vrijdag 31 december 2010

Mijn top 10 van 2010

2010 was vooral het jaar van uitbreidingen van twee van mijn favoriete spellen: Dominion (De Alchemisten en Prosperity) en Race for the Galaxy (The Brink of War). Als ik in mijn jaaroverzicht van beste spellen ook uitbreidingen op zou nemen, zouden deze er zeker bij staan.

Hieronder een overzicht van de voor mij leukste en beste spellen van het afgelopen jaar. Daar zitten een paar titels bij die (eind) 2009 verschenen, maar die ik pas in 2010 speelde.

10. Fresco
Fresco begeeft zich op het platgetreden pad van de werkverschaffingsspellen. Een overvol genre, waar een spel toch iets extra's moet bieden om te overtuigen. Bij Vasco da Gama lukte dat bijvoorbeeld niet, bij Fresco wel. Fresco werkt vooral goed doordat het zo'n soepel spel is. Het spelverloop is eigenlijk volstrekt logisch, wat in de eerste plaats komt door het goed werkende thema, dat naadloos aansluit bij het spel.
Dat Fresco nog zo laag in de top 10 staat komt doordat ik eigenlijk alleen de basisversie heb gespeeld. Met die regels is het een prima spelletje, maar niet iets om te blijven spelen. Ik vermoed dat de modules het spel een stuk meer pit geven. Mogelijk maken ze het spel tot een blijver.

9. Seeland
Net als Fresco is Seeland een familiespel met optionele regels om het spel voor veelspelers aantrekkelijker te maken. Daar slaagt Seeland bij deze veelspeler erg goed in; zelfs zonder de optionele regels vind ik het spel boeiend genoeg. Ik houd namelijk wel van de gebiedsontwikkelingspellen van Wolfgang Kramer, zoals bijvoorbeeld Tikal en Haciënda. Seeland is weer een aangename mix van planning, opportunisme en anderen de weg afsnijden. Ook met twee spelers werkt dit prima.

8. 7 Wonders
Als dit het beste is wat Spiel 2010 te bieden had, dan was het een heel doorsnee editie. 7 Wonders is een aangenaam spelletje met nog redelijk wat diepgang voor de korte speelduur, maar legt het in dat opzicht volledig af tegen Dominion en Race. Vooral de wederspeelbaarheid is door de geringere variatie in kaarten en wereldwonderen een stuk kleiner. Toch is 7 Wonders erg leuk om te spelen. Er lijkt niet één dominante strategie te zijn; wat je doet hangt ook af van je wereldwonder en wat de buren doen. Het unieke van 7 Wonders zit vooral in dat het voor veel verschillende spelersaantallen geschikt is, waaronder het vervelende aantal van 6. Een beter vlot spel met de nodige diepgang zul je voor dat aantal niet snel vinden.

7. Ra: The Dice Game
Uitbreidingen sluit ik uit van dit overzicht, maar dat geldt niet voor zelfstandige varianten van bestaande spellen. Goed nieuws voor Reiner Knizia, die zich de laatste jaren wel erg vaak door zichzelf laat inspireren. Maar als je de beste spelauteur uit de geschiedenis bent is dat misschien wel het beste. Ra: The Dice Game is weer zo'n voorbeeld van zijn klasse. Behalve delen van het scoresysteem heeft dit dobbelspel weinig gemeen met de veilingklassieker. Maar wat leent die puntentelling zich verrassend goed voor een dobbelspel. Ik heb het wel vaker gezegd over dobbelspellen van Knizia, maar dit is weer een van de beste dobbelspellen die ik ken. En dat zijn er ondertussen al heel veel.

6. Priests of Ra
Waar Ra (terecht) een verpletterende indruk maakte lijkt dit spel alleen opgemerkt door enkele Kniziafielen zoals ik. Onterecht natuurlijk. Dit spel lijkt zoveel op Ra als bijvoorbeeld de Märklin-editie van Ticket to Ride op het basisspel lijkt. Dat wil zeggen veel, maar door de andere puntentelling speelt het heel anders. Natuurlijk, het is minder baanbrekend en bijzonder dan het origineel, maar het steekt nog steeds met kop en schouders uit boven het gros van de borspellen dat ieder jaar verschijnt.

5. Keltis das Orakel
Hier zou ik een vergelijkbaar verhaal kunnen houden als bij Priests of Ra, ware het niet dat Keltis Das Orakel nog echt weer veel leuker is dan het originele Keltis. Dit vergt veel meer denkwerk en planning dan Keltis zelf en ook timing is van het grootste belang. Keltis is een echt familiespel, Das Orakel gaat richting spellen voor liefhebbers (al zullen sommige liefhebbers dat ontkennen vanwege het ontbreken van rekensommetjes). Zoals bij al die goede Knizia's barst dit weer van spanning en interactie.

4. Carson City
Dit was dit jaar mijn favoriete spel van Nederlandse bodem en ook van de beste spellen van het jaar. Dit is weer eens een echt goed werkverschaffingspel, dat herinneringen oproept aan de klassieker Caylus. Ook hier bouwen spelers samen een dorp op als basis van het scoren van punten. Carson City voegt daar mijn favoriete dilemma in bordspellen aan toe: langzaam je motor opbouwen om aan het eind flink te scoren, of vroeger voor de punten gaan als ze nog snel en goedkoop zijn? Te veel spellen focussen exclusief op dat eerste; in Carson City zijn ze beide belangrijk. De duels zijn ondanks hun geluksfactor een welkome toevoeging. En als de uitkomst van een duel echt desastreus blijkt had je het risico wellicht beter niet kunnen nemen... (ik spreek uit ervaring). Ik heb het alleen nog met 2 en 3 gespeeld, wat erg goed werkt. Met 4 wordt de sfeer vast grimmiger en met 5 voorzie ik een bloedbad. Laat maar komen!

3. Baltimore & Ohio
Ik maak er nooit een geheim van dat ik niet zo gecharmeerd ben van droge rekenspellen. Hoogspanning heeft me nog steeds niet kunnen bekoren en iets als Fabrieksmanger voelt meer aan als werk dan een spel (wat gezien het thema wel passend is). Baltimore & Ohio, een spel met zoveel gereken dat daar zelfs een tijdbesparend programma voor is geschreven, zou dus alle alarmbellen moeten doen rinkelen. Maar dat doet het niet.
Ik heb er veel over nagedacht, maar de oorzaak zit waarschijnlijk in het feit dat het spel te complex is om alles door te kunnen rekenen. Het is onmogelijk om alle gevolgen van je acties te overzien, laat staan van de reacties van anderen daarop. Goed rekenen blijft belangrijk, maar de rol van intuïtie wordt niet volledig ondergeschikt.
Daarnaast is B&O in vergelijking met 18xx (waar ik onlangs weer een oudgriekse incarnatie van speelde) veel meer op de opbouw gericht en heb je hier geen gedoe en gekonkel met spoorfiches en roestende treinen. Dat vind ik een groot voordeel van B&O en andere treinspellen uit de Winsomeschool, zoals Chicago Express en Stoom. Er zit toch een beetje een treinspeler in me.

2. Dixit
Eigenlijk houd ik best van partspellen, zolang ze maar leuk zijn. Dus niet de ongein van Party & Co of de voorspelbaarheid van Triviant, maar creativiteit en verrassing. Eerdere favorieten zijn 30 Seconds en Time's Up, dit jaar kwam daar Dixit bij. Dixit is weinig anders dan het woordenboekspel met plaatjes in plaats van woorden. Maar die plaatjes zijn zo goed surrealistisch getekend dat je met je omschrijvingen alle kanten op kunt. Dat betekent dat je je omschrijving probleemloos aan kunt passen aan verschillende gezelschappen (met kinderen van 10 bedenk ik wat anders dan met een groepje collega-geeks) of wanneer je het spel voor de zoveelste keer met dezelfde mensen speelt. Ik heb dit spel al een kleine twintig keer gespeeld met zeker zoveel verschillende mensen en het is altijd een groot succes. Een terecht winnaar van de Spiel des Jahres, dat ook in Nederland een steeds groter succes wordt. Ik heb al in verschillende spellenwinkels gestaan waar het uitverkocht was.

1. Hanzesteden
Dit jaar heb ik eens een onvervalst eurospel op 1 staan. Hanzesteden heeft een thema zonder betekenis, is gortdroog en heeft een ongeïnspireerde vormgeving. Maar ik heb mij het afgelopen jaar met geen enkel ander nieuw spel zo geamuseerd. Dat komt door de ongebreidelde speelruimte die Hanzesteden je biedt. Het is inmiddels een uitgekauwd cliché, maar in Hanzesteden zijn er talloze manieren om punten te scoren en te winnen. Bij veel spellen betekent dat echter dat je in veel verschillende categorieën wat punten scoort, met hier en daar wat verschillende accenten. Denk aan Agricola, Caylus of Goa. Bij Hanzesteden is dat anders: hier negeer je de ene scoremogelijkheid nagenoeg volledig om je helemaal op een andere te storten. Daarnaast is dit een heel interactief spel. Als je je medespelers hun gang laat gaan moet je niet vreemd opkijken als je achter het nest vist. Je bent dus voortdurend bezig om je plannen bij te stellen en je aan te passen aan je medespelers.
Hanzesteden kent nauwelijks toevalsfactoren maar is door de grote mogelijkheden voor creatief spel iedere keer weer anders. Dit is een spel dat je echt moet leren spelen; met een paar potjes komt het niet tot zijn recht. Hanzesteden schittert het meest als je het regelmatig speelt met dezelfde mensen. Daar hebben we ook direct het zwakke punt te pakken: want hoeveel tijd gun je aan één spel in een tijd waarin voortdurend het ene na het andere (goede) spel verschijnt?

2010: jaar in spellen (3)

In dit laatste blogje van dit jaar blik ik terug op de floppers. Hoe leuk ik spellen ook vind, er zijn ook echt spellen die ik niet leuk vind. Soms is een spel ronduit slecht, soms ook heeft het met mijn verwachtingen te maken (hoe groter het gat tussen verwachting en realiteit, hoe groter de vertekening). Ik moet er wel bij zeggen dat ik niet al deze spellen een herkansing heb gegeven. Het is dus mogelijk dat ik een spel leuker ga vinden als ik het nog een kans geef. Ik vrees echter voor een aantal van deze spellen dat die herkansing er niet gaat komen (er staan genoeg ongespeelde spellen in mijn kast waarvan ik wel de hoop heb dat ze leuk zijn).


De uitgever Zonnespel ligt tegenwoordig in steeds meer winkels. Ik heb dit jaar drie spellen van hun hand mogen spelen: twee kinderspellen (harvest time, sandcastles) en Archipel (of somewhere in China). Deze drie spellen vielen me alle drie behoorlijk tegen. Het spelmateriaal is nogal sober en heeft een nogal ouderwetse uitstraling. De spellen zelf zijn dit ook. Het lijkt wel of de bedenker en uitgever niet helemaal is aangehaakt op de ontwikkelingen in de spellenwereld. De spellen voelen vooral als bezigheidstherapy, maar dan van het niet al te leuke soort. Er zit te weinig lol en plezier in de spellen om ze de moeite van het spelen waard te maken. De zonnespellen laat ik dus voortaan als het even kan maar aan mijn neus voorbij gaan.


Op Spiel 2009 was Dungeon Lords uitverkocht tegen de tijd dat ik arriveerde. Ik baalde daar toen behoorlijk van én het maakte het spel voor mij een soort holy grail met bijbehorende verwachtingen. Ik heb het spel in de loop van dit jaar gekocht en het is me gelukt om het gespeeld te krijgen. Dat kostte me behoorlijk wat moeite omdat het een zeer pittig spel is met een zeer omvangrijk spelregelboek. Ik heb serieus uren zitten ploeteren en studeren voordat ik het spel een beetje begon door te hebben. En zelfs na al dat werk, vond ik het een lastig spel om uit te leggen. Er zijn gewoon te veel kleine regeltjes en gedoetjes. Het spel zelf vond ik vervolgens behoorlijk tegen vallen. De meeste tijd ben je bezig met boekhouden (je kiest een paar dingen en daarna volgen een heleboel stappen “automatisch”). Ik wil het spel graag nog een tweede kans geven, maar zie er tegelijkertijd erg tegenop. De investering die je moet doen om het spel te leren kennen, is niet in verhouding tot de hoeveelheid spelplezier die je er uit haalt. Daardoor is dit spel mijn grootste teleurstelling van dit jaar.


Ik ben dol op Catan. Het kaartspel was mijn eerste kennismaking met de moderne spellen en jullie weten wat daar van is gekomen. Ik heb dus een hoop om dankbaar voor te zijn. De meeste kolonisten spellen gaan er bij mij dan ook als zoete koek in. Helaas geldt dit niet voor alle kolonisten spellen. De teleurstelling van dit jaar is De Kolonisten van Amerika . Dit spel duurde me te lang en ik had het gevoel dat aan het eind van het spel de vaart er uit raakte. Dit was funest voor mijn speelplezier. Ik ben dol op Catan, maar geef mij maar één van de vele andere varianten.


Spellenuitgevers weten tegenwoordig prima hoe ze succes ten gelde moeten maken. Er komen ieder jaar meer spellen uit, waardoor het nog moeilijker wordt om op te vallen. Het is dan niet meer dan logisch om een nieuw spel te koppelen aan een oude succestitel (of om de markt te overspoelen met uitbreidingen). Dit levert helaas maar al te vaak teleurstellingen op. Het Set Dobbelspel is een klassiek voorbeeld hiervan. Set is een leuk reactiespel waarbij je in hoog tempo patronen moet herkennen. Het Set Dobbelspel daarentegen is een traag puzzelspelletje waarbij je blokjes moet aanleggen. Er zijn overeenkomsten, maar de verschillen zijn vele malen groter. Het grootste verschil is het speelplezier: Set is leuk, het Set Dobbelspel is dat niet.


Ik houd van heel veel spellen, maar heb geloof ik wel een lichte voorkeur voor het wat lichtere genre: een beperkte set regels met beperkte speelduur. Vasco Da Gama valt niet in deze categorie: het spel duurde lang en had veel regels. Ergens halverwege de spelregeluitleg begon ik al zo’n donkerbruin vermoeden te krijgen dat dit spel niet mijn kopje thee zou zijn. En dat bleek te kloppen. Ik kan me heel goed voorstellen dat er mensen zijn die dit spel wel leuk vinden, ik vond het allemaal too much. Doe mij maar wat lichtvoetiger vertier.

donderdag 30 december 2010

2010: jaar in spellen (2)

Zoals in mijn vorige blog gemeld: 2010 was geen goed spellenjaar voor mij. Dit wil niet zeggen dat er geen leuke nieuwe spellen zijn uitgekomen. Het wil alleen maar zeggen dat ik niet genoeg tijd (en medespelers) heb gehad om al dat lekkers te spelen. Tsja, soms zit het mee, en soms even niet.

Onder de vijf spellen die mij in positieve zin het meest hebben verrast zitten opvallend veel party-games. Dit genre scoort doorgaans niet heel goed onder hardcoregamers, maar de laatste tijd komen er toch echt party-games op de markt die los komen van het Triviant en Pictonary verleden van dit genre. Ik zet mijn vijf nieuwe ontdekkingen van dit jaar in alfabetische volgorde.


2010 was met recht het jaar van Dixit: het spel won de meest prestigieuze spellenprijs ter wereld. Dixit is een beauty om te zien. Nou moet een spel vooral leuk zijn, maar een mooi spel maakt het wel makkelijker om mensen over te halen om het te proberen. Het spel zelf doet vooral een beroep op je creativiteit en mensenkennis. Dit is een leuke combinatie omdat het soms heel verrassend is welke kaarten mensen koppelen aan welke afbeeldingen.


Het tweede party-game in mijn lijst is Identik. In dit spel word je aan het tekenen gezet. Nou blink ik zeker niet uit in artistiek talent (doe maar het tegenovergestelde), maar dat is geen enkel bezwaar bij Identik, misschien is het wel een voordeel. Want als je een beetje snel (slordig) werkt, krijg je meer getekend dan als je heel langzaam (maar mooi) tekent. Hilariteit gegarandeerd tijdens de nakijkronde: het blijft leuk om te zien wat anderen van de omschrijving van de meesterschilder hebben gemaakt.


Merkator krijgt gemengde reacties op internet. Sommige mensen vinden het spel te weinig origineel (het zoveelste spel waarin blokjes over het bord worden geschoven), anderen vinden het een elegant handelspel. Ik hoor bij de laatste categorie. Agricola vind ik top, maar Le Havre en Loyang kunnen me duidelijk minder bekoren. Ik begon daarom met lichte antipathie aan Merkator, én werd positief verrast. Je bent inderdaad ouderwets blokjes aan het verschuiven over het bord, maar ik vermaakte me daar prima mee. Ik zou dit spel graag nog een keer willen spelen. Alleen de looks vond ik niet echt om over naar huis te schrijven.


De wat oudere spellen van Cwali kunnen me niet echt bekoren. Ik begin er dan ook niet meer aan. Maar gelukkig denkt Eugène daar anders over en weet hij me nog over te halen om de spellen te proberen ook. Dit jaar schotelde hij me Gipsy King en Sun, Sea & Sand voor. De laatste zag er nogal priegelig uit en ook de looks vond ik niet erg geweldig. Maar tijdens het spelen was dat al snel niet meer belangrijk omdat dit gewoon een heel leuk werkverschaffingsspel is. Dit spel verdiend een rigoreuze make-over én een groter publiek.


De laatste aangename verrassing van dit jaar was Wie Verhext. Deze Alea is nooit een echte hype geweest, maar heeft langzaam maar zeker toch veel harten in de spellenwereld voor zich gewonnen. Het spel draait om het doe jij wat ik denk dat jij doet principe en een origineel veilingprincipe. Met en beetje bluffen en een goed gevoel voor wat je tegenstanders gaan doen, kom je een heel eind.

woensdag 29 december 2010

2010: jaar in spellen

Dit jaar was geen goed spellenjaar voor mij. De teller van aantal gespeelde spellen staat op dit moment op 225 en heel veel meer komt er niet meer bij, vrees ik. Ik ben nog steeds dol op het spelen van spellen, maar helaas is mijn directe omgeving minder spellengezind en dan is het lastig om veel te spelen. Combineer dit met een drukke baan en de behoefte aan veel slaap (ik behoor helaas niet tot het selecte gezelschap wat aan vier uur slaap genoeg heeft om blij en gelukkig de dag door te komen) en er blijft weinig ruimte over om te spelen.

Genoeg geklaagd!

Wat heb ik dan wel gespeeld. Mijn vijf meest gespeelde spellen zijn geen van allen vers van de spellenpers. Op zich is dit een goed teken, blijkbaar ben ik uit de ban van het nieuwste spel aan het raken en lukt het me om ook oudere spellen gewoon te blijven doen.

Dominion staat dominant op de eerste plek. Ik heb dit spel 60 keer gespeeld en ik sluit niet uit dat het deze laatste dagen van het jaar nog een keer op tafel gaat komen. Ik heb het Dominion-virus dit jaar ook overgebracht aan mijn beste vriendin die tijdelijk in de UK is gaan wonen. Toen we haar bezochten, zagen we in een locale spellenwinkel een doos staan en die heb ik toen voor haar als cadeau gekocht. Nog dezelfde dag stond hij op tafel en de rest van ons bezoek, stond een potje Dominion spelen boven aan haar verlanglijstje. Zo snel kan het dus gaan. Ik verwacht dat ze binnenkort zelf het Dominion-virus zal gaan doorgeven.

Tsja, de vaste volgers van het blog zullen hooguit verbaasd zijn dat Scrabble op de tweede plaats staat en niet op de eerste plaats van meest gespeelde spellen. In de overall lijst staat hij dit nog wel (161 keer gespeeld tegen 131 keer Dominion). Scrabble mag dan al jaren meegaan, het heeft nog geen flintertje van zijn glans verloren. Het spel gaat dan ook keurig met zijn tijd mee doordat de nieuwe woorden gewoon toegestaan zijn en er eens in de zoveel tijd een herwaardering van de letters plaatsvindt. De magnetische reisversie blijft hét spel voor in de vakantie van ons.

Sommige spellen speel je vaak in een korte tijd door het “nog een keer!” effect. Cities is zo’n spel. Het is een aangenaam leg/puzzelspelletje dat je door zijn korte tijdsduur altijd meerdere keren achter elkaar zal spelen. Ik ben erg gecharmeerd van dit spel, het is van een verfrissende lichtheid en heel geschikt om te spelen als je even geen zin hebt om de grijze massa stevig te belasten. Ik denk dat dit spel wel eens een blijvertje op mijn spellentafel zou kunnen zijn.

Pandemie staat dankzij het zogenaamde na-ijl-effect nog in deze lijst. Toen het spel vers en nieuw was, heb ik het het met veel plezier heel vaak gespeeld. Dit jaar is het nog wel een flink aantal keer op tafel gekomen, maar ik bespeur bij mezelf een lichte verzadiging. Ik vind het nog steeds een leuk spel, maar de nieuwigheid is er wel een beetje af. De uitbreiding is zeker leuk, maar voegt onvoldoende toe om het spel weer helemaal op te frissen.

Fits is een heerlijk puzzelspel. Het is bovendien zo uitgelegd en ook geschikt voor gelegenheidsspelers. Deze combinatie van elementen maakt het een spel dat op veel momenten uit de kast gehaald kan worden en dat maar weinig mensen niet leuk zullen vinden.

woensdag 8 december 2010

Meer B and O

Gisteravond mijn derde potje Baltimore & Ohio gespeeld. Een moedige onderneming met vier spelers op een doordeweekse avond, maar gelukkig redden we het in vier uur. Inmiddels heb ik ook alweer vier uur besteed aan napraten en terugdenken. Dit is het type zware economische spel dat je nog dagen bezig kan houden.

En ik won ook nog, wat dit spel op de een of andere manier extra bevredigend is. Alsof je een lange race hebt gelopen en aan het eind uitgeput over de finish komt. Een paar verdere gedachten:

-de eerste market round heeft grote impact op de rest van het spel, zeker op de eerste helft. Misschien dat hij daarom weer een halfuur duurde.

-de PRR is een cruciale maatschappij. Niet alleen heeft het goede toegang tot kolen, het bepaalt ook in grote mate de speelruimte van andere maatschappijen door de restrictie op de rode steden. Deze keer anticpeerde ik daar wat beter op dan de vorige keren. Ik begon nu als grootaandeelhouder in de PRR, maar ook met een groot minderheidsaandeel in B&O, de naaste buur en concurrent om de kolenfiches. Jasper deed het precies andersom, waarmee we een mooie tandem vormden.

-het manipuleren van de koersen door telkens aandelen te kopen en weer te verkopen is vooral nuttig voor het bepalen van de beurtvolgorde van de maatschappijen. Koersverlies veroorzaken bij maatschappijen van anderen is niet insignificant, maar het is vaak veel belangrijker dat jouw maatschappij op het juiste moment voor een andere aan de beurt is. Die les heb ik de vorige keer hardhandig geleerd.

-goede dividenduitkeringen hebben vaak een hogere prioriteit dan potentiële koerswinst. Alleen bij stabiele en gematigde groei is 'sandbagging' een beter alternatief. Je hebt die dividenden echt nodig om in de race te blijven voor (goede) aandelen.

-als laatste aandelen mogen kopen zuigt, maar als je dan genoeg kapitaal hebt om (bijna) een hele maatschappij in één keer op te kopen en te floaten is dat het meer dan waard.

-voorlopig heb ik aan B&O en Stoom genoeg in het zware treinspellensegment. In 18XX doe ik graag meer ervaring op (1830 en 18AL lijken me wel wat), maar voorlopig speel ik nog even liever B&O.

Al met al neigt mijn waardering nu naar een 4. Het is net wat te heftig en vooral lang om een 5 te geven. Ik vind het zeker zo goed als sommige 5-en, maar de toewijding die dit spel vereist is niet altijd aanwezig. Maar als mijn vaste speelgroep er in slaagt om de speelduur structureel binnen de 3 uur weet te krijgen zal het ongetwijfeld die 5 krijgen.

vrijdag 3 december 2010

Gespeeld in november

Dankzij Prosperity was november een echte Dominionmaand. Met 53 potjes was het goed voor ruim de helft van de gespeelde spellen. Wat de nieuwe spellen betreft heb ik het gras een beetje voor mijn eigen voeten gemaaid met de eerste indrukken in mijn vorige bijdrage. Veel is er namelijk niet bijgekomen.

Het was lastig om een favoriet spel aan te wijzen. er zaten deze maand veel solide spellen bij, maar geen echte topper. Als ik moest kiezen welk spel ik nu het liefst weer zou spelen ga ik voor:

Troyes
Een soort van werkverschaffingsspel met dobbelstenen. Het bevat een paar leuke ideeën, die het boven de middelmaat uit doen stijgen. Veel andere spellen in het genre van de laatste tijd slagen daar niet in. Slechts een potje gespeeld, met twee spelers. Benieuwd hoe het met meer speelt; ik vrees wel dat dit met trage spelers helemaal vastloopt.



Andere nieuwe spellen:

7 Wonders: vlot kaartspel met enige diepgang en geschikt voor veel spelers. Komt niet in de buurt van Dominion en Race, maar is boeiend genoeg. Ik vrees wel dat dit na een potje of 10 à 20 weinig verrassingen meer heeft. We zullen zien.


Haggis: leuk ladderspel voor 3. Voor als je zin hebt in Tai Pan maar een speler tekort komt.


Sun, Sea & Sand: eindelijk weer een leuke Cwali. Vlot werkverschaffingsspel met overtuigend thema.


Inca Empire: een stevig spel met potentie voor veel variatie, maar ook voor een uit de klauwen lopende speelduur. Verder is de grafische vormgeving fraai, maar onoverzichtelijk. De fiches en staafjes zijn wel klein, en waar is het mysterieuze 39e gebied op het bord voor drie spelers? We hielden een fiche over en konden die na een uitgebreide zoekpartij nergens vinden.


Merkator: voortkabbelend spel van het soort dat we wel meer gezien hebben. Niet goed en niet slecht.