zaterdag 26 februari 2011

Een week vol spellen, een hoofd vol gedachten

In de afgelopen week heb ik enorm veel spellen gedaan. Het begon al vorig weekend doordat Niek me ter wille was door op zondag 3 spellen met me te doen: Scrabble, Famiglia en Ticket to Ride Scandinavië met de Alvin & Dexter uitbreiding. Vervolgens kwam de dinsdagavond waarop ik bij Wendy ben geweest en we Famiglia en Ticket to Ride Scandinavië met de Alvin & Dexter uitbreiding hebben gespeeld. En toen was het woensdag en ging ik op bezoek bij Babette met een tas vol spellen waar er een groot aantal van gespeeld zijn: Flowerpower, Famiglia, Take it easy, Richelieu en Regenwormen (reiseditie). Op donderdag had ik vrij genomen om bij Peter Hein met nog een stel oud-collega’s (Eugène, Anton en Jasper) helemaal los te gaan op Amon Ra, Appeltjes plukken (met dank aan Eugène en zijn ouders die al die jaren goed op dit spel hebben gepast), For Sale, Dragon’s gold, Red November, 7 Wonders, Het Vlooiencircus, Memo Street en Poison. En vandaag ben ik tenslotte naar de Ducosim Beurs geweest en daar heb ik Rattus, Khan en Era of Inventions gedaan. Het is lang geleden (if ever) dat ik zo veel verschillende spellen in een week gespeeld heb.

Naar aanleiding van al dit speelgeweld een paar losse gedachten.

Wat is het toch leuk om spellen te doen! Spellen doen is al leuk, maar spellen doen met bekenden is nog leuker omdat het ook nog een gezellige manier is om samen te zijn. Het spelen stond vaak voorop, maar toch is er altijd tijd genoeg om bij te praten.

Ondanks de toename van de reistijd, bevalt de inmiddels al niet meer zo nieuwe locatie van de Ducosim-beurs mij prima. Ik vond het een gezellige beurs. Er zou wel wat meer ruimte mogen zijn voor de bordspellen (ten koste van die miniaturen-troep), want het is wel lastig om te kunnen spelen wat je wilt. Ik heb gespeeld waar ruimte was en dat pakte prima uit, maar het is natuurlijk nog leuker als er wat te kiezen valt.


Waarom speel ik niet vaker Gouden Ouden. Ik heb deze week met veel plezier opnieuw kennisgemaakt met een aantal oude bekenden die ik zo lang niet had gespeeld dat ik een beetje vergeten was hoe leuk ze waren. Ik denk dan vooral aan Ticket to Ride, Richelieu en Amon Ra. Vooral het spelen van Amon Ra was 100% genieten, wat een heerlijk spel. Leuk om dat weer eens gedaan te hebben.


Appeltjes plukken heeft natuurlijk ook diepe indruk op mij gemaakt. Het was een magisch moment om oog in oog met mijn jeugdherinnering te staan. Het spel zag er werkelijk geweldig uit. Wie wil er nou niet meteen mooie, rode appeltjes in schattige boompjes gaan hangen om ze er vervolgens af te halen en in leuke, gele emmertjes te stoppen. Ik won ook nog eens glansrijk. Dit lag helaas niet aan mijn superieure tactische of strategische vermogens, maar gewoon aan een flinke portie geluk. Tsja, soms zit even alles mee!


De Alvin & Dexter uitbreiding voor Ticket to Ride vind ik een beetje bedenkelijk. Hij is allereerst heel duur. Tien euro voor twee plastic poppetjes en een stapel kaartjes is best prijzig. En vervolgens speelt de uitbreiding een tamelijk marginale rol in het spel. In mijn tweede potje met Wendy hebben we hem zelfs helemaal weten te omzeilen. En dan niet eens opzettelijk, het lukte niet om locomotiefkaarten over te houden die we konden inzetten om de uitbreiding te activeren. Dit kan toch niet de bedoeling zijn. Aan de andere kant: Jurre en Rens (de zoontjes van Wendy) wilden niets liever dan onmiddellijk aanschuiven omdat ze met name Dino Dexter er wel heel cool vonden uitzien. Wendy was echter onverbiddelijk: de heren moesten naar bed.


Een nieuw spel waar ik wel heel blij van ben geworden is Famiglia. Dit is een aangenaam, kort tweepersoonsspel van Friedemann Friese waarin de spelers beginnen met vier onervaren gangsters en ze proberen hun gang in de loop van het spel uit te breiden tot een imposant stelletje schorriemorrie. De regels zijn niet moeilijk, al kost het een paar rondjes voor je het spel door hebt. Maar zodra je door deze kleine regelbarrière bent, ontdek je een simpel spel met stevige diepgang. Aanrader.


Rattus beviel me ook goed. Dit is een familie-spel dat je in een half uurtje speelt. De regels zijn snel te leren, maar het spel biedt vervolgens iedere beurt interessante keuzes. Je moet proberen al je blokjes op het bord te krijgen, maar de ratten en zwarte dood (de pest-meeple) gooien roet in het eten. Het spel is mooi uitgevoerd en er is ook al een uitbreiding op de markt die me ook leuk leek. Het is dat ik van mezelf écht geen nieuwe spellen mag kopen (en trouwens ook geen nieuwe tassen), maar anders had ik dit spel misschien wel gekocht.


Era of Inventions speelde ik voor de tweede keer. De eerste keer vond ik er niet zo veel aan en dit beeld is na nog een potje niet bijgesteld. Een spel moet leuk zijn om te spelen, maar Era of Inventions is vooral frustrerend. De spelmechanismen zijn op zich best ok, maar het spel gaat niet leven. Het spel suddert een beetje op een laag vuurtje, regelmatig had ik het idee dat ik weinig te kiezen had doordat of plaatsen al bezet waren of ik niet de juiste inputs had om een bepaalde actie te mogen kiezen. Mijn medespelers werden ook mopperig van het spel, dus het lag niet helemaal aan mij. Aan de andere kant waren er ook uitleggers op de beurs die vertelden dit spel al een flink aantal keer gespeeld te hebben en het echt heel leuk te vinden. Typisch gevalletje van try before you buy dus. Mijn ding is het alleen niet.


Red November had ik al een keer eerder gedaan, maar kwam bij Peter Hein zelfs drie keer op tafel (al duurde één potje slechts enkele minuten). Het is een coöperatief spelletje over dwergen die een onderzeeër aan de praat moeten houden totdat ze gered worden. Het spel is nogal chaotisch en er zitten veel “kleine” regeltjes in waardoor het een flinke klus is om alles te onthouden. Ik werd daardoor nogal afgeleid door het doorgronden van wat er allemaal gebeurde en dit gaat ten koste van de spanning. Het indrukwekkendste van Red November is trouwens de hoeveelheid spelmateriaal die uit het doosje (maatje Machiavelli) komt. Het opruimen is daardoor bijna een spel op zichzelf.

Van de rest van de spellen die ik deze week heb gespeeld vond ik er een aantal leuk (For Sale, 7 wonders), een aantal matig (Khan, Dragons’s gold, Poison) en een aantal hoef ik niet zo nodig ooit nog eens te spelen (Vlooiencircus, Memo Street).

Ik vrees dat ik weer een tijdje moet teren op deze week, maar dat moet ook wel kunnen na zes-en-twintig potjes in een week!

woensdag 23 februari 2011

Losse gedachten

Om maar eens een paar op te noemen:

-De tweede story arc van Race wordt een feit! Ontwerper Tom Lehmann verwacht dat het nog meer dan zes maanden zal duren voor de uitbreiding Alien Artifacts het licht zal zien, maar ik weet genoeg. Opvallend is deze uitbreiding in zijn eentje een eigen story arc, waar de vorige er drie bevatte. Goed nieuws dus. Misschien moet ik maar vast een nieuwe basisset aanschaffen, om niet telkens de kaarten van de verschillende uitbreidingen uit te hoeven zoeken. Lees hier meer.

-B&O blijft een mooi spel, maar lang. Gisteravond weer een potje met drie gespeeld. Ondanks pokerfiches en de handige rekenassistent van BGG deden we er nog steeds vier uur over. Ik geef de schuld aan A., die een niet te onderdrukken neiging tot koersmanipulatie heeft. De eerste market round duurde daardoor zeker weer een halfuur. Dit keer gingen wel alle maatschappijen weg in de eerste ronde. Mijn strategie was nu om niet zozeer zelf maatschappijen te beheren, maar minderheidsaandeelhouder te worden in succesvolle maatschappijen. Dat lukte maar net, want ik eindigde met iets van $70 meer dan de nummer twee, op een totaal van ongeveer $4200. Van de tien maatschappijen had ik er meer dan de helft van het spel maar eentje in beheer (eerst roze, later oranje). 'Winnen zonder werken', dat bevalt me wel.

-Vorige week voor het eerst Automobile gespeeld. Begon ik na Stoom en Brass net wat milder te worden over Wallace, krijg je dit. Automobile is zo'n gortdroog spreadsheetspel waar alle complexe rekenpartijen moeten verhullen dat dit spel je maar nauwelijks echte keuzes biedt. De belangrijkste keuze is die van het kiezen van een CEO. Hoera, vier betekenisvolle keuzes op een spel van drie uur. Deze keizer heeft gewoon geen kleren.

zaterdag 12 februari 2011

Raadsel opgelost!


Mijn moeder heeft toen ik klein (kleuter of misschien zet ik net in de eerste of tweede klas van de basisschool) was geholpen bij het opzetten van een speel-o-theek. Ik heb heel wat uurtjes in de speel-o-theek gespeeld, terwijl zij daar aan het werk was. Zelf mocht ik natuurlijk ook speelgoed lenen. Een van de dingen die ik leende was een spel. Ik kan me herinneren dat ik helemaal in de ban van het spel was, al weet ik eigenlijk niet zo goed of ik het spel deed of dat ik gewoon met het spelmateriaal speelde (ik vermoed eigenlijk het laatste). Het was een spel met boompjes waar plastic vruchtjes in hingen. Ik heb me vaak afgevraagd welk spel het zou zijn geweest, maar heb het nooit kunnen ontdekken. Het spel had wel wat overeenkomsten met Boomgaardje, maar omdat ik me geen kraai kon herinneren, had ik het gevoel dat het toch een ander spel was.

Zojuist las ik op Boardgamegeek een geeklist over de inventaris van een Amerikaanse speel-o-theek. In die speel-o-theek hebben ze een spel dat Hi! Ho! Cherry-o heet. Ik vond de titel leuk en dus klikte ik het spel aan om er wat meer over te weten te komen. En toen zag ik tussen de plaatjes een aantal foto’s van wat oudere edities die verdacht veel op mijn jeugdherinneringen lijken!


Het spel wat ik als kind zo leuk vond dat ik het meerdere keren heb geleend blijkt dus Appeltjes Plukken te heten. De waardering op BGG is erg laag, dus waarschijnlijk is het geen leuk spel. Al lees ik ook wel commentaren waarin wordt aangegeven dat kleine kinderen het wel leuk vinden, maar dat het voor volwassenen stomvervelend is.

Mijn volgende stap wordt nu om te kijken of ik ergens nog een tweedehands exemplaar kan vinden. Het liefst van dezelfde editie die ik heb gespeeld (ergens begin jaren ’80).Het mag dan geen leuk spel zijn, ik heb me zo lang afgevraagd wat dat magische spel uit mijn jeugdherinneringen nou was, dat ik het toch heel graag een keer zou willen spelen.

Tips zijn welkom!

zondag 6 februari 2011

Eerste indruk: Era of Inventions


Era of Inventions is het nieuwste spel in de Master Print Series van Quined Games. Sinds vorig jaar zonder White Goblin Games. De twee uitgevers geven nu weer zelfstandig spellen uit, maar nog steeds in hetzelfde genre: dat van de complexere eurospellen.

Era of Inventions is weer een werkverschaffingspel. Het meest bijzondere is misschien wel de nationaliteit van de auteur, namelijk de Nederlandse. Een jaar eerder bracht (toen nog) QWG al een werkverschaffingspel uit van een Belgische Auteur, Carson City van Xavier Georges. Inmiddels heb ik beide gespeeld en kan ik een tussenstand opmaken in de Derby der Lage Landen wat betreft werkverschaffing.

Om direct maar de managementsamenvatting te geven: de Belgen leiden met 0-1. Era of Inventions kent niet de chaos van Carson City, maar helaas ook niet de inspiratie. Het heeft de bekende standaardelementen uit het genre, maar voegt daar eigenlijk weinig aan toe. Dus verzamel de ene grondstof om de andere te kunnen produceren en zet die weer om in punten, enzovoort, enzovoort.

Nu hoeft dat op zich geen probleem te zijn (Caylus kent dezelfde structuur) als de spelers maar voldoende keuzevrijheid hebben om met hun blokjes te schuiven. Dat ontbreekt hier. De spelers kunnen het hele spel in iedere ronde slechts kiezen uit zes verschillende acties: grondstoffen kopen, fabrieken bouwen, fabrieken laten produceren, grondstoffen ruilen, uitvindingen doen of patenteren, en uitgevonden producten produceren.

Om iets te kunnen heb je grondstoffen nodig. Je begint het spel wel met een aantal, dat volstaat om alvast een of twee 'startuitvindingen' te produceren. Dat levert wat extra geld op of ontwikkelpunten, die je nodig hebt voor het doen van uitvindingen. Maar wat je echt nodig hebt is serieuze grondstofproductie. Zonder begin je weinig. Daar wringt het spel. Er is maar één actie waarmee je in het begin van het spel aan extra grondstoffen kunt komen, die maar door twee spelers gekozen kan worden. In dit spel is het dus erg fijn om als eerste startspeler te zijn. Alleen die speler kan snel zijn productiecapaciteit uitbouwen. Terwijl anderen vechten om het recht grondstoffen te mogen kopen, kan hij ze lekker zelf gaan produceren zonder dat het hem geld kost. Door het grote belang van het verkrijgen van extra grondstoffen voelen de andere acties in het begin wat zinloos aan.

Dit probleem deed zich al voor in mijn potje met drie; ik moet er niet aan denken hoe dat met vier of vijf spelers is. Met vier spelers heb je bovendien het hele spel maar zestien acties te besteden (tegen 27 bij drie spelers). Wat frustrerend moet dat voor de vierde speler zijn, die noodgedwongen zijn kostbare acties in de eerste paar rondes moet besteden aan geneuzel in de marge. Tegen de tijd dat hij wat aan opbouw kan doen, is het spel al halverwege.

Nu zijn er wel meer spellen waarbij het belangrijk is om snel grondstoffen te verzamelen om je mogelijkheden te vergroten. Agricola is zo'n spel. De startspeler zal daar in het begin vaak het hout nemen, om zsm een extra kamer te kunnen maken voor het komende nageslacht. Maar het spel stelt daar alternatieve opties tegenover. Voor de andere spelers is er genoeg te kiezen, vooral omdat er met meer spelers meer acties beschikbaar zijn.

Samengevat is dat mijn kritiek op Era of Inventions. Het biedt de spelers te weinig keuzes, die bovendien geen echte keuzes zijn. Het maakt dat niet goed (als zoiets al zou kunnen) met een geïnspireerd idee of goed uitgewerkt thema. Het enige positieve is denk ik dat het in ieder geval geen traag rekenspel is geworden. Maar ja, wat wil je als je weinig te kiezen hebt?

Ik wil het zeker nog een of twee keer spelen voor ik een definitief oordeel vel, maar de eerste indruk is verre van positief.

donderdag 3 februari 2011

Gespeeld in januari

De eerste maand van het jaar begon matig met 64 potjes, waaronder 4 nieuwe spellen. De keuze voor het leukste spel was even eenvoudig als verrassend:

Brass
Bij de complexere spellen van Martin Wallace heb ik een valse start gemaakt door eerst (lang geleden) Princes of the Renaissance en Byzantium te spelen. Langdradig spellen vol kleine regeltjes en uitzonderingen en zonder een duidelijk samenbindend thema. Alles wat ik daarna las over zijn spellen leek te bevestigen dat dit zaken eerder regel dan uitzondering zijn.
Het was dus met enige tegenzin dat ik aan Brass begon, maar omdat Stoom me goed bevallen was, was ik niet helemaal zonder hoop.
De eerste kennismaking met Brass beviel me eigenlijk uitstekend. Goed, Wallace kan nog steeds geen spelregels schrijven en blijft het nodig vinden om allerlei chroom toe voegen in de vorm van kleine regels en uitzonderingen, maar al met al is Brass en pittig en interessant economisch spel. Je moet de juiste mix vinden tussen strategie en opportunisme. Strategie door het opbouwen van je inkomen en het ontwikkelen van je technologie, opportunisme vooral in de vorm van het snel puntjes bij elkaar schrapen vlak voor de puntentellingen.
Dat vond ik ergens nog de grootste min van het spel. Je weet precies wanneer het afgelopen is en kunt je planning daar op afstemmen. Tegen het einde heb je doordat je minder kaarten hebt steeds minder opties en eindigt het spel een beetje als een nachtkaars. Was het iets eerder afgelopen geweest, dan had het spel net wat meer spanning gehad. Een spel als Caylus doet dat beter.
Maar al met al heb ik veel plezier aan Brass beleefd (mijn overwinning met £1 meer dan de tweede speler speelde vast een rol), dat ik graag nog eens doe.

De andere spellen waren minder bijzonder:

Space Walk
: een aardige mancalavariant in de ruimte. Mancala heb ik nooit gespeeld, door dit spel zie ik de charme wel. Een spel dat voor doordenkers vast volledig door te rekenen is. Wij bespaarden ons de moeite en dat hield het voor mij leuk. Niet spectaculair, maar ik zou het best nog eens willen doen.

Dolfje Weerwolfje: een typisch zouteloos kinderspel van Identity Games. Gelukkig niet zo'n grote bagger als Sjakie en de Chocoladefabriek of Schippers van de Kameleon, maar nog steeds niet geweldig. Dit is een soort ganzebord met meer toeters en bellen, waarbij de dobbelsteen is vervangen door kaarten. Wat het spel redt zijn het thema en de fraaie spelersfiguren. Mijn kinderen zijn er dol op, dus ik zal het vast nog vaker spelen. Ik vond het boek beter.

Voor de poorten van Loyang: Agricola vind ik leuk, Le Havre doe ik liever nooit weer, hier heb ik na één potje al schoon genoeg van. Misschien was het spelersaantal van 3 ook niet gelukkig. Tweeënhalf uur gespeeld, waarvan ik zeker anderhalf uur bezig ben geweest met wachten op mijn medespelers (die hetzelfde overkwam). Een schande dat dat tegenwoordig nog bestaat. Ik geloof direct dat je dit alleen met twee spelers moet doen. Dagmar en Eugene verzekeren me dat het met twee best leuk is. Ik geloof ze graag, maar vrees dat het niet voor mij geldt. Loyang is namelijk vooral een reeks van solistische optimalisatiepuzzeltjes en dat is doorgaans niet wat ik zoek in een stevig spel voor twee.