zaterdag 30 augustus 2008

BoardGameEconomist?

The Economist is al meer dan tien jaar mijn favoriete tijdschrift. Doorgaans erg gedegen en serieus, maar af en toe snijden ze toch een frivoler onderwerp aan. Zoals deze week: de voorliefde van Duitsers voor zogeheten 'Eurospellen'. De onwetende lezer krijgt eventjes een stoomcursus moderne bordspellen, waarbij Puero Rico, BGG en 'Ameritrash' expliciet worden genoemd.

Als dat toch geen erkenning is? Het artikel is te lezen op de website van The Economist.

woensdag 27 augustus 2008

Taipan Tournooi 2008

Afgelopen vrijdag organiseerde Eugène voor de tweede keer een Taipan tournooi. Voor de enkeling die Taipan niet kent: Taipan is een kaartspel dat je altijd met twee teams van twee mensen speelt. Het spel is een slagenspel met vier bijzondere kaarten (draak, feniks, majong en de hond). Het teamelement is wat dit spel van een goed spel in een absoluut geweldig spel te veranderen, misschien is het zelfs wel het beste spel dat ik ken.

Omdat het een tournooi was, werd het spel op een speciale manier gespeeld (die naar verluid gepikt is van brigde-kampioenschappen). Iedere ronde werden per tafel de kaarten geschud en in één keer opgedeeld (normaal doe je het in twee series), hierdoor was het dus ook niet mogelijk om grote Taipan te roepen. Vervolgens moest je opschrijven welke kaarten je weg gaf en terug kreeg. Normaal mag je de kaarten die je wint pakken, maar bij dit spel bleven de kaarten bij degene die ze gespeeld had en werden ze in vier keurige stapeltjes neergelegd zodat nog steeds duidelijk was bij wie de punten hoorden. Aan het eind van een ronde moest je de kaarten die je gekregen had weer terug geven en werden de vier startstapels in een speciaal mapje gestopt en doorgegeven naar de volgende tafel. Op deze manier speelde iedereen een keer met iedere startset en kan je de resultaten gaan vergelijken.

Hoe de puntentelling precies ging, weet ik niet, maar het ging er om dat je het met iedere hand beter moest doen dan de andere spelers met diezelfde hand. Verliezen hoefde dus niet erg te zijn, als je maar met een minder groot verschil verloor.

Ik speelde samen met Erik en het was echt leuk om weer eens zoveel Taipan te spelen. Ik ben nu bijna een jaar geleden van baan gewisseld (wat is dat snel gegaan!). Ik speelde vroeger met mijn collega’s Taipan in de pauze, maar helaas zijn mijn nieuwe collega’s daar niet voor te porren. Ik heb een poging gewaagd maar die is helaas jammerlijk mislukt. Ik heb het ontzettend naar mijn zin gehad, zelfs op de momenten dat Erik net niet deed wat ik hoopte en ik daardoor mijn kaarten niet uit kon spelen. Uiteindelijk werden we vierde van de zes en dat was beter dan ik had verwacht omdat ik veel minder kan spelen dan de andere spelers.

woensdag 20 augustus 2008

Agricola Solo

Vanmorgen heb ik me voor het eerst aan een solo potje Agricola gewaagd. Ik was erg nieuwsgierig hoe ik het zou vinden om Agricola in mijn uppie te spelen. Je kan dan rustig bepaalde grondstoffen laten liggen groeien tot er genoeg ligt om in één keer een grote ontwikkeling te realiseren (paar extra kamers aan je boerderij, enorme stukken land omhekken, etc.). Ik had dan ook van te voren bedacht dat ik aan het begin dan maar vooral acties moest doen die niet beter worden als je ze een paar ronden niet kiest, of te wel akkertjes ploegen, graan pakken en inzaaien die handel.

Maar toen ik mijn ambachten en kleine investeringen zag, besloot ik eerst maar eens een beetje aan die ontwikkelingen te werken omdat ik kaarten had waardoor ik efficiënter kon ploegen en graan pakken. Altijd lekker, toch? Maar om de ploegkaart te kunnen gebruiken moest ik wel een voedselfiche inleveren en dus ging ik eerst toch maar voedsel pakken. En zo klooide ik wat aan in de eerste fase.

Al gauw begon ik me af te vragen hoe lang het efficiënt is om te wachten met het pakken van de grondstofstapels. Als je wacht kan je in één beurt lekker veel pakken, maar dat betekent ook dat je pas daarna de grondstoffen kan gaan uitgeven. Ik wilde graag in één klap mijn huis van twee extra kamers voorzien en daar dan twee baby’s in stoppen. Het viel me tegen hoe soepel dit ging, je bent toch gedwongen om ook te blijven opletten dat je genoeg te eten krijgt en voor je het weet moet je je doel weer even uitstellen om toch maar klei te pakken om een fornuis te kunnen bouwen zodat je de beesten die zich in rap tempo opstapelen kan gaan verworsten.
Aan het eind van het spel wist ik soms niet meer goed wat ik moest doen. Ik had veel akkers en dus geen ruimte meer om de weilanden of huis uit te breiden. En het spel duurde niet lang genoeg meer om bepaalde acties af te maken. Ik heb toen nog maar wat kleine investeringen en ambachten gespeeld voor extra punten.

Uiteindelijk heb ik niet eens de moeite genomen om mijn punten te tellen. Het zullen er wel veel (in vergelijking met een potje met meer spelers) zijn geweest. Bovendien ontdekte ik dat ik vals had gespeeld. Ik had mijn gezinsleden maar 2 voedsel gegeven terwijl ze er 3 hadden moeten krijgen. Ik had het mezelf dus te makkelijk gemaakt.

Ik had gemengde gevoelens over dit solo avontuur. Het is minder leuk om met jezelf te spelen dan tegen iemand anders, al is het maar omdat je de gezelligheid mist van iemand om af en toe tegen aan te kletsen. Verder vond ik de solo variant erg aanvoelen als een optimalisatievraagstuk wat je moet zien te kraken. Als je tegen iemand anders speelt dan moet zorgen dat je het beter doet dan die ander. Wellicht had het nog wel beter gekund, maar daar heb je geen extra winst door. Beter dan de ander, al is het maar één puntje, is goed genoeg. Bij de solo variant is de uitdaging dat je het een volgende keer beter doet dan jezelf. Dat kan best uitdagend zijn, maar voor mij wordt het er een rekenexercitie van. Het enige verschil is dat je iedere keer een andere combinatie van ambachten en kleine investeringen tot je beschikking hebt, maar misschien is dat voor een maximalisatievraagstuk juist een nadeel. Als je één keer reuze goede kaarten hebt, dan lukt het je wellicht daarna nooit meer om je eigen record te verbeteren omdat je nooit meer zo’n goede hand hebt.

Aan de andere kant heb ik het idee dat ik het spel beter had kunnen doen. Ik had mijn hout misschien beter niet kunnen gebruiken voor mijn huis maar voor hekken en mijn huis eerst moeten renoveren en vervolgens het minder schaarse leem en steen gebruiken om het huis uit te breiden. Ik had beter moeten nadenken over hoe nuttig de ambachten en kleine investeringen waren (hoe lang duurt het voor je ze terug verdiend hebt en is het die tijd waard).

Na mijn eerste potje heb ik het spel dan ook weer netjes terug gestopt in de doos. Ik denk niet dat ik het snel nog een keer in mijn eentje ga doen. Ik kan me voorstellen dat het prettig is om het spel (als je zelf moet uitvogelen hoe de regels werken) eerst een keer alleen te spelen zodat je het daarna goed kan uitleggen, maar daarna denk ik dat je meer speelplezier hebt als je het met meerdere spelers doet. Maar ja, als er niemand met je wil spelen........

dinsdag 19 augustus 2008

Loggen op de 'geek

In januari 2000 ben ik begonnen bij te houden welke spellen ik wanneer deed en met wie. Het leek me wel leuk om te zien welke spellen ik nu het vaakst deed en wat ik in een jaar zoal speelde; ik weet het niet meer precies, maar waarschijnlijk raakte ik geïnspireerd door de 'five and dime'-lijstjes op rec.games.board (in de BGG-loze tijd).

Ik begon met een simpel Excel-sheetje, maar dat werd alsmaar groter en onoverzichtelijker. Tijd dus om het over te zetten naar een echte database: die van Boardgamegeek. Daar kun je per spel loggen wanneer je het gespeeld, en dankzij een nieuwe functionaliteit ook waar en met wie, wie er won, enzovoort. Het leuke van de BGG-database is dat je je aantal gespeelde spellen kunt vergelijken met andere geeks. Zo heb ik de meeste gelogde spellen bij Flowerpower en Störtebeker (en waarschijnlijk een aantal obscure Haba-spellen) en bij Tai Pan ben ik hard op weg (hoera!).

Er zijn vier spellen waarvan ik meer dan 100 gespeelde potjes gelogd heb: Tai Pan (mijn meest gespeelde spel), Flowerpower, Carcassonne en Lost Cities. Was ik vijf jaar eerder begonnen met loggen, dan had ik daar het Kolonisten bord- en kaartspel en Magic ook wel aan toe kunnen voegen denk ik. Verder zijn de spellen die ik vaak gespeeld heb (zeg 20 keer of meer) bijna allemaal kaartspellen en tweepersoonsspellen.

Om dus maar even een indicatie van geekniveau te geven. Maar ik ben vast niet de enige die bijhoudt welke spellen hij doet. Ik ben dus wel benieuwd wie van onze lezers (al dan niet op BGG) bijhoudt wat hij/zij speelt. En wat is je meest gespeelde spel?

maandag 18 augustus 2008

Agricola nr. 1

Het ondenkbare is dan toch gebeurd: Puerto Rico is na jarenlange dominantie zijn eerste positie in de ranglijst van Boardgamegeek kwijt. De parvenu in kwestie is Agricola. Heel erg verrassend is het ook weer niet, als je de ontzettend grote hype, die nu al bijna een jaar duurt, in ogenschouw neemt.

Maar zal Agricola bovenin blijven? De spellen hebben allebei een gemiddelde waardering van ongeveer 8.3. Dat is erg hoog, maar toch is er een verschil. Puerto Rico heeft op dit moment 10.000 waarderingen meer dan Agricola (als ik me niet vergis hebben alleen Kolonisten en Carcassonne meer waarderingen). Dat betekent dat het gemiddelde van Agricola een stuk minder stabiel is dan dat van Puerto Rico en op termijn waarschijnlijk zal dalen.

Ik gok dus dat met Agricola hetzelfde gaat gebeuren als met Caylus: het gemiddelde cijfer schiet aanvankelijk als een raket omhoog, maar naarmate meer spelers het spel spelen en een waardering geven zal het zich stabiliseren op een evenwichtsniveau en krijgt een plekje ergens in de top-10. Caylus schoot naar een tweede plaats en zit nu vrij stabiel op een zesde-zevende plaats.

Maar maakt het wat uit? Natuurlijk niet. Het geeft gespreksstof aan inspiratieloze bloggers en lijstjesfetisjisten (ik ken ze ook niet) en biedt als zodanig enig vermaak. Ondertussen blijf ik de lofzang op Tai Pan en Race for the Galaxy gewoon voortzetten.

zondag 17 augustus 2008

Agricola

Agricola houdt op dit moment de hele spellenwereld in zijn greep. Het is een spel dat de eerste keer overdondert en betovert. Tenminste dat deed het bij mij. Toen de Nederlandse versie in de winkels verscheen, was het voor mij dan ook een no brainer dat er exemplaar in mijn spellenkast terecht zou komen.

Peter Hein had het spel voor de release in Nederland al een aantal keren gespeeld en kon dan ook in no time een recensie schrijven. Ik was absoluut verbaasd toen ik las dat hij het spel vier pionnen gaf. My precioussssss, zo ondergewaardeerd. Ik vond zelf dat ik het spel nog niet vaak genoeg gespeeld had om een waardering te geven, maar ik was er van overtuigd dat het wel een vijf pionnen spel moest gaan worden. Mijn eerste potje had ik zo geweldig gevonden, op internet stonden zo veel lovende verhalen, dit moest wel en spel zijn dat je tot het einde der tijden zou blijven verrassen.

Inmiddels heb ik Agricola negen keer gespeeld en begin ik langzaamaan Peter Heins standpunt te delen. Agricola is absoluut leuk en vermakelijk om te spelen, maar het is geen geweldig spel. Het thema is top en werkt heel goed maar het spelsysteem is net te oppervlakkig om het spel geweldig te laten zijn. En de belangrijkste reden hiervoor is dat er weinig verschillende manieren zijn om het spel te winnen, het komt er toch op neer dat je moet proberen op zoveel mogelijk terreinen tenminste iets gedaan te hebben (om minpunten te voorkomen) met een paar gebieden waar je veel punten pakt. Je kan niet specialiseren en daardoor winnen. Let wel, dat je weet wat je moet doen wil niet zeggen dat de keuzes makkelijk zijn, je wilt altijd meer dan je mag en het blijft bijna altijd een gevecht om genoeg voedsel voor je gezin te verzamelen.

Een belangrijke bron van variatie in Agricola zijn de enorme stapels met kleine investeringen en ambachten. Ieder spel begin je met zeven kaarten van iedere soort. De kaarten zien er vaak veelbelovend uit, maar in de praktijk vind ik ze tegenvallen. In de potjes die ik heb gespeeld had ik de indruk dat de speler die zwaar inzette op deze kaarten er eerder last dan een voordeel van had. Het kost acties om de kaarten te spelen en die acties kan je niet meer voor iets anders gebruiken waardoor de ontwikkeling van je boerderij vertraging oploopt.

Je kan eigenlijk maar een heel beperkt aantal van deze kaarten rendabel spelen en daardoor zijn ze eerder een toevalsfactor geworden dan een toevoeging die extra strategische mogelijkheden bieden. Wie de beste kaarten trekt (en die herken je doorgaans wel) heeft een voordeel. Wellicht was het beter geweest als er gewoon een aantal kaarten open hadden gelegen die je had mogen kiezen. Op die manier had iedereen dezelfde uitgangspositie gehad, nu heb je wel eens dat je tegenstander echt een geweldige kaart heeft en daar heel veel voordeel van heeft terwijl jij minder sterke kaarten hebt getrokken.

De conclusie is dus dat de magie van Agricola er voor mij een beetje af begint te gaan. Wat overblijft is een goed spel dat ik met plezier speel, maar wat minder spannend is dan ik in eerste instantie had gedacht. De kracht van Agricola is het thema, het blijft leuk om je boerderij te zien ontwikkelen en het geeft een kick als het je lukt om een systeem te creëren dat werkt (er is genoeg voedsel om je bezig te kunnen houden met het verder ontwikkelen van je boerderij). Het is misschien nog het best vergelijkbaar met de spelbeleving van Carcassonne, toen dat spel nieuw was kon ik er ook geen genoeg van krijgen om de landkaart te zien ontstaan, maar ook dat verrast na een (flink) aantal keer niet meer waardoor het spel iets van zijn glans verliest.

Maar tegelijkertijd blijf ik twijfelen over mijn waardering. Ik heb het spel al negen keer gedaan (dat is veel voor mij omdat ik vaak toch nieuwe recensie-spellen doe waardoor oude favorieten ongewild stof liggen te verzamelen) en ik wil het spel graag nog een aantal keer doen. Is een spel dat je zo vaak wilt spelen niet per definitie vijf pionnen waard? Ik ben er nog niet uit. Het spel heeft iets en mist ook iets en ik moet er nog eens goed op broeden wat ik de doorslag ga laten geven.

vrijdag 1 augustus 2008

De grote verliezer

Afgelopen woensdag had ik een heuse spellendate met Eugène. Woensdag is mijn vaste dag (ik heb er geen seconde spijt van gehad dat ik terug ben gegaan naar 4*9) en Eugène had een dagje vrij genomen voor een dag schaamteloze spellenpret.

Om tien uur ging de deurbel en kon het feest beginnen. We begonnen met een paar potjes Go. Ik heb in een grijs verleden een Go-spel gescoord op de rommelmarkt op Koninginnedag. Omdat de spelregels die daar bijzaten rijkelijk vaag waren heb ik vervolgens bij De Slegte een boekje over Go gekocht en dat gelezen. Ik vond het fascinerend en heb met Niek zelfs een poging gedaan om het te spelen. Ik miste alleen het inzicht om goed te snappen wat ik aan het uitspoken was en daardoor belandde het spel en boek al snel terug in de kast.

Eugène heeft het spel van Lydia geleerd en dus konden we het proberen. Al snel herkende ik termen en ideeën, al was toepassen nog een brug te ver. Maar met elk potje dat we deden, leerde ik er weer wat bij en belangrijker, ik had er gewoon lol in. Volgens Eugène zegt een Japans spreekwoord dat je het spel maar het beste vijftig keer achter elkaar kan spelen en verliezen, omdat je daar het meeste van leert. Ik heb de eerste tien keer er in ieder geval nu opzitten.

Peter Hein had ons zijn Race for the Galaxy geleend. Ik heb dit spel inmiddels een paar keer eerder gedaan en ik snap waarom Peter Hein er zo over te spreken is, maar ik heb zelf het spel nog niet vaak genoeg gespeeld om alle kaarten te snappen en er iets slims mee te kunnen doen. Er zijn zo veel verschillende kaarten met rare symbooltjes. Het spel heeft daardoor een flink hoge instapdrempel en ik ben er nog niet over heen. Na twee keer spelen (en verliezen) vond ik het dan ook wel weer mooi geweest.

Eugène had zich zo’n beetje naar aanleiding van de top 100 blogjes voorgenomen om er naar te streven om alle top 100 spellen te spelen. Eén van de spellen waarvan hij niet zeker wist dat of hij het had gespeeld was mijn favoriet, Scrabble. De regels van Scrabble kent iedereen wel zo’n beetje dus we konden snel beginnen. Ik begon gênant goed door meteen mijn woord uit te leggen en daarmee flink wat punten te scoren. Ik had al een beetje medelijden met Eugène. Zelf vind ik het heel frustrerend als ik al vanaf het begin af aan meteen al flink achter sta. Het bleek echter nergens nodig te zijn om medelijden te hebben met Eugène, hij heeft me niet één keer maar zelfs twee keer finaal van het bord gespeeld. Haleluja, wat speelde hij ongelofelijk goed en dat voor iemand die voor het eerst (of voor het eerst in tijden) achter een Scrabblebord zat.

Als afwisseling hebben we nog een potje Scrabble de strijd (vereenvoudigd scrabbleën met dobbelstenen) gedaan. En dat potje wist ik zo waar (met de hakken over de sloot) te winnen.

We vonden het tijd geworden voor wat pittigers en dat werd Agricola. Het blijft heerlijk om in dit spel je boerderij te zien ontstaan en net die lekkere actie voor de neus van je tegenstander weg te kapen (oh, wilde jij ook graag hekken bouwen). Het eerste potje ging ik heel lekker en had ik aan het eind een boerderij waar ik heel blij mee was. Ik had alleen nauwelijks gebruik gemaakt van mijn kleine investeringen en ambachten. Eugène had hier wel mee gespeeld en ik vreesde dus dat ik voor de zoveelste keer ging verliezen. Maar tot mijn grote verbazing had ik net een paar puntjes meer. We hebben meteen nog een potje Agricola gedaan en dit keer heb ik bewust een aantal ambachten en kleine investeringen gespeeld. Hierdoor kon ik veel minder andere acties kiezen en bleef mijn boerderij een beetje een zielig gebeuren. Maar op een gegeven moment begon het te lopen en stampte ik in een paar rondes een interessante boerderij uit de grond. Eugène had dit keer wat minder aandacht aan de kleine investeringen en ambachten besteed en was degene die won. Ik begin me dus af te vragen wat de toegevoegde waarde van de extra kaarten is, zou je vaker winnen als je geen gebruik maakt van deze kaarten? Dit vraagt om verder onderzoek. Hè, wat vervelend nou, nog vaker Agricola spelen.

Het was inmiddels redelijk aan het eind van de middag geworden en dus tijd voor mij om achter een echt fornuis te gaan staan. Tijdens het koken (de rijst kookt ook wel als je niet constant in de pan kijkt) hebben Eugène en ik nog een potje Senet gedaan. Ik vind dit echt een leuk snel tweepersoonsspelletje. Eugène leek er alleen niet warm voor te lopen. Senet en Go zijn bij benadering even oud (give or take een paar honderd jaar) en hij dacht dat als er in het jaar (eeuw/ millennium) waarin deze spellen uit waren gekomen al een Spiel des Jahres was geweest, dat Go dan absoluut had gewonnen. Ik ben het hier niet mee eens, de SdJ gaat altijd naar een familiespel en dat is Senet wel en Go niet. Ik vrees echter dat we het antwoord op deze prangende vraag nooit zullen weten. Senet was overigens het laatste spelletje dat ik deze dag zou winnen.

Na het eten hebben we nog één spel gedaan. Dit keer met zijn drieën want Niek deed ook mee. We hebben een potje Stone Age gedaan. Niek en ik hebben dit spel al een flink aantal keren gedaan en volgen beide zo’n beetje dezelfde tactiek: ga voor een mix van kaarten en ontwikkelingen (bijltjes, mannetjes en graan) en pak af en toe nog eens een hutje mee. Eugène besloot zijn eigen koers te varen en focuste zich op het bouwen van hutten en pakte daar tijdens het spel al stapels punten mee. Ik had maar één hut gebouwd en ben dus zelfs een tweede keer door Eugène ingehaald op het scorespoor. Maar het spel is pas afgelopen na de eindtelling. Ik had nog heel veel punten met de bijltjes en de idolen, maar het bleek niet genoeg te zijn om onze Bob de Bouwer voor te blijven. Wederom won Eugène.

De eindstand van de dag was dus dat ik van de 19 spellen die ik had gespeeld maar drie spellen had gewonnen. Ik was dus overduidelijk de grote verliezer. Gelukkig vind ik het helemaal niet erg om een dagje de loser te zijn als dit betekent dat ik de hele dag spelletjes mag doen. Eugène, wil je me binnenkort weer inmaken?