donderdag 2 februari 2012

Gespeeld in januari

Mijn belangrijkste spellenvoornemen voor 2012 is om meer aandacht te geven aan de spellen die ik al heb. Ik wil ze vaker spelen en daarbij nadrukkelijk de spellen op tafel krijgen die ik weinig gespeeld heb of lang geleden voor het laatst. Ook wil ik mijn collectie nog verder inkrimpen en per saldo een kleinere verzameling overhouden. Nieuwe spellen probeer ik natuurlijk graag, maar ik hoef ze niet per se snel in huis te hebben.

Dat was in januari goed te merken, want ik speelde slechts één nieuw spel, dat gelukkig wel de moeite waard bleek. Verder een paar spellen die ik soms al in geen 10 jaar gedaan had, dus daar zal ik ook wat over schrijven. Oh, en Dominion werd van de 84 potjes natuurlijk het vaakst gespeeld.

Spel van de maand was dus:

Minen von Zavandor
Dit is voor de verandering weer eens een groeispel met een biedelement. niet echt origineel nee, maar het werkt allemaal erg goed. De spelers sturen hun dwergen de mijnen in om edelstenen te delven. Die zijn er in vier soorten, waarmee je vervolgens biedt om punten en/of speciale kaarten te verwerven. Die kaarten kun je opwaarderen om hun effect te gebruiken of te verhogen. Daarmee verdien je weer extra edelstenen of andere voordelen.
Het spel verloopt lekker soepel en is met enige ervaring denk ik met gemak in een uurtje te spelen. Door de verschillende kaarten zit er behoorlijk wat variatie in en door de afgebakende rondes krijgen trage denkers niet echt de kans om de boel te saboteren. Van deze aanschaf heb ik geen spijt; die mag vaker op tafel komen.

En de oudjes die ik weer eens op tafel kreeg (in volgorde van wanneer ik ze voor het laatst speelde):

Meuterer (2001): dit listige kaartspel blijkt nog steeds heel interessant. Bij de keuze van de karakters komt niet zoveel psychologie kijken als bij bijvoorbeeld Machiavelli, maar het spelplezier zit 'm meer in de aanpak die je per ronde gaat kiezen. Soms moet je even pas op de plaats maken, een andere ronde maak je dan een stevige klapper. Die gaat nog niet in de verkoop.

König der Maulwürfel (2002): een dwaas racespelletje rond dobbelsteenetende mollen. Mijn kinderen vinden het geweldig, met volwassenen zal ik dit denk ik niet snel doen. Nou ja, het is erg kort.

Tyros (2002): dit bleek minder leuk dan in mijn herinnering. Er zitten toch wat scherpe kantjes aan: in het begin zijn de kaarten van twee kleuren eigenlijk waardeloos en is het vooral een race in het omwisselen van kaarten. Tegen het einde van het spel zijn de scoremogelijkheden zo'n beetje uitgeput en gaat iedereen opportunistisch op zoek naar manieren om nog punten te verdienen. Doorgaans door dan maar ergens een schip neer te zetten. Dat nachtkaarseffect zie je wel vaker bij Wallace.

Formel Fun (2003): Dit racespelletje blijkt nog steeds spannend en hilarisch. De kaarten moeten natuurlijk een beetje meezitten, maar het leukste vermaak heet niet voor niets leedvermaak.

Eufraat & Tigris (2005): Schande, schande. Dit puike spel van Knizia verdient het niet om zo lang stof te verzamelen. Ik vond het altijd wat intimiderend, misschien was dat het. Ik kan er nog steeds geen hout van, maar wil dit in het komende jaar toch zeker een paar keer op tafel krijgen. Om de schade in te halen heb ik de iOS-versie gedownload en zit ik in een paar online potjes. Gaat vast dramatisch aflopen.