donderdag 12 maart 2009

Nieuwe aanwinsten

Vorig jaar heb ik een blogje geweid aan de dobbelsteen die ik op de Tefaf had gekocht (http://spellengek.blogspot.com/2008/03/speurtocht.html). Ik was erg blij met de oplossing van het raadsel. De Tefaf is vandaag weer begonnen en ik was weer een van de gelukkigen die er bij was. De dealer die me vorig jaar de dobbelsteen had verkocht was ook weer van de partij en had dit jaar zelfs twee 18e eeuwse dobbelstenen bij zich. Ik heb er niet heel lang over hoeven nadenken, ze mochten mee naar huis.

Op de foto zijn het de grote zwarte dobbelstenen links en rechts boven. De dobbelsteen in het midden is de aankoop van vorig jaar. Ik heb er een Euro bijgelegd zodat je kan zien hoe groot ze zijn. De foto is een totaaloverzicht van mijn kleine verzameling met authentieke dobbelstenen (ik heb ook nog zes replica's).

Het is erg moeilijk om dobbelstenen te dateren, ze zien er al sinds de Romeinse tijd min of meer hetzelfde uit en er zit ook niet heel veel variatie in de gebruikte materialen. Daarom kan ik ook niet met zekerheid zeggen hoe oud mijn exemplaren zijn (ik kan zelfs niet uitsluiten dat er een vervalsing tussen zit).

Het groepje van vier aan de rechterkant op de foto zijn allemaal dobbelstenen die volgens de verkoper uit de Romeinse tijd (de eerste eeuwen van onze jaartelling) komen. De drie dobbelstenen in het midden zouden uit de middeleeuwen moeten zijn. En de witte dobbelstenen zouden uit de 19e eeuw zijn. En de grote zwarte knoeperts zijn dus uit de 18e eeuw.

De charme van deze stukken is voor mij juist dat iets van eeuwen oud nog zo herkenbaar is. De huidige exemplaren zijn alleen iets groter en van plastic maar voor de rest kan je in elk dobbelspel nog steeds de oude dobbelstenen gebruiken (al zijn ze volgens mij in de verste verte niet zuiver). En het is leuk om zo tastbaar te zien dat spellen van alle tijden zijn. Wie weet belanden sommige van onze huidige speelstukken over honderden jaren ook wel in een vitrine van een fanatieke verzamelaar. Ik zie het zo voor me, de rover van Catan, naast wat meeples uit Carcassonne en misschien zelfs wel een paar treintjes uit Ticket to Ride. Maar aangezien iets pas kostbaar wordt als het zeldzaam is, stel ik voor dat wij de toekomstige verzamelaars een handje helpen en fanatiek met onze spellen gaan spelen!

woensdag 11 maart 2009

...of toch maar 4?

Zaterdag blogde Dagmar over het geven van 6 pionnen op een vijfpuntsschaal. Een aardig gedachtenexperiment, want ook onder je favoriete spellen heb je baas boven baas. Maar niet iedereen ziet het zo, want Marcel reageerde met:

"Als je zoveel spellen hebt die buiten je schaal lopen, dan klopt de gebruikte schaalverdeling niet of je bent te gemakkelijk met het uitdelen van de maximale score"

Dat zette me aan het denken (of eigenlijk ben ik me er al een tijdje van bewust): wat is een goede schaal om spellen te waarderen? Op Spellengek gebruiken we een vijfpuntsschaal. Op BGG en op de site van het Spellenspektakel kun je de klassieke schoolcijfers uitdelen, zoals Marcel ook doet.

Maar is dat wel zo zinvol? Hoe ver kun je gaan in het oprekken van je schaal bij het geven van wat niet anders is dan een subjectieve mening? Kijk, de uiteinden zijn duidelijk: een 1 is een verschrikkelijk spel dat je liever van de aardbodem ziet verdwijnen, een 10 is een van je allergrootste favorieten die je altijd wilt blijven spelen; ik parafraseer nu even de omschrijvingen die BGG hanteert.

Maar daartussenin wordt het al moeilijk. Wat is het verschil tussen een 3 en een 4? Het zijn allebei spellen die je (neem ik aan) liever echt niet speelt. Of tussen een 8 en een 9? Allebei goede spellen, zonder blijkbaar bij je eeuwige favorieten te horen. Bij het geven van dat soort waarderingen trap je volgens mij in de illusie dat het mogelijk is spellen langs een vrij gedetailleerde rangorde in te delen. Het kan nog erger, want er zijn op BGG bijvoorbeeld mensen die nog drie decimalen extra gebruiken om verder onderscheid te maken. Misleidende schijnprecisie, als je het mij vraagt.

Waarom? Omdat hoe erg je zin hebt in een spel erg afhangt van de omstandigheden: je stemming, hoe lang geleden heb je het voor het laatst gedaan, wie zijn je medespelers? Hoe fijnmaziger je waarderingen zijn, des te vaker het voor zal komen dat wat nu een 8 is, morgen een 9 kan zijn. En als zo'n spel net zo vaak een '8' als een '9' is, wat is dan het 'echte' cijfer?

Een andere typische bijkomstigheid van een tienpuntsschaal, is dat de onderste helft nauwelijks zinvol is om te gebruiken. Immers, alles onder de 6 (of 5, afhankelijk van je instelling), zijn spellen die je echt liever niet speelt. Wat heeft het dan nog voor zin om onderscheid te maken tussen 2, 3 en 4?

Nee, dan zie ik er meer in om spellen in te delen in een beperkt aantal klassen, op basis van hoe graag je ze speelt. Om die klassen maar een labeltje te geven kun je daar net zo goed een getal voor kiezen. Op Spellengek zijn we negen jaar geleden begonnen met vijf klassen, maar inmiddels denk ik dat vier eigenlijk ook wel volstaat. Een '1' staat dan voor alle spellen die ik nu 1 of 2 pionnen geef: spellen die ik liever niet speel, of ze nu hemelschreiend vervelend zijn, zoals Robo Rally, of gewoon vrij duf, zoals League of Six. '2' staat voor prima spellen, niet slecht en niet goed, '3' voor de gewoon leuke spellen en '4' voor de echte favorieten. Dat je binnen een klasse niet alle spellen even leuk vind, is natuurlijk logisch. Ik geef Torres en Race for the Galaxy allebei een 5, maar vind Race toch echt wel een stukje leuker (een '6' als het ware).

Wat je vaak ziet op een site als BGG is dat veel mensen vooral de cijfers in de range van 5 tot 9 gebruiken, en daarbuiten maar weinig. Dat is wat mij betreft meer een teken dat je schaal niet klopt, of dat je de hoogste en laagste waardering te weinig gebruikt.

Verder zie je bij een tienpuntsschaal vaak dat mensen juist zuinig zijn met hun tienen: een '10' heeft een aura van perfectie, waar natuurlijk alleen dat selecte groepje spellen voor in aanmerking komt. Nu is het geven van je hoogste waardering natuurlijk niet zomaar wat, maar ook weer niet zo superspeciaal dat het voorbehouden moet blijven aan een handjevol spellen. Als je op die manier je 'tienen' homogener wilt houden wat betreft spelkwaliteit, kan dat niet anders betekenen dan dat je 'negens' juist meer in kwaliteit uiteenlopen. Je verplaatst je probleem dus.

Maar goed, een vierpuntsschaal zal niet voor iedereen werken en wie weet past de tienpuntsschaal het beste bij je. Maar wees dan ook consequent en niet te zuinig met de hoge en lage waarderingen...

maandag 9 maart 2009

Uitbreidingitis

Nürnberg is gekomen en gegaan en de economische crisis duurt voort. In spellenland betekent dat dat we weer verblijd worden met een grote stapel aan uitbreidingen en varianten op bewezen populaire spellen. Want waarom nieuwe spellen uitbrengen met onzeker succes als je kunt voorbouwen op bewezen winnaars?

Maar laten we onszelf niet voor de gek houden: uitbreidingitis is geen symptoom van wat voor crisis dan ook. Het is weinig anders dan rationeel gedrag van speluitgevers. Immers, met titels waarvan succes (bijna) verzekerd is kunnen ze zich het risico permitteren om nieuwe spellen uit te geven, die successen worden, maar misschien ook niet.

Maar waar vroeger vooral Amerikaanse uitgevers uitblonken in uitbreidingen, laten ook de Duitse zich sinds enkele jaren niet onbetuigd. Zo extreem als bij Carcassonne en Kolonisten is het niet altijd (maar dat waren dan ook echte krakers), maar van alle vijftien winnaars van de Spiel des Jahres sinds Kolonisten zijn er maar drie zonder officiële uitbreidingen of spin-offs (Tikal, Torres en Villa Paletti), en twee met maar eentje (Mississippi Queen en Niagara).

Kosmos maakt het dit jaar weer bont met maar liefst drie uitbreidingen en spin-offs van Keltis. Ik ga ze waarschijnlijk geen van alle kopen, ondanks het feit dat ik Keltis een erg geslaagd spel vind. Vroeger, toen mijn spellencollectie nog een stuk beperkter was, kocht ik vaak ongezien de uitbreidingen en varianten van spellen die ik leuk vond. Maar het heeft een grote prijs: als je zo'n uitbreiding speelt, gaat dat ten koste van de speeltijd van een volledig nieuw spel. Met als gevolg dat ik veel varianten nog nooit of maar één keer gedaan heb. Zo staat het Kolonistenboek al zo'n dikke vijf jaar in mijn kast, maar ik heb er nog geen scenario uit gespeeld. En de El Grande-uitbreidingen heb ik zo weinig gedaan, dat ik me er nauwelijks meer iets van kan herinneren. De Puerto Rico-uitbreiding daarentegen heb ik niet, en zelfs nog geen seconde gemist.

Nee, tegenwoordig laat ik uitbreidingen en varianten links liggen, tenzij ik het oorspronkelijke spel zo ongelooflijk vaak speel dat die extra variatie de moeite waard is. dus ja tegen (nog) een uitbreiding van Race, nee tegen vrijwel al het andere, hoe leuk het ook lijkt. Ticket to Ride Europe en Nordic Countries zijn vast de moeite om te spelen, maar is het ook de moeite om te kopen als Märklin en Zwitserland al nauwelijks op tafel komen?

Toch slaat de twijfel soms toe. Wat de doen met Dominion-uitbreidingen? Ik speel het vaak genoeg om de aanschaf te rechtvaardigen, maar bij Rio Grande Games hebben ze besloten dat iedere uitbreiding volledig zelfstandig speelbaar is. Dus in iedere doos vind je weer stapels geld en punten. En betaal je de volle mep, wat natuurlijk even slikken is. Nu hoeft dat natuurlijk niet direct te betekenen dat de andere uitgevers (zoals Hans im Glück en 999 Games) dat voorbeeld gaan volgen, maar dan moeten zij weer speciale print runs gaan doen, met aangepaste dozen. Daar kan het nauwelijks goedkoper van worden.

En de alea Schatzkiste? Potverdorie, daar begint het alweer te knagen. En Säulen der Erde: Duell der Baumeister is natuurlijk een zelfstandig spel speciaal voor twee spelers, dus dat telt niet, toch? (ik vergeet maar even dat ik het basisspel vooral met twee spelers doe). Je ziet, niemand in spellenland is volledig immuun...

zaterdag 7 maart 2009

6 pionnen

Wie kent het gezegde niet: "een 10 is voor God, een 9 voor de meester en de beste leerling krijgt een 8." Heel calvinistisch dus, naar het hoogste hoef je niet eens te streven, dat is onbereikbaar voor ons gewone stervelingen. Bij Spellengek gebruiken we een 5-puntschaal en we geven ook regelmatig een spel een vijf. Er zijn websites die een 10-puntschaal gebruiken en die zelden of nooit een spel extreem laag of extreem hoog waarderen en dus eigenlijk ook een 5-puntschaal gebruiken. Psychologisch is dit wellicht verzachtend voor de lage waarderingen, een 4 of 5 voelt een stuk minder laag dan onze 1 en 2, maar eigenlijk komt het vaak op hetzelfde neer.

Omdat we “relatief” makkelijk een vijf geven, hebben inmiddels heel wat spellen die score gekregen. Ook binnen de groep vijven heb je daardoor verschillen die variëren van de hakken-over-de-sloot vijfjes tot de allerbeste spellen, die je bijna zes pionnen zou willen geven om te laten zien hoe bijzonder ze zijn. In dit blog neem ik daarom de vrijheid om voor één keer zes pionnen uit te delen aan de spellen die met kop en schouders boven de rest uitsteken.

Taipan
De eerste keer dat ik Taipan speelde snapte ik er helemaal niets van. Je moest punten halen door slagen te halen en er zaten vier onbegrijpelijke kaarten in. Ik ben Peter Hein dankbaar dat hij meer doorzettingsvermogen had dan ik, want na nog een paar potjes vielen de stukjes op zijn plaats en bleek dit kaartspel een absolute topper te zijn. Hoe een potje loopt hangt niet alleen van je kaarten af, maar vooral van de manier waarop je samenwerkt met je partner. En omdat iedere partner net anders speelt, kan dit verrassend uitpakken. Het enige nadeel van dit spel is dat je het met exact vier mensen moet spelen, maar als je vier ervaren taipanners bij elkaar hebt, dan heb je ook gegarandeerd vuurwerk op tafel.

De Kolonisten van Catan
In de familie Catan zitten meerdere spellen die ik een zes zou geven, namelijk het bordspel, kaartspel en de Steden en Ridders uitbreiding. Het kaartspel heb ik cadeau gekregen en is voor mij de vonk geweest die me kennis heeft laten maken met de nieuwe generatie spellen. Na het kaartspel, maakte het bordspel zeker net zo veel indruk en dat spel werd alleen maar beter met de Steden en Ridders-uitbreiding. Deze spellen mogen in geen enkele spellenkast ontbreken.

Tikal
De doos van Tikal vind ik er al geweldig uitzien en dan mag je ook nog in de huid kruipen van het beroep waarvan ik als kind droomde: archeoloog. En dan hebben we het nog niet eens over het spel zelf gehad. Dit spel is het beste actiepuntenspel dat Kramer & Kiesling hebben gemaakt en verdiende echt meer dan vijf pionnen.

El Grande
Dit spel is het eerste liefhebbersspel dat ik aanschafte. Ik was nog helemaal in de ban van Catan en dit spel lag in de ramsj bij de plaatselijke Marskramer. Ik heb het puur op de uitgever gekocht en daar absoluut geen spijt van gekregen. El Grande is gewoon het allerbeste meerderhedenspel dat er is. Ik kan me niet voorstellen dat er in dit genre ooit een beter spel bedacht wordt.

Morgenland
Ik houd van sprookjes en van goede spellen en Morgenland is een fantastisch spel in een sprookjesachtige uitvoering. Het spel kent eigenlijk geen spanningsdipjes en houd je dan ook van het begin tot het eind op het puntje van je stoel. Wie had ooit gedacht dat blind bieden zo spannend zou kunnen zijn.


Wizard
Wizard is een boerenbridgevariant waar je punten haalt door te voorspellen hoeveel slagen je exact gaat halen. En wat kan dat moeilijk zijn, zeker als je medespelers besloten hebben dat jij deze ronde nat gaat. Ik kan me niet herinneren dat ik dit spel ooit met iemand heb gespeeld die het niet leuk vond.




Scrabble
Het laatste spel verdient misschien wel 7 pionnen: Scrabble. Dit spel is voor mij onlosmakelijk verbonden met alle potjes die ik met Niek op terrasjes, restaurantjes en hotelkamers heb gespeeld. Ook thuis spelen we het regelmatig, maar op vakantie spelen we het dagelijks en soms zelfs nog vaker. Dit letterspel verveelt mij nooit, al kan ik er ontzettend van balen als ik kansloos verlies omdat de letters tegen zitten of ik goede kansen over het hoofd zie.

Ik heb in dit rijtje alleen spellen gezet die ik al langer dan één jaar ken en waarvan ik dus weet dat ze de tand des tijds hebben doorstaan. Dit betekent vooral dat Memoir '44 buiten de boot is gevallen, maar ik heb zo'n gevoel dat dat wel een blijvertje is.

Welk spel of welke spellen zou jij 6 pionnen willen geven?

maandag 2 maart 2009

Gespeeld in februari

Het is weer de tijd van de maand. In totaal speelde ik 67 keer een spel, verdeeld over 34 verschillende spellen. Spellen die ik vaker dan één keer speelde:

11x Dominion
8x Tai Pan
4x Race for the Galaxy
3x Cthulhu Rising
2x Bang!, Cro-Magnon, Spokentrap, Gulo Gulo, Keltis, Name of the Rose, Qwirkle, Ticket to Ride kaartspel, Auf der Reeperbahn, Rupsje Nooitgenoeg en een prototype.

Het leukste nieuwe spel vond ik Tatort Themse, een simpel kaartspelletje van Knizia. Ondanks dat ik nogal fan ben van zijn spellen, stellen veel van zijn simpele (kaart)spelletjes me toch wat teleur. Niet deze titel. Het heeft het bekende verzamelen van setjes, bonuspunten voor meerderheden en dergelijke. Maar een leuke twist tilt het in dit geval boven het gemiddelde uit. Hier is dat de mogelijkheid om extra te betalen om een kaart te nemen die je echt wilt, door andere kaarten uit het spel te verwijderen, die je medespelers dan ook niet meer kunnen krijgen. Nog maar een keer gespeeld, dat het vaker mag volgen.

Andere nieuwe spellen:

Cro-Magnon: een best wel geestig partyspel. Niet heel bijzonder, maar grappig genoeg om niet tegen te staan. Zie ook mijn recensie.

The Name of the Rose: een kruising tussen CIA en Mysterie van de Abdij, waarbij van de laatste vooral het thema overeenkomt. Een aardig spel met geheime identiteiten, maar niet zonder probleempjes. Belangrijkste is misschien wel het risico dat het met veelspelers volledig doodslaat, omdat ze de dagen maar blijven rekken door tijdfiches te spenderen en vervolgens weer op te pikken. Maar aan de andere kant, daar win je ook weer niet altijd mee. Denk ik.

Koude Oorlog: CIA vs. KGB: een typisch kaartspelletje. Een beetje bluffen, blackjacken en gewiekst kaartspel is niet waar je zo'n thema bij verwacht. Vond het toch heel aardig om te doen, en het uiterlijk is prima verzorgd.

De Ontembare Stad: Het Verraad: Niet helemaal nieuw, want ik had het prototype al eens gespeeld. Bovendien waren de aanpassingen sindsdien marginaal, voor zover ik kan beoordelen. Maar dit speel ik liever niet weer. Ik vind de Ontembare Stad nog wel OK, al heeft het voor mij iets te veel directe en willekeurige interactie, en een rijker-worden-rijker-probleem. Daar is nog wel omheen te spelen, maar met Het Verraad wordt alles nog een keer zo erg. En wel zo, dat ik mijn eerste (officiële) potje graag als mijn laatste zie. Prima geschikt voor wie dat juist leuk vond aan het spel, mijn kopje thee is het niet.

Gravediggers: Nu een kaartspel van Knizia waar ik wel wat van verwachtte, maar dat toch tegenviel. Iedereen speelt blind kaarten bij verschillende graven, die af en toe geroofd worden. Dan moet je een bod opbrengen om iets uit het graf te krijgen. Maar omdat je hooguit een paar kaarten bij het graf kent, is het doorgaans volledig onduidelijk waar je nou precies op biedt. Vooral vervelend omdat er verschillende karakterkaarten bij kunnen liggen die de regels over wie wat krijgt ernstig veranderen. Iets teveel chaos naar mijn smaak, maar misschien werkt het beter met drie. Vijf spelers voelde echt als teveel.

Pick & Pack: een heel aardig tweepersoonsspelletje met volledige open informatie. Dat kan tot AP leiden of voorspelbare potjes, maar als je het een beetje vlot speelt valt dat wel mee. Dit had prima in de Kosmosreeks gepast.

Slot Sidderstein: lag al een paar jaar in de kast, maar kwam nu eindelijk eens op tafel. Het eerste spel was nog even wennen. De tijd gaat niet zitten in het manoeuvreren van het spook (dat lukte ook Vera heel aardig), maar in het vinden van de afgebeelde personen en dieren. Er meer dan één vinden was dus een hele klus. Misschien dat het beter wordt als we het vaker spelen. De regels bieden genoeg varianten en nodigen spelers ook uit eigen regels te verzinnen. Het spel leent zich daar uitstekend voor. Het is bijna speelgoed.

Ducosimbeurs 28 februari 2009

Op de laatste dag van de meteorologische winter werd in Amersfoort de Ducosim Winterbeurs georganiseerd. De herfstbeurs had ik helaas moeten missen door andere afspraken dus het was voor mij voor het eerst dat ik naar de nieuwe beurslocatie toeging. Vanuit Rotterdam is Amersfoort natuurlijk iets verder rijden, maar het was mooi weer en de enorme files op de afritten in Utrecht beloofden niet veel goeds voor de Utrechtse beursganger (daar was volgens mij een motorbeurs, al snap ik dan niet helemaal waarom al die motorliefhebbers met de auto kwamen). We konden de auto kwijt in een parkeergarage pal naast het theater waar de Ducosim-beurs werd gehouden.

Op de beurs hebben we eerst wat spellen ingeleverd voor de veiling (ruimte!), daarna was het tijd voor de sanitaire stop (schone, gratis toiletten, prima voor elkaar dus) en daarna konden we eindelijk gaan doen waar we voor gekomen waren: de beursvloer op.

Omdat de locatie nieuw was besloten we eerst maar eens een rondje te lopen. Ik vind de zaal er vriendelijker en moderner uitzien dan de zaaltjes in Utrecht, maar helaas is het allemaal ook wat kleiner. De winkeltjes zijn aan de rand van de zaal gepositioneerd, de miniatuurmensen zitten aan de ene kant van de zaal en de liefhebbers van traditionele spellen aan de andere kant. De tafels staan redelijk dicht op elkaar en per standhouder zijn er ook minder tafels beschikbaar. Laten we het van de positieve kant bekijken, hierdoor is vast iedereen geneigd wat in te schikken waardoor je sneller met onbekenden gaat spelen! De stoeltjes zijn echt theaterstoeltjes. Ik heb nooit geweten dat dit ook opklapbare stoeltjes kunnen zijn. Het zit wel lekker, maar veel ruimtewinst heb je niet als je ze opvouwt.

Ik wilde heel graag Chicago Express spelen en dat kon. Al gauw schoven nog een vader en zijn 10-jarige zoontje aan en nog wat later ook nog Peter Hein. Ik heb een tijdje geleden Steam over Holland gespeeld en vond dat op zich best leuk, maar er zat mij te veel rekenwerk in. Chicago Express is een soort light versie hiervan. Mijn zijn vijven weet je zeker dat er één speler is die geen startaandeel heeft. Niek dacht dat je kansloos zou zijn zonder aandeel en zette dus zijn hele vermogen in om het laatste aandeel te bemachtigen. Peter Hein begon daardoor zonder aandeel, maar dat bleek juist een voordeel te zijn. Doordat iedereen veel betaald had voor zijn aandeeltje, kon nu niemand tegen hem opbieden waardoor hij makkelijk extra aandelen kon kopen. Na de eerste beurt was ons dan ook duidelijk dat PH er heel dik met de overwinning vandoor zou gaan. De rest van ons had wat meer moeite om te doorzien hoe het spel werkt. Ik heb me wel vermaakt, ik vind het leuk dat je privé-vermogen en de vermogens van de treinmaatschappijen hebt.

Na Chicago Express hebben we met Peter Hein nog een potje Lungarno gedaan. Dit is een legspelletje waar je met mannetjes punten kan claimen voor verschillende dingen. Het duurde even voor ik doorhad waar ik de punten voor kon krijgen. Op zich is het wel een aardig spel, maar het greep me niet echt.

Niek vond het mooi geweest en dus gingen we weer huiswaarts voor de verplichte zaterdag-boodschappen. De nieuwe locatie vond ik in ieder geval wel een succes. Er zouden nog wel wat meer tafels met bordspellen bij mogen (maar ik weet niet of de miniaturen-gamers ruimte kunnen en willen inleveren), maar de sfeer is uitstekend.