donderdag 3 februari 2011

Gespeeld in januari

De eerste maand van het jaar begon matig met 64 potjes, waaronder 4 nieuwe spellen. De keuze voor het leukste spel was even eenvoudig als verrassend:

Brass
Bij de complexere spellen van Martin Wallace heb ik een valse start gemaakt door eerst (lang geleden) Princes of the Renaissance en Byzantium te spelen. Langdradig spellen vol kleine regeltjes en uitzonderingen en zonder een duidelijk samenbindend thema. Alles wat ik daarna las over zijn spellen leek te bevestigen dat dit zaken eerder regel dan uitzondering zijn.
Het was dus met enige tegenzin dat ik aan Brass begon, maar omdat Stoom me goed bevallen was, was ik niet helemaal zonder hoop.
De eerste kennismaking met Brass beviel me eigenlijk uitstekend. Goed, Wallace kan nog steeds geen spelregels schrijven en blijft het nodig vinden om allerlei chroom toe voegen in de vorm van kleine regels en uitzonderingen, maar al met al is Brass en pittig en interessant economisch spel. Je moet de juiste mix vinden tussen strategie en opportunisme. Strategie door het opbouwen van je inkomen en het ontwikkelen van je technologie, opportunisme vooral in de vorm van het snel puntjes bij elkaar schrapen vlak voor de puntentellingen.
Dat vond ik ergens nog de grootste min van het spel. Je weet precies wanneer het afgelopen is en kunt je planning daar op afstemmen. Tegen het einde heb je doordat je minder kaarten hebt steeds minder opties en eindigt het spel een beetje als een nachtkaars. Was het iets eerder afgelopen geweest, dan had het spel net wat meer spanning gehad. Een spel als Caylus doet dat beter.
Maar al met al heb ik veel plezier aan Brass beleefd (mijn overwinning met £1 meer dan de tweede speler speelde vast een rol), dat ik graag nog eens doe.

De andere spellen waren minder bijzonder:

Space Walk
: een aardige mancalavariant in de ruimte. Mancala heb ik nooit gespeeld, door dit spel zie ik de charme wel. Een spel dat voor doordenkers vast volledig door te rekenen is. Wij bespaarden ons de moeite en dat hield het voor mij leuk. Niet spectaculair, maar ik zou het best nog eens willen doen.

Dolfje Weerwolfje: een typisch zouteloos kinderspel van Identity Games. Gelukkig niet zo'n grote bagger als Sjakie en de Chocoladefabriek of Schippers van de Kameleon, maar nog steeds niet geweldig. Dit is een soort ganzebord met meer toeters en bellen, waarbij de dobbelsteen is vervangen door kaarten. Wat het spel redt zijn het thema en de fraaie spelersfiguren. Mijn kinderen zijn er dol op, dus ik zal het vast nog vaker spelen. Ik vond het boek beter.

Voor de poorten van Loyang: Agricola vind ik leuk, Le Havre doe ik liever nooit weer, hier heb ik na één potje al schoon genoeg van. Misschien was het spelersaantal van 3 ook niet gelukkig. Tweeënhalf uur gespeeld, waarvan ik zeker anderhalf uur bezig ben geweest met wachten op mijn medespelers (die hetzelfde overkwam). Een schande dat dat tegenwoordig nog bestaat. Ik geloof direct dat je dit alleen met twee spelers moet doen. Dagmar en Eugene verzekeren me dat het met twee best leuk is. Ik geloof ze graag, maar vrees dat het niet voor mij geldt. Loyang is namelijk vooral een reeks van solistische optimalisatiepuzzeltjes en dat is doorgaans niet wat ik zoek in een stevig spel voor twee.

Geen opmerkingen: