zondag 6 mei 2012

Gespeeld in april

April was een goede en gevarieerde maand: ik speelde tien nieuwe spellen en daarnaast nog een paar 'oude' favorieten die niet iedere maand op tafel komen. De leukste nieuwe spellen die ik speelde waren varianten van bestaande spellen. Misschien niet helemaal nieuw, maar zeker de spellen waar ik het meeste plezier aan heb beleefd. De leukste spelervaringen kwamen op rekening van Time's Up Family.


Op deze versie van mijn favoriete partyspel zat ik al een tijdje te azen om ooit eens met mijn gezin te spelen. Begin april hakte ik de knoop door en probeerde het direct, met groot succes. Hoewel mijn jongste dochter nog niet kan lezen, is dit ook met kleuters goed speelbaar (het woord laten influisteren door de tegenpartij werkt goed). Dit is een grote hit bij alle gezinsleden en alleen al het speelplezier dat er bij de jongste generatie van afstraalt (en hun soms verrassend goede omschrijvingen en uitbeeldingen) zorgt ervoor dat er weinig spellen zijn die kunnen tippen aan het pure plezier dat Time's Up Family oplevert. Wat mij betreft een verplichte aanschaf voor ieder gezin.

Andere nieuwe spellen, met de leukste voorop:

Star Trek Catan: Kolonisten in een Star Trek-jasje, met een paar kleine extra regeltjes. De extra's zorgen net voor dat beetje variatie. Verder is het vooral Kolonisten, dat ik nog steeds tot mijn favorieten tel. Het blijft gewoon een briljant spelontwerp dat me ook na meer dan honderd potjes kan boeien. Er zal vast wel weer geklaagd worden over 'uitmelken'. Ach, dan speel je het toch niet?

Keltis dobbelspel: opnieuw slaagt Knizia erin om op basis van een van zijn populaire spellen met een geslaagde dobbelvariant te komen. Het Keltis dobbelspel is minder leuk dan die van Ra en Risk Express, maar is nog steeds een solide ontwerp. De 'gevorderde' variant op de achterkant is wel net wat leuker, omdat het wat extra risicomanagement toevoegt. Geen echte hoogvlieger, maar leuk genoeg om af en toe als snack tussendoor te doen.

Big Five: Knizia's versie van Qwirkle is vooral geschikt als kinder/familiespel. Het grote nadeel van Qwirkle, namelijk het telkens natellen of je ergens anders niet net een puntje meer kunt halen, is hier verdwenen; het gaat gewoon om het neerleggen van zoveel mogelijk kaarten. Het komt daarmee nog wat dichter in de buurt van Rummikub te liggen, gelukkig zonder het eeuwige gepuzzel. Spellenvrienden zal ik dit zo snel voor leggen, mijn kinderen des te meer.

King of Tokyo: om dit dobbelspel is de laatste tijd veel te doen, maar op basis van mijn eerste potje leek het mij een vrij doorsnee Yahtzeevariant. Om het toch wat anders te maken is er voor die standaard Amerikaanse truc gekozen: ieder spel wordt thematischer en/of leuker als je er een berg speciale actiekaarten tegenaan gooit. Het zal wel, maar ik zal nog een paar potjes moeten spelen om overtuigd te raken.

Papua: een obscuur renspel uit begin jaren negentig, waarbij je moet proberen uit handen te blijven van de kannibalen. Om te ontsnappen moet je samenwerken met anderen (alleen door de jungle is blijkbaar dodelijk), maar uiteindelijk past er maar één iemand in de kano. Slim onderhandelen dus en je medespeler naaien als je daar mee weg kunt komen. Best een aardig spelletje, al was de speelduur van ruim een uur met zes spelers mij wat aan de forse kant.


Lucky Numbers: Schachts versie van Finito. Ook hier moet je genummerde fiches op volgorde leggen. Hier moet dat echter in zowel de rijen als de kolommen en deel je de fiches met iedereen. Nog steeds een aardig puzzelspelletje, maar het mist de spanning van Finito. Ook is de geluksfactor nog aanzienlijk hoger: de vier beginfiches kunnen zoveel impact hebben op het verdere spelverloop dat het soms aan het begin al vaststaat wie er wint.

Shadow Hunters: een verborgen-teamspel in de stijl van Bang! en Kutschfahrt zur Teufelsburg. Dit heeft best wat te bieden, maar helaas krijg je maar af en toe de kans om iets over je medespelers te weten te komen. Hierdoor moet je zeker in het begin maar op goed geluk iemand aanvallen en hopen dat je geen teammaat treft. Het is gelukkig niet zo chaotisch als Bang!, maar zeker niet zo spannend al Kutschfahrt. Hm, dat moet ik snel maar weer eens spelen.

Takenoko: een familiespel dat vooral opvalt door de vriendelijke en pastelkleurige vormgeving. Na twee potjes ben ik er achter dat het speltechnisch niet zoveel te bieden heeft. Het spel wordt gestuurd door de opdrachtkaarten en met een beetje geluk werken anderen (onwetend) mee aan die van jou. Het spel valt daardoor snel in herhaling, waarmee de spanning snel verdampt. Jammer, ik had op meer gehoopt.

Rolling Stock: een kaartspel voor 18xx-veteranen dat ik eerder als intrigerend dan goed zou omschrijven. Het gebruikt veel van de kern van 18xx (namelijk het financiële gemanipuleer), maar de verschillen zijn groot. Hier helaas geen bord dat het spel nog een topologische dimensie geeft; alle bedrijven hebben een vaste inkomensstroom. Het enige wat je met ze kunt doen is een corporatie vormen en zo aandelen uitgeven. Mijn voornaamste bezwaar is vooral de beperkte liquiditeit in het spel. Cash is zo schaars dat je maar heel af en toe iets kunt doen (zoals een aandeel kopen of op een bedrijf bieden). De belangrijkste beslissingen zijn die van de bedrijven (namelijk of en hoeveel aandelen uit te geven en dividend uit te keren), maar dat levert de aandeelhouders maar heel weinig liquiditeit op. Door de beperkte liquiditeit is de mogelijkheid tot kleine foutjes in het begin, die later catastrofaal blijken, erg groot. Nogal frustrerend bij een spel waarbij de trainingsversie bijna drie uur duurt. Al met al is het spel vrij statisch, met relatief weinig beslissingen voor de lange speelduur. Ik heb wel enig ontzag voor het ontwerp en meen een idee te hebben van wat de auteur beoogt, maar dit is simpelweg niet mijn type spel. Doe mij gewoon maar B&O of een vlotte 18xx.

En dan waren er nog de spellen die al te lang niet uit de kast gekomen waren:

Top Race (laatst gespeeld in 2002): mijn herinnering aan dit spel, namelijk een gemeen race- en wedspel, bleek volledig correct. Evenals mijn herinnering dat ik er niet goed in ben. Met vijf spelers duren drie rondes misschien net iets te lang. Dit is een spel dat een uur wil duren en bij meer dan anderhalf zakt de spanning wel een beetje in. Maar als je een beetje doorspeelt is dit nog steeds een puik spel.

Löwenherz (2003): de belangrijkste reden dat dit zo weinig op tafel komt is dat het eigenlijk met precies vier gespeeld moet worden. Of tenminste, dat is de heersende opvatting die ik braaf gevolgd heb. Ik zou het gewoon eens met drie moeten proberen. Dit potje met vier smaakte in ieder geval naar meer. Dit is veel te leuk om zo lang ongespeeld te laten.

Drahtseilakt (2003): een simpel kaartspelletje van Knizia dat wel wat wegheeft van Take 5! en Pompen of Verzuipen. Ik speelde volgens de standaardregels, maar mogelijk maken twee kleine wijzigingen het nog wat interessanter (nl. alleen de nummers te gebruiken die je nodig hebt en simultaan kaarten spelen). Ik vind het nog wel de moeite om dat eens te proberen.

Graantje de voorste (2003): dit speelde ik vroeger nog wel eens als afzakkertje, maar eigenlijk is het geschikter als gezinsspel. De vormgeving (inclusief de schijtlijster) dragen daar erg aan bij. Het helpt wel als je dan een groot gezin hebt, want met minder dan vier is het toch een beetje tam. Maar met minstens vijf spelers is dit een lollig blind-bieden spelletje.

4 opmerkingen:

Eugene van der Pijll zei

"Doe mij gewoon maar ... een vlotte 18xx."
Dat lijkt me een uitstekend idee! Binnenkort maar weer eens wat afspreken dan.

Axel zei

Top Race, dat moet ik ook maar weer eens uit de kast trekken. Gewoon een leuk racespel, met gok element.

Marcel zei

King of Tokyo een doorsnee Yahtzeevariant? Ik heb anders nog nooit iemand met een Grote Straat om de oren mogen slaan. En het om de oren slaan, daarin zit wat mij betreft de lol van King of Tokyo.
Maar goed, ik ben recentelijk meer mensen tegengekomen die het geen leuk spel vonden. Tot mijn grote verbazing bestaan die.

michiel zei

King of Tokyo: precies, de interactie heb je niet bij Yahtzee, hier juist wel. Best een leuk tussendoortje met de juiste groep die het aggressief speelt.

Rolling stock: was nog aan mijn aandacht ontglipt, kan zeker een spel voor mij zijn. Echter ik lees op BGG wel dat je het eigenlijk een paar keer kort achter elkaar met dezelfde spelers moet spelen om het onder de knie te krijgen. Zoveel hard-core (train)gamers heb ik niet in mijn omgeving.

Takenoko werd even terug nog her en der gepromoot als SpdJ kandidaat. Is nu duidelijk over zijn populariteitspiek heen. Misschien kan ik er op Ducosim eens een uurtje speeltijd aan spenderen voor een eigen oordeel.