donderdag 28 april 2011

I did it!

Ik heb de lege dozen van Dominion, Thunderstone en de uitbreiding op Pandemie weggegooid!

Ik ben nogal een hamsteraar (de 7-regel uit kolonisten is mij een doorn in het oog) en ben dus niet zo goed in weggooien. Toen ik mijn eerste stappen in de spellenwereld zette, vond ik het zelfs moeilijk om de stansramen weg te gooien. Daar ben ik al een hele tijd over heen, maar ik vind het ergens nog steeds zonde om mooie spellendozen weg te gooien, zelfs als ze leeg staan te verstoffen op zolder.

Ons huis staat alleen te koop (al langer dan ons lief is) en morgen komen er kijkers. Ik heb daarom vandaag de knoop doorgehakt en de lege dozen in de container gegooid. Alle beetjes helpen per slot van rekening om ons huis er zo leuk mogelijk uit te laten zien. Nu maar hopen dat de kijkers het huis net zo leuk vinden als wij. Inderdaad we vinden ons huis nog steeds leuk, we willen alleen liever wat dichter bij Nieks werk gaan wonen zodat hij minder reistijd heeft en wij dus meer tijd over houden om bijvoorbeeld spelletjes te spelen.

woensdag 27 april 2011

Zuiderspel 2011

Op tweede paasdag stond Zuiderspel op het programma. Samen met Niek en Peter Hein lieten we ons door het extreem lekkere weer niet tegenhouden om een dagje spellen te gaan doen. De beurs werd georganiseerd in een voormalig Philips gebouw in Eindhoven.

De ruimte was een aangename verrassing. Je kon het industriële verleden van het gebouw nog goed zien aan de gebruikte materialen. Ik houd daar wel van. Maar het grootste voordeel van de ruimte waren de enorme ramen waardoor het zonlicht lekker naar binnen stroomde. Veel beurslokaties moeten het zonder zonlicht doen, maar een ruimte met buitenlicht voelt fijner. De temperatuur was ook aangenaam.

Nadat we een verkenningsrondje hadden gelopen, schoven we aan bij 999 games voor een potje Vlotte Geesten. Dit is een reactiespelletje waarbij telkens een kaart omgedraaid wordt je en je vervolgens op basis van de afbeelding van de kaart moet
bepalen wat je moet doen. Allereerst moet je bepalen of je een voorwerp moet noemen (er staat een boek op het plaatje) of dat je het moet pakken (er staat geen boek op het plaatje). Daarna moet je bepalen welk voorwerp je moet noemen of pakken. Als een voorwerp in de juiste kleur staat afgebeeld, dan moet je dat voorwerp pakken/noemen. Als dit niet het geval is moet je bepalen welk voorwerp ontbreekt door te kijken welke kleur niet gebruikt is en welk voorwerp niet op de kaart staat. Dit laatste is een iets complexere variant van Oeps, Mis!. In het begin vonden we het nog knap lastig om te bedenken wat we moesten doen, maar het ging al snel beter. We hebben veel lol gehad en ik vond dit het leukste spel dat ik op de beurs gespeeld heb.

Na Vlotte Geesten gingen we op zoek naar een ander spel. De keus viel op Norenberc. Peter Hein en ik hebben dit spel al een keer gespeeld, voor Niek was het de eerste
keer. In Norenberc moet je proberen goederen te kopen, verkopen en gebruiken om de steun te krijgen van burgers en handwerklieden. De eerste keer dat ik het spel speelde vond ik het behoorlijk ingewikkeld en wist ik niet zo goed wat ik moest doen. Ondanks het thema is het namelijk best een abstract spel. Ik merkte dat ik nu al een stuk beter wist wat ik moest gaan doen en hoe ik kon anticiperen op de eindtelling waarbij je voor van alles en nog wat punten krijgt. Niek pakte het spel snel op, maar maakte wel een aantal beginnersfouten. Zoals hij zelf zij: als hij het spel nog een keer zou doen, dan zou hij sommige dingen anders gedaan hebben. Vooral het belang van geld moet je een keer ervaren voor je het door hebt. Norenberc had op ons alledrie een goede indruk gemaakt. Niek had het zelfs het leukste spel van de beurs gevonden.

Het was inmiddels tijd voor lunch. Peter Hein had keurig zijn bammetjes thuis al gesmeerd, maar Niek en ik hadden er op gegokt dat er wel iets te eten zou zijn. Dit bleek te kloppen. Je kon achter in de zaal voor zeer schappelijke prijzen broodjes kaas, ham, salami, hamburger of saté krijgen. De broodjes hamburger waren al op en dus gingen wij voor de saté. Het smaakte ons prima.

Na de lunch gingen we weer op zoek naar een spel om te doen. De keus viel op Antics!
Dit is een spel van de Fragor-broers waarin je in de huid kruipt van een mierenkolonie. In je beurt heb je drie acties die je mag verdelen over je mierenhoop. Hoe hoger de actie die je kiest ligt, hoe vaker je hem mag uitvoeren. Je kan bijvoorbeeld nieuwe mieren krijgen (via eieren), deze mieren op het bord zetten,
prooien laten verslepen of bouwen aan je mierenhoop. Het doel is om zoveel mogelijk punten te scoren door prooien en blaadjes in je mierenhoop te verwerken. Het spel zag er mooi uit en de manier waarop de prooien op de miertjes geklemd konden worden was goed bedacht. Ik vond het wel een beetje vreemd dat de mieren op hun rug leken te liggen, maar misschien moet ik daar gewoon niet te veel over nadenken. Het was een leuk spel om een keer gedaan te hebben, maar we waren er niet kapot van. Leuk voor een keertje, maar vaker hoeft niet.

Toen we klaar waren met Antics! was op een aangrenzend tafeltje Troyes vrijgekomen. Peter Hein had dit spel al een keer gespeeld, voor Niek en mij was het nieuw. Ik was wel nieuwsgierig omdat op BGG veel lovende verhalen over Troyes te vinden zijn. Dat het uitleggen van een spel best lastig kan zijn, werd zeer overtuigend gedemonstreerd door de eerste uitlegger. We begrepen niets van wat de beste man
probeerde duidelijk te maken. Gelukkig werd hij afgelost door een jongedame die het er een stuk beter vanaf bracht. In Troyes zet je Meeples (de poppetjes uit Carcassonne) in die je het recht geven om bepaalde acties uit te voeren. De Meeples zijn vooral belangrijk omdat ze bepalen hoeveel dobbelstenen van welke kleur je krijgt. Deze dobbelstenen kan je vervolgens op het bord in gaan zetten om bijvoorbeeld geld te krijgen, extra meeples te plaatsen of overwinningspunten te kopen. Omdat de uitleg zo warrig was geweest, duurde het een tijdje voor ik doorhad hoe het spel in elkaar zat. Niek kwam ook langzaam op gang. Peter Hein was het meest gericht aan de slag van ons drieën. Gaandeweg werd het spel steeds duidelijker en daardoor steeds leuker. Ik denk dat Troyes een spel is dat je een paar keer moet doen om het helemaal te begrijpen en dat het dan pas echt tot zijn recht komt. Mijn eerste indruk was positief, maar ik was nog te veel bezig met de regels om het spel echt leuk te vinden. Peter Hein had Troyes het leukste spel gevonden dat we op de beurs hadden gedaan.

Na Troyes vonden we dat we wel genoeg gespeeld hadden. We hebben nog een rondje langs de vele verkoopstandjes gelopen. Ik heb me niet laten verleiden (heeft iets te maken met de hoeveelheid ongespeelde spellen die nog in de kast staan), maar Peter Hein ging voor de bijl voor een Dungeons & Dragons bordspel.

Dit was mijn eerste bezoek aan Zuiderspel en dat is me goed bevallen. De beurs was aangenaam ruim opgezet. Er was veel ruimte om spellen te doen en de tafels stonden niet te dicht op elkaar. Het was druk genoeg om de zaal gevuld te krijgen, maar niet zo druk dat er te weinig te kiezen over blijft. Het winkelaanbod was prima, met zelfs een paar aanbieders van tweedehands spellen (al vond ik die wel heel pittig geprijsd). Ook de toiletten, parkeerplekken en hapjes/dankjes waren goed geregeld. En de ruimte was zoals ik al aangaf heel prettig door de grote ramen. Als er een vierde editie gaat komen, ga ik absoluut mijn best doen om er bij te zijn!

Zie voor nog wat foto’s van de organisatie zelf: https://picasaweb.google.com/115474468008501460418/Zuiderspel2011DeSpellenbeursVanZuidNederland?feat=directlink#

vrijdag 22 april 2011

De hoogste tijd voor Hoogspanning!

Gisteren heb ik met drie collega’s Hoogspanning gespeeld. Hoogspanning komt wat mij betreft veel te weinig op tafel. Dat komt doordat het spel best lang kan duren, doordat je er tenminste met zijn drieën voor moet zijn en vooral natuurlijk omdat ik een Goldmember van The Cult of the New ben.


Om de speeltijd een beetje in te perken had ik het bord van de Benelux meegenomen. Daar zijn de verbindingen erg kort (dat krijg je in kleine landjes) en verdwijnen minderwaardige fabrieken sneller zodat je ook sneller efficiënte stroomopwekkers kan aanschaffen. In Nederland bleken olie en steenkool het best verkrijgbaar, terwijl uranium en afval tamelijk schaars bleven.

Het leuke van Hoogspanning vind ik dat het spel dat het allemaal zo logisch in elkaar grijpt waardoor je het ook kan spelen op basis van een beetje intuïtie. Het loont absoluut om alles door te rekenen en dit vergroot vast je kansen op de winst, maar ook met gewoon een beetje natte vinger werk kom je een heel eind. Zeker als je het spel vaker hebt gedaan en je daardoor een aantal aandachtspuntjes in de gaten houdt.


Het grootste aandachtspunt is: beteugel je hebzucht. Dit is natuurlijk altijd en overal een goed advies, maar in Hoogspanning een must om het goed te doen. Het is meteen ook de vuistregel die ik het lastigst in de praktijk gebracht krijg. Het gaat vooral mis bij het veilen van de fabrieken. Regelmatig worden er juweeltjes van fabrieken geveild die je op het betreffende moment nog niet nodig hebt en dus niet moet kopen. Zeker als je al drie fabrieken hebt, betekent een nieuwe fabriek aanschaffen dat je een oude moet vernietigen en je dus zeker moet weten dat je de investering terug gaat verdienen. En goede fabrieken zijn meestal ook fabrieken met hoge nummers waardoor je achteraan in de grondstofkopersrij staat. En ook dat kost je geld. Het is mij in het verleden regelmatig overkomen dat ik fabrieken niet kon weerstaan die ik al weer verving door andere fabrieken die ik niet kon weerstaan voor ze ook maar één stad van stroom hadden voorzien.

Met het beteugelen van je hebzucht hangt ook het streven naar geleidelijke groei. Je moet investeren in dat gebied waar je het slechts in staat. Het heeft geen zin om grote voorraden grondstoffen aan te houden als je ze niet kan gebruiken omdat je te weinig steden hebt aangesloten op je netwerk. Ook niet als de grondstoffen goedkoop zijn of je daardoor de prijs voor je concurrenten zo lekker op kan drijven. Houd continue in de gaten wat je zelf nodig hebt om te groeien. In het begin van het spel gaat groei erg langzaam, als je gemiddeld elke ronde een extra stad op je netwerk kan aansluiten en van stroom voorzien, dan doe je het heel goed.

Bij de aanschaf van fabrieken is het ook verstandig om te kijken wat voor type fabrieken de anderen hebben en welke grondstoffen dus veelgevraagd zullen zijn. Als iedereen olie-slurpers heeft, is het verstandig om als enige voor vuilnisverbranders te gaan. De winst op het leveren van stroom wordt per slot van rekening bepaald door de kosten van je fabriek, de kosten van je netwerk én door je verbruikte grondstoffen.

Het is ook heel belangrijk om te weten wanneer je moet stoppen. Dit is niet alleen tijdens de veilingen van belang (wat is die fabriek je waard), maar ook op de momenten dat je moet beslissen hoeveel steden je van stroom wilt voorzien. Als je precies evenveel steden als stroomoutput hebt is het natuurlijk makkelijk: doen. Maar als je een fabriek die vier steden van stroom kan voorzien en daarvoor 3 dure olie verstookt moet inzetten om één stad van stoom te voorzien, dan zou het wel eens heel verstandig kunnen zijn om dat niet te doen.


Zorg er verder voor dat je tijdens het spel niet ingebouwd raakt (al is het wel weer leuk om anderen in te bouwen). Niets rotter dan in een uithoek van het bord te zitten met daarom heen steden die allemaal al aangesloten zijn op de netwerken van anderen. Het wordt dan een hele dure grap om door de “vijandelijke” linies heen te graven naar een vrije stad. Als je toch vastloopt, vraag je dan ook af of je deze fase niet gewoon even uit moet zitten totdat iemand er voor zorgt dat het spel naar de volgende ronde gaat en hamster je geld tot dat moment om dan onmiddellijk hard en genadeloos steden te gaan aansluiten (in dat geval kan het wel handig zijn om alvast een fabriek en grondstoffen aan te schaffen om die steden van stroom te kunnen voorzien).;

De laatste tip is dat je je er van bewust moet zijn dat de eerste fase vaak langer duurt dan de tweede en derde fase bij elkaar. Vooral de derde fase is vaak in één of twee beurten gepiept en daar moet je op voorbereid zijn door voldoende fabriekscapaciteit en grondstoffen te hebben om in de laatste beurt te vlammen. Dit betekent ook dat je op het eind wat minder voorzichtig moet zijn met het aanschaffen van te grote fabrieken. En het kan ook betekenen dat je in de voorlaatste beurt bepaalde fabrieken niet laat draaien als je vreest dat de grondstof die je nodig hebt voor die fabriek in de laatste ronde wel eens niet meer te krijgen zou zijn.

Een handige toevoeging aan het spel is trouwens om het papieren geld te vervangen door pokerfiches. Ik heb dit zelf nog niet gedaan (staat op mijn to do lijst), maar Eugène bijvoorbeeld wel en ik moet toegeven dat dat een stuk prettiger speelt.

Ik heb gisteren in ieder geval een leuke avond gehad en mijn collega’s volgens mij ook. Ik had gewonnen op de tiebreaker met één geld meer dan de nummer twee al had de nummer drie kunnen winnen als ze had doorgehad dat geld de tiebreaker was en ze dus realistischer had geboden op haar laatste fabriek. Ik ben al bezig om nog een Hoogspanning avond te regelen op kantoor, ik hoop dat het lukt!

zondag 17 april 2011

Taipan for two

Iets meer dan een jaar geleden werd ik de bezitter van een iPhone. Het is het soort apparaat waarvan als je hem eenmaal hebt, je afvraagt hoe je het ooit zonder hebt gedaan. Niek was ook al snel gecharmeerd van mijn iPhone en toen het abonnement van zijn mobiele telefoon afliep koos hij dus ook voor een iPhone. En om ons leven nog “appeliger” te maken kreeg ik met kerst een iPad van Niek (en krijgt hij op zijn beurt binnenkort een iPad van zijn baas). Nou gebruiken we de apparaten vooral veel solo (internetten, een spelletje doen, informatie opvragen of bellen), maar sinds kort spelen we samen taipan.


Via de blue tooth functie zoek de verschillende apparaten contact met elkaar en op die manier kunnen we samen tegen Alex en Chris spelen. Wat een genot om niet langer te hoeven spelen met Becky!

We hebben Alex en Chris op de slimste settings gezet en die geven ons nu goed tegenstand. We vermoeden zelf dat ze hun spel op elkaar afstemmen en dat ze stiekem in onze kaarten kijken! Als je zelf uit bent, mag je namelijk meekijken met de andere spelers; je ziet welke kaarten ze nog hebben en welke kaarten ze uitspelen. We maken regelmatig mee dat we elkaar “nat” zien gaan omdat Alex en Chris niet de meest logische kaarten uitspelen maar iets onlogisch waarmee ze in die situatie wel eerder uitgaan. Heel frustrerend.

Nou zouden we dit gedrag natuurlijk over kunnen nemen door bijvoorbeeld te overleggen over welke kaarten we aan het begin doorgeven of door tijdens het spel te overleggen met welke kaarten we uit komen, maar zo zijn wij niet. Nee, echt! Wij spelen niet vals, zelfs niet een beetje. En dat eerlijkheid loont, blijkt waar te zijn want we hebben beide potjes gewonnen. Het waren beide keren zwaar bevochten overwinningen, maar dat maakt het alleen maar leuker!

zaterdag 16 april 2011

Bridge

Een paar jaar geleden speelde ik voor het eerst bridge. Dat was bedoeld voor spelers van alle niveaus, maar de praktijk was weerbarstig. Ik zat aan tafel met drie grijze ervaren bridgers, die weinig coulance kenden met een onervaren speler als ik. Eentje reageerde zelfs geïrriteerd toen de uitlegger mij wat tips wilde geven. Dat moest ik zelf maar uitzoeken. Hij speelde immers om te winnen, en dan zou advies aan de tegenpartij alleen maar oneerlijk zijn.

Dat was dus geen goede eerste indruk. Maar als liefhebber van slagenspellen wilde ik het natuurlijk graag nog eens leren. Het gelukkige toeval wil dat een van mijn naaste collega's een fanatiek bridger is. De spellen die ik normaal speel hebben voor hem veel te veel "fratsen". En dan heeft hij het al over Kolonisten of Ra. Als echte evangelist heeft hij vruchtbare zielen natuurlijk snel in de gaten. Zo kon het er ineens van komen dat ik samen met een paar andere zoekende collega's zat te bridgen.

Voor wie er weinig van weet: bridge is in feite een standaard slagenspel dat in teams van twee gespeeld wordt. Beide teams bieden om het voorrecht om de troefkleur te mogen bepalen en gaan daarmee een contract aan over het aantal slagen dat ze moeten halen (van de 13). Voor wie wel eens een slagenspel gedaan heeft is het halen van slagen bekende kost, zonder extra regels. Wel anders is dat de partner van de speler die de troef bepaalde geen actieve rol speelt. Hij legt zijn kaarten open en zijn partner beslist voor hem welke kaarten hij speelt.

Desondanks is bridge een razend complex spel. Die complexiteit zit in het bieden. Daar zijn onnoemelijk veel conventies voor. Sommige zijn algemeen bekend, een beetje zoals de standaard openingen van schaken. Een openingsbod van 1 harten betekent bijvoorbeeld dat je zeker 4 harten hebt, maar mogelijk ook 4 schoppen. Met latere biedingen geef je meer informatie over je hand. Al biedend probeert een team het optimale bod te bepalen, of besluit het te passen. Spelers kunnen ook hun eigen conventies opstellen en om een beetje ver te komen bij bridge is dat onontbeerlijk. Succesvolle bridgeparen hebben conventies die tientallen pagina's beslaan. Fratsen, als je het mij vraagt.

Maar intrigerende fratsen. Al die conventies geven bridge een enorm steile leercurve, veel steiler dan welk bordspel ook (mogelijk met uitzondering van hardcore wargames als ASL c.s.). Daardoor kun je bridge niet zomaar even tussendoor spelen en direct een idee hebben van wat je doet. Als je er een beetje bevrediging uit wilt halen zul je er veel tijd in moeten steken. Niet alleen in het spelen, maar in het bestuderen en verfijnen van conventies. Bridge is dus echt een 'lifestyle' spel, zoals go en schaken. Onwillekeurig dringt bij mij zich ook de vergelijking met Magic op. Daar ging vaak ook meer tijd zitten in het maken en verbeteren van decks dan in het daadwerkelijk spelen. Het is dan ook geen wonder dat bridge en Magic vooral populair zijn bij mensen met veel vrije tijd, zoals scholieren, studenten en gepensioneerden.

Aan de ene kant zou ik graag diep in de wereld van bridge willen duiken, aan de andere kant wil ik dat niet teveel ten koste laten gaan van andere spellen. Zolang mijn kinderen thuis wonen (wat gelukkig nog erg lang duurt) is een wekelijkse bridgeavond niet in de verste verte een optie. Eens in de maand klinkt al erg vaak, maar gaat het leren langzaam. Misschien moet ik maar gewoon de Bridge Baron app downloaden en het daar vaak mee oefenen (en mogelijk zelfs online spelen). Wat quality time op BSW of met de Race-AI inleveren moet niet zo'n pijn doen...

woensdag 13 april 2011

Het is maar een spelletje.........

Toen ik vorig jaar na een personeelsfeest naar huis fietste vanaf de metro, kwamen er twee jongens op een scooter naast me rijden om me de weg te vragen. Ik kende het adres waar ze naar vroegen niet en probeerde ze uit te leggen waar een plattegrond te vinden was. Op een gegeven moment vond ik dat ze wel heel dicht naar me toe kwamen rijden en zag ik een graaiend handje richting mijn tas aan het stuur gaan. Ik probeerde zo snel mogelijk te beslissen wat ik moest doen (remmen of proberen die scooter omver te schoppen), maar het was al te laat de heren besloten hun kans te wagen. Doordat ik er bedacht op was, was ik snel genoeg om zelf een ruk aan mijn tas te geven waardoor hun poging om mij te beroven mislukte. Gelukkig gingen zij er toen als een haas vandoor. Ik heb nog een flinke tijd de bibbers van dit voorval gehad. Pas toen ik door de wintertijd gedwongen werd om weer door het donker te fietsen, ging ik dat ook weer daadwerkelijk doen. En nog steeds als er een scooter of brommer achter me rijdt ben ik meteen alert, of (als het al wat later op de avond is en het rustig op de weg is) bang.

Waarom ik dit hier vertel? Omdat het eigenlijk heel raar is dat dingen die je in het echt nooit zou doen, je wel doet aan de speeltafel. Aan de speeltafel wordt door beschaafde mensen heel wat afgeroofd, platgebrand, gemoord, gelogen, bedrogen en gekonkeld. Bekijk alleen maar eens de kaarten van het kolonisten kaartspel. De zwarte ridder, handelaar, spion, rooftocht en vuurduivel hebben weinig goeds in de zin. In Machiavelli zijn de twee naarste persoonlijkheden (dief en moordenaar) vaak ongekend populair, vooral als je met kinderen speelt. Dit zijn zo maar twee voorbeelden, maar kijk eens goed naar je spellenverzameling en er je zult zien dat in een groot deel van de spellen elementen zitten die je in real life absoluut zou afkeuren.

Dit is helemaal paradoxaal als je je bedenkt dat de nieuwe generatie spellen naar verluid is voortgekomen uit de afkeer van geweld in het Duitsland van na de tweede wereld oorlog. Veel spellen uit die tijd, waren spellen over oorlogen. Het verhaal gaat dat na de tweede wereldoorlog spellen over oorlogen sociaal niet meer geaccepteerd werden. Dit is bijvoorbeeld te zien aan het verschil in de formulering van de opdrachtkaarten in Risk. Waar wij de opdracht krijgen om de rode legers te vernietigen, moeten de Duitsers de wereld bevrijden van de rode legers (of iets dergelijks). Dat bekt toch net wat lekkerder.

Duitse spellenontwerpers gingen vanwege deze aversie tegen geweld op zoek naar andere thema’s om spellen over te maken. Uit deze ontwikkeling zijn de eurogames gekomen, spellen met beperkte regels, beperkte spelduur met weinig directe agressie waarbij iedereen tot het eind een kans maakt om te winnen.

Maar spellen die alleen maar lief en aardig zijn, zijn schijnbaar toch niet leuk genoeg en daarom zit er in veel spellen een snufje anti-sociaal gedrag. En ik speel deze spellen ook met plezier, al vind ik ook aan de speeltafel spellen waar je elkaar niet direct aanvalt, leuker dan spellen waar je continue van elkaar moet stelen e.d. Vooral als je jouw acties moet gaan gebruiken ten koste van iemand die toch al achterstaat, dan vind ik dat niet leuk om te doen. Ik kan me de frustratie van die speler te goed voorstellen. Het is maar een spelletje, maar dat wil wat mij betreft niet zeggen dat je daarom geen rekening meer met elkaar hoeft te houden. Als je het te bont maakt aan de spellentafel, zou je anders wel eens geen tegenspelers meer over kunnen houden!

dinsdag 5 april 2011

Gespeeld in maart

Maart was een maand vol spellen, met 117 potjes verdeeld over 37 verschillende spellen. Uiteraard was Dominion weer het vaakst gespeelde spel (24x). Het leukste nieuwe spel uitkiezen was niet zo moeilijk:

Glory to Rome
Dit is een combokaartspel zoals Race for the Galaxy en Dominion. Het moet wel gek lopen als ik dat niet leuk vind. Glory to Rome blijkt ook erg leuk (zie hier). Na ruim tien potjes is de ergste chaos er wat af, maar het blijft een spel dat alle kanten op kan schieten. Om het goed te kunnen spelen moet je de gebouwen wel een beetje kennen. De sweet spot is waarschijnlijk drie spelers. Met meer wordt de chaos te groot, met twee kan het snel gebeuren dat de ene speler de andere met een combinatie aan gebouwen klem zet. Nog niet zo leuk als Race en Dominion, maar waarschijnlijk wel top-20 materiaal.

Andere nieuwe spellen, in aflopende volgorde van speelplezier:

Phoenicia: hiervan heb ik jaren geleden een aantal proefrondjes gespeeld op Spiel. Door de warrige uitleg liet het een wat vreemde indruk achter, maar het intrigeerde me wel. Inmiddels aangeschaft en gespeeld. Dit is eigenlijk een heel eenvoudig kaartspel dat zich voordoet als bordspel. De administratie is misschien nog het ingewikkeldst. En oh ja, waar je op moet bieden en hoeveel. Ik probeerde weer eens voor de punten te gaan en mijn inkomen wat te negeren. Bij Brass lukte dat net, hier ging ik de laatste ronde de mist in. Zou ik graag nog eens doen, lijkt me een spel dat je met een beetje ervaring makkelijk in drie kwartier klaart.

Biblios: lovende verhalen op BGG en een fraaie vormgeving deden me hier al lang naar uitkijken. Bij Ducosim gekocht en inmiddels tien keer gespeeld. Dit is een vlot en luchtig spelletje rond het verzamelen van setjes. Speelt met twee erg anders dan met vier. Kan niet tippen aan bijvoorbeeld Lost Cities of het Keltis kaartspel, maar is zeker de moeite waard.

1655-Habemus Papam: Zoals gebruikelijk hadden mijn medespelers van alles aan te merken op de vormgeving, maar voor de doos hadden ze wel een punt. Het spel zelf was best OK. Een beetje blind bieden zoals in Edel, Stein & Reich, maar dan net ietsje minder leuk. Moet vaker op tafel komen om echt een oordeel kunnen te vellen.

Stich-Meister: Friedemann waagt zich weer eens aan een slagenspel en het resultaat is dit. Door de wisselende regels heeft het wel iets van Fluxx, maar gelukkig blijven de regels tijdens een hand wel hetzelfde. Dat heeft wel iets, maar zorgt er ook voor dat je iedere hand een ander spel lijkt te spelen. Het sterke van slagenspellen is juist dat naarmate je het vaker speelt, je meer dingen ontdekt en bijleert. Bij Stich-Meister is dat bijkans onmogelijk.

TransEuropa: exact hetzelfde als TransAmerica, maar dan met een andere kaart. Toch ben ik erg blij met mijn exemplaar, want dit lijkt me iets dat ik over niet al te lange tijd met de kinderen kan spelen. Het eerste potje was niet zo'n succes, maar dat kan komen.

Bunny Hop: een simpel kinderspelletje in een enorme doos. Roll-and-move met kaarten. Ik speel liever wat anders met ze. Toch gedaan omdat het in de jeugdherberg lag en ze het graag wilden doen.

Huisje Boompje Beestje: mens-erger je niet, maar dan met plaatjes in plaats van cijfers. Zie ook Bunny Hop.