarin grossiert. In Bamboleo zet je een ronde houten plank op een bolvormige kurk, die weer op een staaf rust. Op de plank leg je speelstukken in allerlei vormen en groottes. Het doel is om die speelstukken er één voor één af te pakken zonder dat het geheel in elkaar dondert. Zelfs als de plank nog vol is ziet het er gevaarlijk instabiel uit, dus dat is geen koud kunstje. Als de boel valt wint de speler die de meeste stukken heeft verzameld. Speel je volgens de regels voor gevorderden, dan moet je de stukken niet tellen maar egen. Dit spel krijgt dus een pluspunt voor het feit dat je er een keukenweegschaal bij gebruikt (helaas niet meegeleverd). Het krijgt dan weer een punt aftrek voor de onvermijdelijke associatie die het spel altijd oproept met die #$@~!!-Gypsy Kings.

De twee andere nieuwe spellen waren:

Chocolatl: een kleurrijk vormgegeven biedspel, met naar mijn smaak iets teveel blind bieden. In spellen als Morgenland heb ik daar niet zoveel problemen mee, omdat iedereen om beurten één bod uitbrengt, waardoor je nog op elkaar kunt reageren. Hier leg je doorgaans alle kaarten in één keer neer en moet je maar hopen dat het goed gaat. Tegen Chocolatl heb ik daarmee hetzelfde bezwaar als tegen Strasbourg. Verder is Chocolatl een vrij luchtig spel, met een duidelijke keuze tussen opportunistisch snel punten pakken of je biedkracht vergroten om later grote klappen te maken. Ik ben meer van de eerste speelstijl, die me in mijn potje geen windeieren opleverde.

Upon a Salty Ocean: tja, wat zal ik zeggen. Dit is typisch zo'n spel voor mensen die spellen van Martin Wallace te gestroomlijnd vinden of dat er in Hoogspanning wel wat meer gerekend kan worden. Het zal sommige lezers misschien niet ontgaan zijn dat ik niet zo'n speler ben. In UaSO gaat het om vis vangen en die vervolgens op de markt verkopen. Dat is een bijzonder omslachtig proces van zout kopen, inladen, twee keer varen en dan nog eens naar markt. Daar zitten allemaal transactiekosten aan vast, die nog eens gierend op kunnen lopen door spelers die hetzelfde van plan zijn. Kortom, allemaal gereken voor soms een bescheiden marge. Oh ja, en er zitten allemaal gebouwtjes in die leuke dingen doen, maar hun prijs nauwelijks waard zijn. En dat mag allemaal 3 uur kosten. Na twee potjes heb ik dit wel gezien.

Verder nog een nieuwe uitbreiding:

Ticket tot Ride: India: of eigenlijk 'Map Collection 2'. Zwitserland ken ik al langer, India speelde ik nu voor het eerst. Om het kort samen te vatten: India is een smerige rotkaart. In vergelijking hiermee is Nordic Countries er een voor doetjes. Met twee spelers zit je elkaar al idioot in de weg, met drie zal dat nog een factor erger worden. Pas met vier kun je de dubbele routes gebruiken. Voor vijf is deze kaart niet geschikt; zoveel mededogen had de auteur dus nog wel. En alsof het halen van de tickets al niet moeilijk genoeg is, kun je nog bonuspunten krijgen door tickets op verschillende manieren te voltooien! Wat zegt het over mij dat ik het een leuke kaart vond? Helaas was de wederhelft minder te spreken.

Ook in maart heb ik weer gewerkt aan mijn voornemen lang niet gespeelde spellen op tafel te krijgen. Dat waren er drie:

Zeus en Hera (2005 voor het laatst): deze Strategovariant met kaarten beviel weer erg goed. Ik heb er alweer vier potjes opzitten, die in speelduur varieerden van 5 tot ruim 30 minuten. Dat snelle potje was doordat ik mijn medespeler (die het nog niet kende) overrompelde door in no-time al zijn kaarten aan te vallen en te verslaan. Dat is me daarna niet meer gelukt. Natuurlijk zit er wat geluk in het spel (vooral met het moment waarop je je doelkaart trekt), maar de spanning en de verschillende tactieken maken veel goed.

Colossal Arena (2005): ik bewaarde goede herinneringen aan dit wedspel van Knizia en met reden. Het is nog steeds een vlijmscherp kaartspel, waar bluf, timing en opportunisme hand in hand gaan. Iets voor mij dus. Als wedspel vind ik Royal Turf nog net wat leuker (en overzichtelijker), maar dit mag er nog steeds zijn. Kan wat mij betreft vaker op tafel komen.

Elfenkoning (2005): dit spel bleek de tand des tijds wat minder goed doorstaan te hebben. Met meer spelers is het te lang, maar met minder is het eigenlijk vrij tam. In mijn herinnering was het met twee een leuk spel, maar nu vond ik het plannen en reizen een beetje een sof. Je kunt eigenlijk maar een beperkt aantal kaarten trekken en als je reiskaarten niet overeenkomen met je locatiekaarten ben je helemaal snel klaar. Het was nog best aardig, maar dat is niet genoeg voor een plaatsje in de verzameling. Die mag dus wel weg.

woensdag 11 april 2012

Zuiderspel 2012

Op tweede paasdag ben ik samen met Peter Hein naar Zuiderspel geweest. We gingen er met de trein naar toe. Dat was nog best een hele reis, ik deed er 2 uur en 44 minuten over. Dit was ten dele mijn eigen schuld, als ik niet via Delft was gereisd om Peter Hein op te pikken, dan had dat me een half uur gescheeld. Maar dan had ik het hele stuk alleen moeten reizen en dit was gezelliger.

Het regende toen we uitstapten, maar gelukkig was het beursgebouw op kruipafstand van treinstation Beukenlaan. Bij de entree stond een kaart van Nederland met het verzoek om een punaise in je woonplaats te prikken. Het was erg informatief om te zien waar de bezoekers allemaal vandaan kwamen. De meeste kwamen uit de omgeving van Eindhoven, maar er waren ook uit uithoeken van het land, zoals Friesland en Groningen, bezoekers naar de beurs gekomen. Er waren ook flink veel Belgen. Slim bedacht van de organisatie om zo te achterhalen waar je bezoekers vandaan komen en waar je dus actief moet gaan werven om meer bezoekers te trekken.

Binnengekomen liepen we eerst een rondje over de beurs om even te kijken wat het winkelaanbod was. Vooral de tweedehandsstands waren interessant om te bekijken. Voor sommige wat oudere spellen worden toch nog best hoge prijzen gevraagd (of ze het er voor krijgen is natuurlijk een andere vraag).

Aan het eind van het verkenningsrondje kwamen we bij de stand van de Star Trek Fanclub van Nederland terecht. In deze stand werden Star Trek spellen gedemonstreerd door mensen die verkleed waren in Star Trek uniformpjes. Eén van de spellen die klaar stond om gespeeld te worden was het Star Trek Catan spel. Tot mijn grote vreugde stelde Peter Hein voor om het te gaan spelen. Gelukkig schoven twee jongemannen aan en dus waren we compleet. Opvallend genoeg hadden de standhouders het vooral druk met kletsen met elkaar en kwamen ze het spel niet uitleggen. Gelukkig liep net iemand van Roll the Dice langs en die heeft ons het spel snel uitgelegd. Ik heb met plezier gespeeld.

Het was inmiddels best druk geworden en dus moesten we iets harder zoeken om een speelplekje te vinden. We konden aanschuiven bij 7 wonders, maar omdat ik dat kende wilde ik liever iets nieuws doen. Er was een leeg tafeltje met Tournay. Peter Hein kende dit spel al en vond het geen probleem om iets te doen wat hij al kende. We hebben een tweeepersoons-potje gespeeld. Het spel was te complex om “slim” te spelen, maar aan het eind van het potje snapte ik wel hoe het spel in elkaar zit. Ik zou het best nog een keer willen spelen.

Peter Hein vond vervolgens een plekje voor ons bij Takenoko. Ik was hier heel blij mee want ik heb al een paar keer hebberig met Takenoko in mijn handen gestaan maar vond dat ik het eerst moest proberen. We bleken met twee Bordspelmania-leden te spelen. Na een goede uitleg hebben we het spel lekker vlot gespeeld. Ik vond het een prettig familiespel en de prachtige uitvoering trok me over de streep om het spel aan te gaan schaffen.

Peter Hein wilde heel graag King of Tokyo proberen. We vonden uiteindelijk een plekje. Ik heb dit spel wel eens eerder gedaan, maar kon het niet uitleggen en in een drukke, rumoerige hal kan ik me niet genoeg concentreren om spelregels door te lezen. Gelukkig kwam er iemand om ons het spel uit te leggen. Helaas was het alleen iemand die niet goed kon uitleggen waardoor we alsnog zelf de regels in moesten duiken. Uitleggen is toch echt een kunst die helaas niet iedereen verstaat. Met zijn tweeën was het een tamelijk suf spelletje.

Als laatste spel hebben we een paar proefrondes van Village gespeeld. Dit was één van de spellen die op mijn Spiel radar stond, maar omdat de Engelse editie toen nog niet te krijgen was, heb ik hem toen aan mijn neus voorbij laten gaan. En daar ben ik helemaal niet meer rouwig om. Village was een echt “hark links en rechts op opportunistische wijze punten bij elkaar” spel. Als er te veel manieren zijn om punten te verdienen, dan verlies ik het overzicht. Tel hier een raar thema bij op (je speelfiguren gaan dood en worden begraven) en je krijgt geen spel waar ik warm voor loop.

Na Village hebben Peter Hein en ik nog even geshopt (ik Takenoko en Biblios / Peter Hein Big Five en de kinder versie van Time’s Up) en daarna zijn we weer naar huis gegaan. In de trein hebben we op de iPad als afsluiter van de dag nog een potje Ra gedaan.

Ik vond Zuiderspel, net als vorig jaar, een hele geslaagde beurs. Petje af voor de organisatie die er weer in zijn geslaagd om een goede mix te maken van de verschillende typen spellen die je kan proberen aangevuld met een paar goed uitgeruste winkeliers (zowel nieuw als tweedehands). Ook de kinderen die rondliepen, leken zich prima te vermaken. Opvallend is wel dat de grote namen (Ravensburger en 999 games) onzichtbaar zijn op de beurs. Maar misschien draagt dit wel bij aan het succes omdat kleinere uitgevers en spellenclubs daarom meer ruimte hebben om wat onbekendere spellen te demonstreren. Zuiderspel is dus een goed alternatief voor de meubelboulevard op tweede paasdag. Ik vond het zo leuk dat ze van mij ook op tweede kerstdag me de meubelboulevards mogen gaan concurreren!

dinsdag 10 april 2012

Pasen 2012: spellen, spellen en nog eens spellen

Dit paasweekend was met een spellenavond, spellendag en beursdag rustig spelrijk te noemen. Ik heb in tijden niet zo veel spellen gedaan. Het was een leuke mix van oude en nieuwe spellen (wat betreft jaar van uitgave) en spellen die ik al kende en spellen die ik voor het eerst deed.

Ik heb drie abstracte spellen gedaan: Pente, Tamsk en Zèrtz. Van deze spellen was Zèrtz een oude bekende die ik al een tijdje niet meer gespeeld had. Ik vond dit veruit de leukste van deze drie abstracte spellen. Het spel ziet er allereerst het mooiste uit met zijn knikkers. Het begin van het spel loopt altijd een beetje vaag, pas zodra het bord wat gevuld begint te worden, wordt het spel leuk. Pente vond ik ook best grappig, maar wil ik eerst nog een paar keer doen voor ik er echt iets van ga vinden. Het zou wel eens een beetje last kunnen hebben van het “wie wint, begint”-kwaaltje, maar dat weet ik nog niet zeker. Tamsk, tenslotte vond ik maar matig. Het idee is leuk (je speelt met zandlopers die je moet omdraaien en je moet voorkomen dat er één leeg raakt), maar ergens werkte het toch niet lekker en bovendien liep één van de zandlopers niet goed door doordat er een klontje in het zand zat.

Het lijkt op dit moment hot te zijn om van bekende spellen een dobbeleditie te maken. Ik heb dit weekend vier dobbelspellen gespeeld, waarvan twee nieuw voor mij zijn. Allereerst speelde ik het Bonanza dobbelspel. Ik vond het een beetje tegenvallen. Je krijgt een doel en dat probeer je bij elkaar te dobbelen. Er valt niet heel veel te kiezen of sturen. Verder speelde ik het Keltis dobbelspel. Deze vond ik de leukste van de vier dobbelspellen. Je mag je dobbelstenen één keer overgooien, maar vervolgens maar in één kleur gebruiken om op een keltis-scorespoor naar voren te lopen met de bekende keltis-bonussen (geluksstenen, extra stap op een ander spoor of een extra beurt). Daarnaast speelde ik nog het Zooloretto dobbelspel. Dit ziet er echt super mooi uit, maar het spelverloop is redelijk tam. Het is geen straf om te spelen, maar echt wild word ik er niet van. Het laatste dobbelspel dat ik deed was het Carcassonne dobbelspel. Het meest positieve wat ik hier over kan zeggen, is dat het snel afgelopen was. Laten we het daar maar bij houden.

Ik heb dit weekend twee Star Trek spellen gedaan. Allereerst een coöpje (Star Trek expeditions) van Knizia die in de verte een beetje aan In de Ban van de Ring doet denken (doelen halen in bepaalde kleuren). De uitvoering is super en ik vind het ook echt een leuk spel. Ik geloof alleen dat mijn medespelers net wat minder enthousiast zijn. En daarnaast heb ik (haleluja!) Star Trek Catan gespeeld, of te wel: to boldly go where no kolonist of Catan has gone before. Afgezien van de uitvoering is het enige verschil ten opzichte van het basisspel dat je een soort actiekaarten hebt die je één keer in je beurt in mag zetten. Je mag een kaart maximaal twee keer gebruiken en daarna ruil je hem voor een andere actiekaart waardoor je telkens andere actiekaarten hebt. Dit is een leuk extraatje, maar niets wereldschokkends. Neemt niet weg dat ik dit spel absoluut ga kopen zodra de Nederlandse versie in de winkels ligt (999 games, hartelijk dank dat jullie dit spel naar Nederland halen).

In de categorie Golden Oldy kwamen zelfs zes spellen op tafel. Ik speelde voor het eerst Land in Zicht! en Friesematenten. Land in Zicht vond ik een leuk familiespel. Het speelt lekker vlot, er zit een vleugje geluk in, maar wel van het ingecalculeerde soort. Friesematenten vond ik iets te chaotisch. Misschien als je het spel vaker doet, dat het dan leuker wordt omdat beter in te schatten wat je met kaarten kan. Ik vond het spel wel heel mooi om te zien. Verder speelde ik na kortere of meestal langere tijd weer eens de Bruggen van Shangri-La, Flowerpower, Hoogspanning (maar wel voor het eerst met de Robot-uitbreiding), King of Tokyo, Glen More en Ra (op de iPad). Ik vond het, ondanks dat ik nauwelijks meer kon nadenken omdat ik zo moe was, vooral leuk om Hoogspanning met de Robot te doen. Leuke uitbreiding, die wil ik nog wel eens proberen.

De spellen die ik dit weekend voor het eerst speelde (en die niet onder de bovenstaande categorieën vielen) waren Takenoko, Tournay, en Village. Takenoko is een prachtig spel over tuinieren en het verzorgen van een panda. Nou heb ik een zwak voor panda’s (ik spaarde vroeger alles over pandaberen) dus een spel met een miniatuur panda moet wel heel erg tegenvallen wil ik het niet kopen. Takenoko viel me zeker niet tegen, ik vond het zelfs echt leuk en dus is hij mee naar huis gegaan. Tournay vond ik best lastig om te spelen omdat je van alles kan bouwen, maar het erg lastig is wat nou handig is om te doen. Het lijkt me best een leuk spel, maar je moet het wel een paar keer doen om goed door te hebben hoe alles in elkaar grijpt. Van village heb ik maar een paar rondes gespeeld om een indruk te krijgen. Ik vond dit spel een beetje tegenvallen. Het is zo’n spel als er de laatste tijd te veel van uitkomen: kies uit veel te veel verschillende acties en door eerst blokjes in fiches om te zetten kan je ze daarna in punten omzetten op tig verschillende manieren. Daar kwam nog bij dat je speelpoppetjes ook nog dood gingen en begraven moesten worden. Dit vind ik niet zo’n aansprekend thema voor een gezellig middagje. Laat mij maar tuinieren en voor een panda zorgen.