vrijdag 28 oktober 2011

1830

Een van de meest langverwachte uitgaves van de afgelopen jaargang van Spiel was zonder twijfel 1830. Deze bewerkte heruitgave klassieker van Francis Tresham stond al lang op het punt van verschijnen, maar werd telkens weer uitgesteld. Met inmiddels twee exemplaren in het bezit van mijn vaste tafelpartners was het onvermijdelijk dat ik deze legende eens zou spelen. Woensdag was het zover.









Als ik eerlijk ben: ik zag er een beetje tegenop. Mijn ervaring met 18xx beperkte zich tot de wat toegankelijker titels (1825, Steam over Holland en Poseidon), die ik bovendien allemaal slechts een keer gespeeld had. Mijn tegenspelers hadden wel een stukje meer ervaring en 1830 bovendien allemaal al eens gespeeld. Tel daarbij op dat 1830 een stuk minder vriendelijk is je komt al snel uit op knikkende knietjes en zweterige handjes.

Voor wie het allemaal niks zegt: in 18xx beheren spelers treinmaatschappijen door het hebben van de meeste aandelen in zo'n maatschappij. De meerderheidsaandeelhouder ('president') kiest hoe de maatschappij zijn sporen aanlegt, welke treinen deze koopt en langs welke steden deze rijdt. De belangrijkste beslissing is zo'n beetje de keuze van het uitkeren van dividend of niet. Die keuze beïnvloedt de koers van het aandeel en de financiële positie van de aandeelhouders.

Dat klinkt nog niet boosaardig (ingewikkeld kan het wel worden), totdat de president besluit dat de maatschappij over zijn hoogtepunt heen is en zijn aandelen verkoopt. De maatschappij komt vervolgens in handen van de speler met na hem de meeste aandelen. Klinkt niet slecht, tot ineens blijkt dat de maatschappij (binnenkort) geen trein meer heeft en ook geen geld in kas om er een te kopen. Dan zul je moeten bijlappen uit je eigen kas. O wee wie dit lot treft, want bankroet is vaak het gevolg, of in ieder geval een hopeloze achterstand.

1830 heeft nog een hoop kleine regeltjes, maar bovenstaande is de kern van vrijwel iedere 18xx. In een van mijn vorige ervaringen (1825 meen ik) ben ik getuige geweest van zo'n dumpactie. Dat was een onaangenaam gezicht en ik had mijn doelstelling voor deze kennismakingspot dan ook laag ingezet: geen gekke dingen doen en vooral een bankroet voorkomen. Het werd veel leuker dan dat.

Ik begon met de Canadian Pacific (of iets dat daar op lijkt), op veilige afstand van de rest. Uitbreiden ging aardig en ik had weinig last van spelers die de koers manipuleerden. Toen de rek er een beetje uit was en ik wat meer vertrouwen begon te krijgen bedacht ik om zelf die dumptruc uit te halen. Maar helaas waren er al te veel verkochte aandelen en moest ik hopen dat een andere speler een aandeel uit de pool zou kopen. Eugene zag dat wel zitten. Blijkbaar vond hij Anton een grotere bedreiging, want door zijn aanschaf was Anton ineens de gelukkige nieuwe eigenaar van CP. Dat kon hij er best bijhebben, want hij had al een paar andere maatschappijen. Helaas hadden die samen maar twee treinen. De tweede helft van het spel was Anton daardoor vooral bezig om zijn treinen heen en weer te schuiven tussen de maatschappijen. Wel had hij veel aandelen, waardoor hij toch aardig verdiende.

De mooiste maatschappij (Baltimore & Ohio) was in handen van Eugene. Tegen het einde reed B&O met zijn dieseltrein voor bijna $80 per aandeel. Helaas voor hem bezat hij maar 4 aandelen, tegenover 3 voor Jasper en mij. Hij profiteerde dus maar matig. Ondertussen had ik met Boston & Maine een nieuwe maatschappij opgestart. Maar doortdat de 4-trein van deze maatschappij vrij snel roestte reed hij uiteindelijk voor maar $22 per aandeel.

Met zijn conservatieve speelstijl stoomde Jasper rustig richting overwinning. Hij had al sinds het begin dezelfde maatschappij, New York, New Haven & Hartford. Evenmin als B&M was deze erg profijtelijk, maar Jasper had slim belegd in enkele van de meest succesvolle maatschappijen.

Tegen het einde was het voor Eugene duidelijk dat hij iets moest doen. Hij bezat twee mooie maatschappijen, maar veel minder aandelen dan de rest. Hij waagde de gok en nam het bestuur in de Erie Railroad over van Anton, die daarmee geen treinloze maatschappij meer bezat. Eugene moest diep in de buidel tasten voor een trein voor Erie, maar met voldoende operating rounds zou hij er dat ruimschoots uit halen.

Ik zag wat hij wilde bereiken en ging mee in het kopen van Erie. Helaas maar een aandeel, dus ook voor mij was die extra volledige ronde van belang, omdat Jasper toch uit begon te lopen.

Helaas mocht het niet zo zijn. Het geld van de bank was net een operating round te vroeg op, waardoor Eugene en ik niet meer optimaal konden profiteren van Erie, of Anton van zijn drie inmiddels behoorlijk goede maatschappijen. Ik verloor dus nipt van Jasper, die het allemaal net iets gewiekster had gespeeld dan de rest.













Een voorbeeld van een eindsituatie (foto: Bill Byrd)

Ik houd niet van overdreven lange spellen. Aan veel gereken in spellen heb ik een broertje dood. 1830 had 6 uur geduurd en het een grote reeks van sommetjes maken. Ik kan dus wel zeggen dat ik me uitstekend vermaakt heb. Sterker nog, ik had graag gehad dat het spel nog een volledige ronde geduurd had, want dan had ik mogelijk gewonnen.

In 1830 merk je weinig van hoe snel de tijd gaat. Ook het rekenwerk is vooral veel administratie; alleen af en toe moet je heel goed narekenen wat een bepaalde opzet kost en hoe je (of je maatschappij) aan dat geld moet kopen. De keuzes die je in het spel maakt hebben grotendeels dezelfde 'bronnen' als in veel eurospellen: intuïte, anticiperen op de acties van je medespelers en soms bot opportunisme. Wel is 1830 een stuk strategischer van aard. Als je een maatschappij opstart moet je een goed plan hebben wat je ermee wilt bereiken. De beginase van het spel is eigenlijk het meest complex, als ook de privémaatschappijen geveild worden en je moet kiezen met welke maatschappij je begint en of je met iemand meegaat.

1830 is vooral ook veel psychologie: ga je met iemand mee omdat je verwacht dat hij een maatschappij tot bloei wil brengen, of is het een val om een lege huls op je te dumpen? Iedere beslissing die je neemt zet een hele keten van daaropvolgende acties van alle spelers in werking. Je kunt wel denken 'als ik toen niet X had gedaan maar Y had ik nu wel dat aandeel gehad'. Maar als je Y had gedaan hadden je medespelers weer andere dingen gedaan waardoo je dat aandeel ook niet had gehad en misschien andere zaken ook wel niet.

Dat maakt 1830 een rijke en meeslepende ervaring, met veel wederspeelbaarheid. Je moet er wel een dag voor uittrekken, en daarom is het alleen geschikt om incidenteel te spelen. Maar de beloning is er ook naar.

maandag 24 oktober 2011

Spiel 2011: het vlees was weer zwak

...maar ook gewillig. Voor het eerst ging ik dit jaar twee dagen naar Spiel. Daarbij moet ik wel zeggen dat donderdag de gezinsdag was. Dus weinig 'serieuze' spellen doen, maar wat meer spelen in de brede zin van het woord, je met je kinderen vermaken en soms ook spellen doen die je zelf niet zo snel uit zult kiezen. Toch doe je op zo'n dag veel indrukken op, waardoor ik op vrijdag veel gerichter bij diverse stands langs kon om daar spellen te proberen dan wel te kopen.

Algemene indruk

Van te voren had ik me schrap gezet: dit zou een dure Spiel worden, met veel spellen in de buurt van de 40 euro. Misschien was ik te pessimistisch, misschien was het echt niet zo duur, maar de prijzen vielen me alleszins mee. Bij Queen kon ik gewoon voor minder dan 65 euro met twee gloednieuwe spellen weglopen en zelfs mijn duurste aanschaf was niet meer dan 40 euro. Maar het is wel duidelijk dat de tijd voorbij is dat spellen van meer dan 30 euro uitzonderingen zijn. Je weet hoe laat het is als een uitgever een prijs van 32,50 voor een middelgroot spel als 'speciale beursaanbieding' neerzet. Dan denk ik toch aan een prijs van duidelijk onder de 30 euro. Ik zal oud worden.

Verder was het op donderdag en vrijdag redelijk rustig. Dat merk je vooral buiten de stands van de grote uitgevers. Bij Kosmos, Queen en Schmidt is het altijd druk. Maar nu tenminste niet krankzinnig druk. Maar over het algemeen hoefde ik nooit lang te wachten op een vrij plekje.

Donderdag

Zoals gezegd, donderdag was de familiedag. Toch wisten Roger en ik even aan de aandacht te ontsnappen toen de rest aan het knutselen en spelen was. We waren in hal 5, om de hoek van Quined Games. Het toeval wilde dat een demoër daar net met de uitleg van Alba Longa begon.


In Alba Longa beheren de spelers ieder een eigen Italiaanse stam, in de tijd dat de Romeinen nog een stelletje parvenus waren. Iedereen heeft een eigen bordje met daarop vier actievelden. Per actieveld is er een bijzondere achtzijdige dobbelsteen. De actieve speler gooit ze alle vier en kiest er een uit om een aantal mannetjes gelijk aan de worp op het actieveld van die kleur te plaatsen. Andere spelers mogen tegen betaling volgen en een andere dobbelsteeen nemen. Dit gaat zo door totdat de startspeler geen nieuwe worp kan of wil betalen, waarna de volgende speler startspeler wordt.
Met de actievelden kun je troepen inzetten, geld verwerven, aan monumenten bouwen of de goden vereren. In het najaar kun je ook nog graan oogsten. Met overtollig graan kun je extra mannetjes werven. Doel is om al eerste een bepaald aantal mannetjes en monumenten te hebben.
Omdat de vaderlijke plichtgevoelens toch op begonnen te spelen hebben we het bij een speelronde gelaten. Het spel liet toen een nog wat onduidelijke indruk achter. Het oogt allemaal vrij rechttoe-rechtaan: grondstofjes verzamelen een een spelmotor opbouwen. Andere spelers aanvallen kan nog wat roet in het eten gooien, maar omdat een aanval de aanvaller zelf niets oplevert zul je je mannetjes toch liever iets anders laten doen. Tegen de tijd dat het wel zinvol wordt om iemand af te stoppen kan dat vast snel tot frustratie leiden: waarom pak je mij maar niet hem?
Zover kwam het bij ons niet. Ik zou nog wel eens een volledig spel willen spelen, maar deze proefronde deed niet direct naar meer smaken.

Alba Longa was direct het enige serieuze spel dat ik die dag deed. Verder stond het in het teken van een paar Lego-spelletjes (meer wil je niet weten), Weykick (wat erg lollig blijft), knikkerbanen bouwen en een tijdje rondhangen bij de stand van het door spellengekken zo geliefde Hasbro. Op expliciet verzoek van mijn kinderen hebben Helen en ik het nog tegen elkaar opgenomen bij een potje Twister. Ik kan alleen maar hopen dat daar geen bewijzen van zijn vastgelegd. Het wreef me bovendien weer met de neus in het feit dat de lichamelijke aftakeling na de 30 echt begint.

Aan het einde van de dag maakten we nog een rondgang langs een paar stands om in ieder geval iets te kopen. Je moet 's avonds in het hotel toch wat te doen hebben, nietwaar? Een van de spellen die ik kocht en diezelfde avond nog gespeeld heb was The City.


Een klein kaartspelletje van Tom Lehmann omschreven als Race for the Galaxy-light. Daar wilde ik wel zes euro aan wagen. Geheel terecht zo bleek. The City is een razendsnel spel waarbij iedere speler elke beurt een gebouw kiest om neer te leggen. De gebouwen hebben verschillende kosten, die je betaalt door evenveel kaarten af te leggen (net als in Race of het Puerto Rico kaartspel). De gebouwen leveren een combinatie op van inkomsten (meer kaarten) en punten. Sommige gebouwen bieden daarnaast nog een extra voordeel. Kwestie dus van je inkomen opbouwen en daarna als een razende voor de grote punten gaan. En natuurlijk combineren naar hartelust, wat dit soort spellen zo luek maakt. Heeft niet de diepgang en veelzijdigheid van zijn voorgangers, maar compenseert dat met een ultrakorte speelduur en een voorbereidingstijd van bijna nul. Voor mij nu al een van de hoogtepunten van Spiel. Ik heb er al bijna tien potjes opzitten.

Vrijdag

Deze dag zou de speeldag worden. Vooral Queen Games stond hoog op de probeerlijst, vanwege spellen als Kingdom Builder, Paris Connection en Castelli. Onderweg spotte ik een leeg tafeltje met Rallyman. Daar had ik aardige verhalen over gehoord en omdat Roger een fan van racespellen is kostte het weinig moeite om hem over te halen.


Zoals de titel al doet vermoeden gaat het in dit spel niet om de eerste plaats, maar om de snelste tijd. Met de vier borden kun je een schier oneindig aantal verschillende parcours uitzetten. Racen gaat met dobbelstenen: vijf voor de verschillende versnellingen en twee om een ingezette versnelling aan te houden. Tijdens een beurt kun je alleen omhoog of omlaag schakelen, dus je moet je beurten goed plannen en rekening houden met wat er komen gaat. Geheel conform het thema kun je risico's nemen door het gas wat extra in te trappen of bochten af te snijden. Dat ging mij wat minder goed af dan Roger, maar ik heb me kostelijk vermaakt. Een race kostte ons nog geen halfuur, dus je doet er zo een paar achter elkaar. Ik was dan ook blij dat Roger hem besloot mee te nemen. Deze zie ik in de toekomst hier ook nog wel eens in de kast verschijnen.

De volgende stop was dan toch echt Queen. Deze uitgever had weer twee grote stands, waar vooral veel tafels waren ingeruimd voor Kingdom Builder. Blijkbaar verwacht de uitgever daar veel van.


Kingdom Builder is een tactisch legspel dat wel vergeleken wordt met Heersers der Woestijn. Iedere beurt plaats je drie nederzettingen. Een kaart die je van de stapel trekt bepaalt in wat voor gebied ze moeten komen. Bovendien moet je ze zoveel mogelijk aangrenzend plaatsen. Dat is allemaal vrij beperkend, maar gelukkig kun je speciale fiches verdienen waarmee je extra nederzettingen kunt plaatsen of verplaatsen. Punten verdien je met bepaalde plekken op het bord, maar vooral met de speciale kaarten. Daarvan zijn er tien, waarvan er drie getrokken worden. Samen met het variabele speelbord is geen potje gelijk.
Kingdom Builder speelt razendsnel en zit vol tactische beslissingen. Al heeft het minder diepgang, ik begrijp de vergelijking met Heersers der Woestijn wel. Mijn testpotje beviel me meer dan genoeg om het spel mee naar huis te nemen.

Later op de dag speelde ik bij Queen ook nog Castelli. Dat was onder anderen door Dominique aangeprezen als een familiespel met pit en dat vergrootte natuurlijk mijn interesse. Helaas bleek die pit zich vooral te vertalen in veel gedoe. In Castelli draai je een voor een een fiche om, met daarop aan iedere kant een wapen in de kleur van een speler. Na het omdraaien leg je het fiche zo neer als je wilt. De wapens wijzen naar gebieden waar grondstoffen te halen zijn. Zijn alle kanten van een landschap bepaald dan krijgt de speler met daar de hoogste invloed in wapens de bijbehorende grondstoffen. Met die grondstoffen koop je dan weer burchten, die punten opleveren. Tijdens het spel voor steden en dorpen in de rij en kolom van de burcht, aan het einde voor alle dorpen en steden waar jij de meeste invloed hebt met burchten in de dezelfde rij en kolom.
Dat klinkt allemaal vrij abstract en dat is het ook. Dat wordt nog eens versterkt door het puzzelaspect van het spel. Uitrekenen wie wat krijgt afhankelijk van hoe je een tegel draait, uitrekenen op welke plaats een burcht de meeste punten oplevert, ga zo maar door. De nadruk lag voor mij meer op sommetjes maken dan op het maken van tactische keuzes, die ik in een familiespel met pit verwacht. De gekunstelde mechanismes van het spel waren iets te zichtbaar. Dit kon ik dus vrij snel van mijn aanschaflijst schrappen.

Roger was ondertussen erg benieuwd naar Casa Grande, een nieuw spel van Ravensburger. Bij de stand kwam net een tafeltje vrij en met een Duits stel begonnen we torens te bouwen.


Wat direct opvalt aan Casa Grande zijn de vreemde denominaties van het geld: 3, 4, 5, 6, 9 en 25 lire. van de laatste is er bovendien maar een. Wie nu vreest met een nieuwe versie van het MAD bordspel te maken te hebben kan ik gerust stellen. In Casa Grande bouwen de speler torens om daar vervolgens plateaus op te leggen. Afhankelijk van de omvang en de hoogte van het plateau (denk Torres) krijg je punten.
Zo'n beetje halverwege hadden de Duitsers een indruk en vroegen of we bezwaar hadden het spel af te breken. Wwij hadden net zo'n indruk en vonden het best. Casa Grande is een lollig familiespel maar niet veel meer dan dat. Voor slim stapelen speel ik liever Torres of Pueblo, toch ook geen loodzware spellen.

Tijdens onze rondwandeling kwamen we ook nog langs de stand van Pegasus. Daar viel de blik van Roger op Strasbourg, dat hij graag eens zou proberen. Omdat het genomineerd was voor de expertprijs van de Spiel des Jahres was ik ook wel benieuwd.

Strasbourg tilt blind bieden naar het volgende niveau. Het spel telt vijf rondes waarin er op verschillende zaken geboden wordt. Door de bank genomen zijn dat het plaatsen van mannetjes en daarbij eventueel een goederenfiche krijgen dan wel het verkopen van de goederenfiches. Geld heb je weer nodig om mannetjes te plaatsen in een raster dat de stad moet voorstellen (denk ik). Dat aspect deed met vaag wat aan Hermagor denken. Het blinde bieden zit in hem het aspect dat je aan het begin van de ronde een voor een biedkaarten omdraait en daarmee stapeltjes maakt. Ieder stapeltje mag je één keer inzetten bij een bieding. je moet dus van tevoren bepalen bij hoeveel biedingen je meedoet en wat je daar op gaat bieden. Volstrekte chaos dus. De ene keer blijkt je stapel met waarde 10 nog niet voldoende, de andere keer ga je met een bod van 4 met de winst aan de haal omdat niemand meebiedt.
Het spel zal bij herhaald spelen ongetwijfeld charme laten zien, zo'n eerste keer heb je geen idee wat je aan het doen bent. Bij een pittig spel verwacht ik toch wel een beetje controle en dat miste ik teveel bij Strasbourg. Het spel was daarbij ook vrij droog en sfeerloos, dus voor het thema hoef je het ook niet te doen. Wat mij betreft (weer) een misser van Stefan Feld. Hij heeft bijzonder aardige spellen gemaakt, maar spellen als Strasbourg en Macao maken dat zijn spellen voor mij geen automatische aanschaf zijn.

Als laatste spel van de beurs speelde ik Ascension. Roger is niet zo van het deckbouwen en al helemaal niet van een fantasythema en bedankte voor de eer. Gelukkig offerde een demoër zich op.

In Ascension bouw je een deck op om daarmee 'honor' te verdienen. Die verkrijg je in kleine edelsteentjes bij het verslaan van monsters, daarnaast zijn de meeste kaarten een hoeveelheid honor waard. Waar je bij Dominion en Thunderstone een bepaalde set kaarten hebt die iedereen kan kopen, zitten alle kaarten bij Ascension in één grote stapel. Er liggen altijd zes open die je naar keuze kunt kopen of bevechten. Dit geeft het spel een heel andere dynamiek. Het is nu vaak meer opportunistisch kaarten nemen en minder een van tevoren opgezet plan uitvoeren. Dat maakt het voldoende anders dvan iets als Dominion om eigen speeltijd op te eisen (iets wat ik bij Thunderstone minder zie). Ik vond het dus een leuk spel, maar nam het uiteindelijk niet mee. Ik voorzag dat Helen snel af zou haken bij de vele informatie op de kaarten onder het slaken van een verzuchtend 'Zullen we maar gewoon Dominion spelen'.
Een klein beetje spijt heb ik wel, want de prijs was vrij scherp. Als de spijt er volgend jaar nog is zou ik het zo maar alsnog kunnen kopen. Met een uitbreiding of twee.

Wat ging er mee en vind ik er al wat van?

Na Ascension was er niet zoveel tijd meer en moesten de aankopen in een dik halfuur gedaan worden. Dit was uiteindelijk de oogst:

The City - zie boven
Dominion: Hinterlands - OK, deze zou ik niet gaan kopen. Maar toen bleek dat a) het maar 25 euro kostte en b) er een gratis promo bijzat (Governor) bedacht ik me geen seconde. Inmiddels al tien keer gespeeld. Ook nog geen seconde spijt gehad.
Minen von Zavandor - nog niet gespeeld. Ik kreeg de mensen van Lookout nog wel aan het lachen met mijn exemplaar van Spongebob Labyrinth. Ze waren vast jaloers omdat zij de hele dag Ora et Labora moesten demoën. Daar zou ik ook melig van worden.
Kingdom Builder - zie boven
Paris Connection - nog niet gespeeld, maar bordspellen voor 6 spelers zijn relatief zeldzaam
Puerto Rico Jubileumeditie - die trok mij op voorhand wel al was de prijs met 60 euro afschrikwekkend hoog. Op vrijdag zag ik alleen dat het bij All-Games fors was afgeprijsd naar 40 euro (donderdag nog 55) en toen rook ik een buitenkans. Ik gok dat hij zondag nog goedkoper was. De muntjes zijn alvast erg mooi.
Ticket to Ride: Asia - zou ik ook niet gaan kopen, maar de prijs was vrij scherp en ik speel TtR vaak genoeg om nog een uitbreiding te kopen
Tournay - nog niet gespeeld, maar het was wel nummer 1 bij Fairplay. Komt dus vast goed.

zondag 23 oktober 2011

Spiel 2011: mensen, mensen, wat een mensen!

Dit jaar zijn we op zaterdag naar Spiel geweest (de vrije dagen zijn schaars met dank aan de verhuizing). We vertrokken rond 8 uur en de wereld liet zich van zijn beste kant zien met een mooie opkomende zon (Catan waardig als je het mij vraagt). Iets na 10 uur reden we het Messe-terrein op. We werden keurig naar een parkeerplekje gedirigeerd. We hebben de bus naar de ingang genomen, een minuutje of 10 in de rij gestaan om kaartjes te kopen en toen konden we naar binnen.

Het eerste wat opviel was dat er, in vergelijking met de andere keren dat we naar Spiel zijn geweest, erg veel kinderen aanwezig waren. Ik had al op internet gelezen dat de herfstvakantie dit keer nog niet begonnen was en dus kwamen uit de regio massaal gezinnen met kleine kinderen en jeugdgroepen een bezoekje brengen aan Spiel. Het was zo druk, dat het ook geen zin had om gericht een bepaald spel te willen gaan spelen, maar dat je maar beter genoegen kon nemen met wat er toevallig beschikbaar was.

Nadat we een beetje hadden rondgelopen om de sfeer te proeven, zagen we een leeg tafeltje bij Mayfair waar we Ablaze konden proberen. Er was helaas geen uitlegger beschikbaar, dus we hebben zelf de regels maar even door genomen. Het bleek een kort spelletje te zijn waarbij iedere beurt een nieuwe tegel omgedraaid wordt met daarop een getal (dat de zwaarte van de brandhaard weergeeft). Vervolgens mag je maximaal drie brandweermannen op een willekeurige tegel zetten. Aan het eind van het spel bepaal je hoeveel punten je krijgt door per groep aaneengesloten tegels waar jouw brandweermannen op staan de waardes op te tellen en dit te delen door het laagste getal in deze groep. We vonden het wel een aardig spelletje, maar niets bijzonders. Dit spel ging dus zonder twijfel niet mee naar huis.

Vervolgens gingen we weer rondlopen. De spellen zijn natuurlijk de belangrijkste reden om naar de beurs te gaan, maar de mensen die er rond lopen zijn ook zeker de moeite van het bekijken waard. En dan vooral degenen die verkleed zijn. We hebben aardig wat elfen, orcs, ridders, jonkvrouwen en rare monster voorbij zien komen. Maar ook een normaal geklede bezoeker op blote voeten. De beursorganisatoren weten schijnbaar dat er onder de spellenliefhebbers veel mannen zitten en dus was er voor hen ook wat vrouwelijk schoon te bewonderen.

We besloten weer op zoek te gaan naar een spel om te spelen. Het was inmiddels echter super druk geworden. Het was schuifelen door de paden ondertussen speuren naar een plekje. Dit viel niet mee, maar uiteindelijk vonden we wederom bij Mayfair een plekje. Dit keer bij het spel Nuns on the Run. Ik heb op BGG hier wel een aantal positieve verhalen over gelezen dus ik was nieuwsgierig. De vaste speluitlegger was even met pauze en de collega die het over nam, had het spel nog niet helemaal in de vingers. De uitleg verliep hierdoor niet echt vloeiend wat het speelplezier niet ten goede kwam. We hebben uiteindelijk maar een ronde of drie gespeeld (van de vijftien). In het kort komt het spel er op neer dat één of twee spelers de nonnen spelen die toezicht houden in het klooster. De rest van de spelers (maximaal 5) spelen de novices die stiekem in het midden van de nacht uit hun kamers komen om stiekeme dingen uit te spoken in het klooster (bijvoorbeeld een slaapmiddeltje halen in de apotheek). De nonnen proberen de novices te pakken. De novices lopen niet met een pion over het bord, maar schrijven op een blok waar ze zijn. En als de nonnen in de buurt zijn als ze lopen, dan maken ze geluid wat een aanwijzing oplevert voor de nonnen. Ik kan me voorstellen dat dit een leuk spel is om met een wat grotere groep te doen. Ik speel alleen niet zo vaak met grotere groepen, dus ik heb het spel, ondanks de aantrekkelijke prijs, niet meegenomen.

Na Nuns on the Run gingen we weer aan de wandel. We hoopten nog wat spellen te kunnen spelen, maar dit bleef lastig. Het is gelukt om Crokinole te spelen. Dit is behendigheidsspel dat een beetje op een ronde sjoelbaan lijkt. Je moet proberen je schijven in het midden van het bord in een gaatje te krijgen of in ieder geval in het middelste vak. Wij speelden tegen twee Italianen die veel bedrevener waren in het goed wegschuiven van onze stenen. Ik vond Crokinole best vermakelijk en zou het wel vaker willen doen. De grootte van het bord (sta in de weg) met de vermoedelijke prijs (hoog) maakten het alleen geen spel dat ik ook zelf zou willen bezitten.


Het was inmiddels een uur of drie en door de drukte begonnen we er wel genoeg van te krijgen. We besloten nog wat laatste aankopen te doen. Dit was door de drukte al lastig genoeg en bovendien heb ik altijd moeite om bepaalde zalen terug te vinden. En in één van die onvindbare zalen was een spel dat ik mee wilde nemen. Gelukkig wist Niek de zaal te vinden en ik in de zaal de stand zodat mijn missie slaagde.

Wat ik nog wel aardig vind om te vermelden is dat bij Queen een poster hing waarop ze aankondigden dat ze spellen gaan uitbrengen voor de iPad/iPhone/iPod. Ravensburger en Days of Wonder hebben deze stap al gezet en hun apps lopen volgens mij goed. Het verbaasd me dan ook niet dat ook andere uitgevers hun voorbeeld gaan volgen.

We zijn met de auto naar het hotel gegaan wat we geboekt hadden. Nadat we waren ingecheckt zijn we nog even Essen zelf in gegaan om daar nog wat te slenteren (verademend rustig in vergelijking met de beurs) en een hapje te eten. In het hotel zaten in de bar allemaal mensen spellen te doen toen we terug kwamen, maar Niek was het zat dus wij zijn lekker naar onze kamer gegaan om naar Deutschland sucht ein Super Star (of zo iets dergelijks) te kijken. Op zondagochtend zijn we weer uitgerust huiswaarts gekeerd.

Terugkijkend op ons dagje Spiel, kom ik tot de conclusie dat je echt niet op zaterdag moet gaan. Het is gewoon te druk. Je kan daardoor niet spelen wat je wilt en de hele tijd in die mensenmassa zijn, is super vermoeiend. Bovendien zijn op zaterdag de eerste spellen al uitverkocht. Naar aanleiding van berichten op internet had ik bijvoorbeeld mijn zinnen gezet op een uitbreiding voor Cash ’n Guns en Gepakt en Gezakt voor weinig, maar die waren al op. Ook bij de Heidelberger stand die normaal enorme stapels heeft staan, was al behoorlijk geplunderd waardoor hij een wat kale indruk maakte. Ik heb mijn aankopen verder redelijk door mijn wensenlijstje laten sturen. Twee nieuwe spellen die ik graag wilden waren helaas niet verkrijgbaar (Das Dorf helemaal niet en Ora et Labora alleen in het Duits) doordat ze niet op tijd waren afgeleverd. Verder had ik gehoopt Glory to Rome te kopen, maar die heb ik niet kunnen vinden. Wel was er een Duitse versie (die er ook veel verzorgder uitzag), maar omdat er zo veel tekst op de kaarten staat, wil ik heel graag de Engelse versie, maar die is ongeveer nergens te koop. Ach, je moet wat te wensen over houden!

zaterdag 15 oktober 2011

Voorpret Spiel 2011

Nog een klein weekje en de deuren van de Messe in Essen openen weer voor het spellenwalhalla (Spiel 2011). Ik ben erg druk geweest met de verhuizing en heb daarom wat minder tijd dan normaal besteed aan het verkennen van de vele spellen die uit gaan komen. De lijst met Spiel releases op BGG is weer ongelofelijk lang. Ik heb hem een paar keer gelezen, evenals de lijst op Bordspel.com. Verder heb ik wat Geeklistjes voorbij zien komen met wensenlijstjes van andere BGG-ers. En op basis hiervan heb ook ik een lijstje met spellen die een grotere kans maken om mee naar huis te gaan gemaakt.

Omdat er zo ontzettend veel spellen zijn en de tijd nog beperkter was dan andere jaren, ga ik vooral af op het uiterlijk van de doos (sommige illustraties spreken me nou eenmaal meer aan dan andere), het thema van een spel (ik zal vast verklappen dat het thema dorp dit jaar hoog bij mij scoort), en de reputatie van de Uitgever en Auteur. Op basis van deze zeer onzorgvuldige methode waarmee ik vast pareltjes van spellen mis, ben ik tot de volgende shortlist gekomen:

Freitag
Ik heb een zwak voor Friedemann en er moet wel veel zijn wat me aan een spel tegen staat, wil ik het niet meenemen. Met Freitag is niets mis. Enige twijfelpuntje is nog dat ik zou kunnen wachten op de Nederlandse versie die aangekondigd is voor volgend jaar. Maar dat is nog wel lang wachten. Als het spel er niet te taalafhankelijk uit ziet, dan ga ik deze meteen meenemen.

Power Grid First Sparks

Het andere grote spel van Friedemann is gebaseerd op zijn topper Funkenschlag en gebaseerd in een historische periode die mij zeer aanspreekt. Ook die gaat dus zeker mee. Ik ben erg benieuwd naar deze variant. Er is ook nog een uitbreiding voor Funkenschlag zelf (een robot).Vaak heeft Friedemann als beursaanbieding dat als je al zijn nieuwe spellen in één keer koopt dat je een kleine korting krijgt. Grote kans dat de robot op die manier ook mijn rollator terecht gaat komen.

Hawaï
Hans im Gluck maakt voor Spiel eigenlijk nooit heel veel bekend over zijn nieuwe spellen. Het nieuwe grote spel van hen heet Hawaï. Hans im Gluck heeft wat mij betreft een goede neus voor mooie spellen en op basis van die reputatie is de kans groot dat dit spel mee mag (natuurlijk wel op voorwaarde dat het er een beetje mooi uitziet).

Uitbreiding Stone Age
Hans im Gluck brengt verder nog een uitbreiding voor Stone Age. Stone Age hebben Niek en ik met veel plezier gespeeld dus die uitbreiding gaat in principe mee naar huis. Dealbreakers zouden kunnen zijn als de eerste berichten negatief gaan zijn of als de prijs/materiaal verhouding nergens op slaat.

Star TrekReiner Knizia heeft een coöperatief spel gemaakt dat zich afspeelt in het Star Trek Universum. Nou heb ik een heel warm plekje in mijn hart voor Star Trek en dat maakt dit spel heel aantrekkelijk. Van de naam Knizia krijg ik bovendien ook geen knikkende knietjes, dus dit spel mag mee. Ik weet dat er ook nog een paar andere Star Trek spellen recent zijn uitgekomen, maar deze heeft de grootste aantrekkingskracht op me.

Helvetia

Er komen dit jaar opvallend veel spellen uit die zich afspelen in dorpen. Drie ervan spreken me erg aan. Zou het er iets mee te maken hebben dat ik zelf nu in een dorp woon? De eerste is in ieder geval Helvetia. De doos vind ik niet super mooi, maar dat hij van Kosmos is maakt veel goed. Kosmos slaat de plank ook echt wel eens mis, maar de kans op een echt slecht spel is bij zo’n mega uitgever toch altijd een stuk kleiner dan bij kleinere uitgevers.

Ora et LaboraOok Uwe Rosenberg heeft zich op het dorp gestort. De vormgeving lijkt erg op Agricola dus dat is een plusje. En Uwe zelf is natuurlijk een plus. Ik vond Loyang wat minder leuk, maar de andere grote spellen van hem heb ik met veel plezier gespeeld. Ora et Labora schijnt een beetje Le Havre-achtig te zijn. Maar dan dus met een aansprekender thema (al kon ik het wel waarderen dat de uitgever als gadget kaartjes weggaf met boten met namen, waaronder een boot met de naam Dagmar. Ora et Labora heeft mijn interesse in ieder geval gewekt.

Village (Das Dorf)

Het derde dorp-spel waar ik warme gevoelens voor koester heet Village en wordt uitgegeven door Eggert Spiele. Eggert Spiele heeft de laatste jaren ook laten zien een goede neus te hebben voor goede spellen. De looks van dit spel spreken me ook nog eens heel erg aan. Maar ja, misschien is het wat overdreven om drie spellen over het leven in een dorp te kopen.

En natuurlijk zijn er nog wat andere spellen die mijn aandacht in meer of mindere mate hebben, zoals Small World Underground, Glory to Rome, de uitbreiding van Ghost Stories en de uitbreiding voor Ticket to Ride.

Ook dit jaar zal ik dus zeker niet met lege handen thuis komen. Naast deze spellen op de radar, zijn er nog de koopjes waar zo maar een lekkertje tussen kan zitten, de spellen die ik misschien ter plekke kan proberen en die leuk genoeg blijken te zijn voor een aanschaf, spellen die vanuit het niets hoog in de populariteitspolls komen te staan of spellen die in het echt er veel aantrekkelijker uitzien dan op het scherm. Ik ben benieuwd!

donderdag 13 oktober 2011

Spiel preview (toch maar)

Het is weer echt herfst en dat betekent dat het leukste evenement van het jaar er weer aankomt. Dat zou het hart van iedere spellenliefhebber sneller moeten laten kloppen. Toch knaagt er iets, en dit jaar niet voor het eerst. Als ik naar de (lange, lange) lijst van nieuwe spellen bekijk vind ik daarop welgeteld nul (0) spellen waarvan ik denk: wow, die moet ik spelen/kopen. Nou ja, Dominion: Hinterlands dan, maar het is wel een beetje sneu als je alleen naar een uitbreiding echt uitkijkt.

Misschien word ik blasé of een azijnpisser, feit is dat ik de laatste tijd geen enkele moeite meer heb om spellen te laten liggen. Het helpt ook niet dat mijn spellenverzameling inmiddels al veel te groot begint te worden. Ik zit niet te wachten op weer een paar dozen erbij die ik misschien drie keer zal spelen en vervolgens jaren niet. Ik ben dus al wat makkelijker geworden in het direct dumpen van spellen die, hoe aardig ze ook mogen zijn, weinig aan mijn verzameling toevoegen. Maar dat is een onderwerp voor een andere keer.

Met die kritische kanttekening in het achterhoofd heb ik de lijst braaf doorgeploegd en vond daarbij maar liefst drie titels die me een mogelijke dan wel waarschijnlijke aanschaf waard lijken:

Tournay
Van de uitgevers, auteur en vormgever van Troyes, een van de leukste spellen van de vorige jaargang. Dat geeft het spel al een pre. Afgaand op de beschrijving klinkt dit als een boeiend kaartspel dat werkverschaffing combineert met het maken van combo's. Ik ben niet de enige die er zo over denkt, dus ik gok dat dit spel hoog zal scoren in de populariteitslijstjes.

The City
Een kaartspelletje van Tom 'Race for the Galaxy' Lehmann. Sinds Race ben ik vrijwel ieder spel van hem geïnteresseerd, niet altijd met evenveel succes. Maar The City klinkt als een (sterk) vereenvoudigde versie van Race en het Puerto Rico kaartspel, dat nog vlotter wegspeelt. Voor de prijs van een Amigo-kaartspelletje kan ik me daar nauwelijks een buil aan vallen.

Kingdom Builder
Ook hier ga ik voornaleijk af op de naam van de auteur, namelijk Donald Vaccarino (u weet wel, van Dominion). Wordt hier en daar al vergeleken met Heersers der Woestijn, een van mijn favoriete Knizia's. Maar de prijzen van Queen zijn de laatste jaren zo belachelijk hoog (ik verwacht dat ze hier minstens €45 voor vragen) dat ik deze zeker eerst wil proberen.

En dat was mijn Spiel-preview. Nederlandse uitgevers schuif ik even door naar latere beurzen (al laat ik me graag verleiden door de mythische lege demotafel). De Frieses, Rosenbergjes en Wallaces laat ik uiteraard voor wat ze zijn en het enige soort-van-nieuwe grotere Kniziaspel spreekt me ook niet echt aan. Star Trek: Expeditions is een coöperatief spel, waarvoor ik sowieso al nauwelijks medespelers kan vinden (In de Ban van de Ring iemand? Pandemie dan misschien?) en een Trekkie ben ik ook niet echt. Misschien dat ik een Star Trek-fan in de omgeving zo gek krijg.

Maar op Spiel is gelukkig meer te krijgen dan alleen het allernieuwste. Naar sommige spellen van vorig jaar of eerder dit jaar ben ik misschien nog wel meer benieuwd dan naar de hierboven genoemde drie. Ik noem:

Ascension: Chronicle of the Godslayer: heb ik vorig jaar laten schieten als zijnde een mogelijk te oppervlakkige Dominion-kloon, maar ik geloof dat ik dat moet herzien. Speelt vlotter weg dan Thunderstone en is bij uitstek geschikt voor twee. Ga ik graag proberen en als het bevalt mag het mee. En anders kan het altijd nog op de iPad.

Glen More: houd ik al een tijdje in de gaten en kan niet anders zeggen dat het een spel lijkt dat het hier thuis erg goed zou doen. Is alweer mee dan een jaar oud, dus die zal nergens te proberen zijn. Ongezien kopen dan maar.

Minen von Zavandor: dwergen op pad sturen om edelstenen te verzamelen en daarmee opdrachten vervullen. Klinkt erg als Silberzwerg, dat ik nog steeds een leuk spel vind. Deze variant maakt gebruik van (blind) bieden en ruilen en daar ben ik niet vies van. Bovendien zijn mijn geekbuddies enthousiast en kost het nog geen 25 euro. Kom daar nu op Spiel nog maar eens om.

Paris Connection: hier aasde ik vorig jaar al op, maar door problemen bij een drukker was deze bij lange na niet op tijd beschikbaar. Hoe meer ik hierover lees, des te leuker het me lijkt. Enige bezwaar: ga ik 45 euro neertellen voor een kort tussendoortje? Hetzelfde geldt voor German Railways, dat volgens John Bohrer echt op Spiel zal verschijnen, maar daar heeft zich al een koper uit mijn omgeving voor aangediend.

Ruhm für Rom: Glory to Rome is het eerste spel dat ik echt niet heb gekocht vanwege de beroerde vormgeving. Dat, en de wetenschap dat er binnenkort een bijgewerkte en aanzienlijk verfraaide versie van zou verschijnen: Uchronia. Maar door juridische haarkloverijen staat dat op losse schroeven. Gelukkig heeft Lookout nu een fraaiere Duitse versie van GtR uitgegeven die nog goedkoper is ook. Helaas wel veel Duitse tekst op de kaarten, maar met al die reserveduitsers (Limburgers en Groningers) in mijn spellenkring moet dat geen probleem zijn.

En Hinterlands? Als ik dit jaar nog maar één spel mocht kopen zou het dat zijn. Maar omdat daar deze maand nog een Nederlandse versie van verschijnt durf ik mijn aankoop nog wel uit te stellen tot na Spiel. Heus, ik kan het.

dinsdag 11 oktober 2011

Inloopkast

Elk meisje wil er één en ik heb hem: een heuse inloopkast. In de mijne vind je alleen geen kleren en schoenen, maar spellen. Heel veel spellen.

Een kleine maand geleden hebben we de sleutels van ons nieuwe huis gekregen en ruim een week geleden zijn we verhuisd. In het vorige huis stonden mijn spellen verspreid over meerdere kasten en meerdere verdiepingen. Sommige spellen stonden zelfs in verhuisdozen in een donker hoekje weggestopt omdat de kasten vol waren. In ons nieuwe huis, hebben we van een studeerkamertje een heuse inloopspellenkast gemaakt. Kwestie van magazijnrekken halen, ze in elkaar zetten en ze vullen met spellen. Al mijn spellen staan nu weer netjes bij elkaar. Ik ben er super blij mee. Nu nog tijd vinden om ze te spelen, maar dat gaat vast lukken nu de verhuizing zo goed als achter de rug is. Ik hoop dat de frequentie van mijn bijdragen aan deze site dan ook weer omhoog gaat.

Linkerkant spellenkamer

Kast aan de rechterzijde van de kamer

Alle kolonisten verzamelen

Het groene hoekje

Pret voor twee

Kaartspellen in een ladeblokje

zaterdag 1 oktober 2011

Gespeeld in september

September was weer een echte Dominion-maand. Het spel was goed voor meer dan de helft van de gespeelde potjes. Dat kwam vooral dankzij Cornucopia, dat ik deze maand eindelijk in bezit kreeg. En de Walled Village niet te vergeten natuurlijk :-)
Helaas speelde ik niet echt bijzonder leuke nieuwe spellen deze maand. Van de vier wijs ik dan maar een kinderspel aan als leukste nieuwe spel, maar dat kan ook door het gezelschap komen.

Heroica
Ik heb er natuurlijk al een recensie over geschreven en veel valt daar niet aan toe te voegen. Ik heb de set Fortaan en Waldurk gespeeld, de andere sets heb ik nog niet in een winkel zien liggen. Ze zijn vrij inwisselbaar, met als belangrijkste verschil dat het grotere (en duurdere) Fortaan wat meer Lego bevat. Met kinderen een prima dungeoncrawl, maar voor het echte werk moet ik ze nodig aan de Heroquest krijgen. Dat heeft alleen als nadeel dat het eigenlijk niet zo geschikt is voor twee, waar Heroica dan weer geen last van heeft.
Andere nieuwe spellen:
Hex: een go-achtig spel waarbij je om beurten een steen op een raster plaatst en als eerste de twee overliggende zijden van het bord moet zien te verbinden. Daar, ik heb de regels in één zin uitgelegd. Het is zo snel als het simpel is. Gelukkig niet zonder de nodige diepgang, met één nadeel: als beide spelers een beetje geoefend zijn wint de startspeler. Daar is wel een ingenieus truukje op bedacht, maar als je zover bent kun je misschien beter overstappen op go. Met kinderen lijkt me dit bij wijze van introductie nog wel een aardig abstract spel.
Discworld: Ankh-Morpork: Wallace doet Discworld. Tja, dan verwacht je natuurlijk een spel waar het thema er dik bovenop ligt. Dat krijg je ook, als je tenminste niet te goed kijkt. Normaal brengt Wallace chroom in zijn spellen aan door middel van overbodige, wollige of gekunstelde regels om de speler het thema maar in de neus te wrijven. In Discworld gebruikt hij de klassieke Amerikaanse benadering: als je er maar genoeg kaarten tegenaan gooit met namen en illustraties die bij het thema horen, geloven de mensen vanzelf dat het thema 'er vanaf druipt'. Dat klinkt wat zuurder dan is het is, want ik heb wel om de kaarten gelachen. Ze zijn een feest der herkenning voor zelfs de kleinste Discworldfan zoals ik.
Het spel zelf is er een van onvervalste chaos. Je kunt alleen winnen als jouw overwinningsvoorwaarde aan het begin van je beurt geldt. Die moet je dus zien te bereiken tijdens je beurt en dan hopen dat de anderen te slecht opletten om daar iets aan te doen. Allemaal niet zo serieus dus, maar doe mij toch maar dit in plaats van een gedrocht als Automobile.

Fortuna: het nieuwe spel van The Game Master speelde ik op Spellen aan Zee. De titel is juist gekozen: geluk speelt een grote rol in het gooien van de dobbelstenen. Daar moet je tegen kunnen, maar je kunt er ook wel een beetje omheen spelen. Het spelidee is dat je iedere beurt een kaart mag kiezen om te spelen. Die kaart moet wel voor je liggen, dus je moet 'm in een vorige beurt al van een andere speler hebben genomen. Na het spelen ruil je deze kaart met kaart van een ander. Twee beurten achter elkaar dezelfde actie uitvoeren kan dus niet. Je moet je acties goed timen en ook de volgorde in de gaten houden. Uiteraard kunnen je medespelers je plannen in de war sturen, wat weer een extra bron van chaos oplevert. Na je actie gooi je je dobbelsteen om te zien wat voor belasting je 'mag' betalen. Hoog gooien is vaak beter dan laag. De prijs is dan wel hoger, het kan ook meer opleveren. Gelukkig kun je dobbelstenen bijkopen en je geluk op andere manieren beheersen. Het belangrijkste zijn de bonuskaarten, die vooral veel extra punten kunnen opleveren. Zoveel zelfs dat in mijn potje de winnaar meer dan de helft van zijn punten scoorde met bonuspunten. Iets om de volgende keer in de gaten te houden dus.
Mijn eerste indruk was er een van chaos en onvoorspelbaarheid. Ik vond het intrigerend genoeg om nog eens te willen spelen, maar vooralsnog is het niet om mijn verlanglijst verschenen.