donderdag 7 juni 2012

Gespeeld in mei


Mei was met 91 potjes verdeeld over 43 verschillende spellen een productieve maand. Daar zaten acht voor mij nieuwe spellen bij. De meeste daarvan waren prima tot leuk, zonder echte uitschieters. Om er toch een als leukste aan te wijzen kom ik uit bij Dungeons & Dragons: The Legend of Drizzt.

Een jaar geleden speelde ik Castle Ravenloft voor het eerst, de eerste versie van de D&D co√∂peratieve spellen. The Legend of Drizzt is de derde in de reeks en volgens velen de beste. Ze zullen wel gelijk hebben, ik zag weinig echte verschillen met Ravenloft. De verschillen zitten natuurlijk in de andere scenario’s, monster en helden, maar dat is slechts chroom. Wezenlijke verschillen zijn er niet. Als je de een leuk vindt, dan de ander ook. Het omgekeerde is ook waar. Omdat ik dus eerder al een hele vergelijkbare speelervaring heb gehad zou ik graag een ander spel aanwijzen als leukste nieuwe van de maand, maar van alle nieuwe spellen heb ik hiermee nu eenmaal het meeste plezier aan beleefd.

Andere nieuwe spellen, van leuk naar minder leuk:

Eminent Domain: Stop Glory to Rome, Race for the Galaxy en Dominion in een blender en wat eruit komt is Eminent Domain. Nu behoren die eerste drie tot mijn favoriete (kaart)spellen, dus aan Eminent Domain beleef ik automatisch wel plezier. Aan de andere kant waren de gelijkenissen ook weer zo groot dat ik me afvraag of dit een spel is dat ik vaak zou willen spelen, laat staan zou willen hebben. Vaker spelen moet dat uitwijzen, maar voorlopig houd ik mijn portemonnee dicht.

Indigo: Knizia grossiert de laatste tijd in wat eenvoudiger familiespellen. Sommige daarvan stellen niet zoveel voor, andere zijn soms nog best aardig. Indigo valt in die laatste categorie. Je zou dit kunnen zien als Knizia’s versie van Metro of Tsuro, maar dan (uiteraard) leuker dan die twee. De spaghettibrij van verbindingen op het bord wordt snel onoverzichtelijk, maar toch kun je zeker enige sturing aanbrengen in waar de stenen naar toe gaan. Met meer spelers wat chaotischer, maar dat wordt dan weer gecompenseerd doordat je ook met andermans score kunt meeliften. Als familiespel is dit nog best geslaagd.

Beowulf: The Movie Board Game: Dit is helaas het soort spel waarbij ik in mijn omgeving de handen niet voor op elkaar krijg. Of de vormgeving staat te erg tegen (en die is ook vrij uitgesproken), of er wordt geklaagd over het loze thema of vermeend oppervlakkig spelniveau. Dat laatste valt denk ik nog reuze mee in deze variant van het oudje Auf Heller und Pfennig. Zou het best nog een paar keer willen doen, maar wie krijg ik zo gek?

Quarriors: Dominion met dobbelstenen. Eugene beschreef eerder zijn ervaringen en dat gaf mijn gevoel bij dit spel ook heel aardig weer: alle dobbelstenen die je koopt ga je een keer gooien, maar je weet nooit of ze dat leveren waar je op hoopt. Best aardig, maar ik zie geen enkele reden om dit te spelen en niet gewoon Dominion.

Casa Grande: Hiervan speelde ik op Spiel al een paar proefrondjes, nu de eerste volledige partij. Een bouwspel in de stijl van Torres, maar dan een stuk simpeler. Je moet hier vooral tactisch je torens plaatsen. Door de toevalsfactor en de acties van andere spelers is ver vooruit plannen er niet echt bij, maar dit spel biedt het aangenaam soort gepuzzel dat ik nog wel kan waarderen. Dit zou met twee spelers wel eens het leukst kunnen zijn.

Go West: Een spel in de kleine-dozenreeks van de vaak bekritiseerde uitgever Phalanx. Go West kreeg vaak slechte kritieken, ik vond het nog wel meevallen. Ook hier geldt weer dat de mogelijke chaos van extra spelers het spel wel erg onplanbaar maakt, maar mijn potje was met twee, dus daar hadden we niet zo’n last van. Wel had ik het idee dat een eenmaal opgelopen achterstand lastig is in te halen, omdat punten scoren steeds duurder wordt. Al met al was het geen bijzonder spel, maar ook niet heel slecht.

Flotte Flitzer: Een obscuur racespelletje van Knizia bij Hasbro. Vooral bedoeld voor kinderen. Deed een beetje aan Top Race denken, waarbij je gekleurde racewagens met kaarten laat rijden. Veel drukte, chaos en geluk met kaarten trekken. Ik ken te veel leukere simpele racespellen om dit nog eens te willen doen.

Ook van mijn Project Kastdochters (daarover een andere keer meer) kwamen er weer twee spellen op tafel. Dat is eigenlijk te weinig, want met tientallen te gaan schiet twee in een maand niet op. Desondanks was het goed om deze weer eens te spelen:

Sternenfahrer von Catan (2003 voor het laatst): een van de langste Catanvarianten en zonder twijfel die met de grootste doos. Het eerste dat opvalt is dat het plastic de tijd niet goed doorstaan heeft: als je motoren wilt bevestigen breken de 'grijpertjes' van het ruimteschip af en ook de punt met daarop je gelkeurde schijf blijkt niet heel solide. Voorzichtig behandelen dus, maar best zonde. Speltechnisch was het een tikje gedateerd, maar toch heel onderhoudend om te doen. De volgende keer maar wat minder op piraten insteken en agressiever de ruimte in.

Schotten-Totten (2006): het kleine broertje van Lost Cities is hier in huis altijd wat minder populair geweest. Jammer, want ik vind het nog steeds een leuk spelletje. Zo uitgelegd, snel gespeeld, en direct klaar voor een revanchepotje. Oh, en nog best veel om over na te denken in zo'n klein spelletje. Het betere risicomanagement.

1 opmerking:

Madhobbit zei

Het probleem met de afbrekende grijpertjes is niet direct gerelateerd aan de tijd. Wij hebben het spel vrij snel na het uitkomen gekocht en hadden reeds in het eerste jaar dezelfde problemen. Het probleem is dat het plastic niet elastisch genoeg is. Kosmos (en volgens mij ook Mayfair) hebben gratis ringen die je om het ruimteschip kan doen. Daar kun je dan de aandrijving in klemmen. Deze zijn gemaakt van een ander soort kunststof en hebben het tot nu gehouden (al is het bij ons inmiddels ook wel een kastdochter denk ik...).