zaterdag 23 februari 2008

Kinderspellen

Op spellen staat bijna altijd vermeld hoe oud je minimaal moet zijn om een spel te kunnen spelen. Op de dozen van de pittigste spellen voor liefhebbers staat bijvoorbeeld vaak vanaf 12 jaar aangegeven. Wat echter niet duidelijk op de dozen staat aangegeven is tot welke leeftijd een spel leuk blijft.

Op veel kinderspellen staat van 4 tot 99 om aan te geven dat het spel door het hele gezin gespeeld kan worden en zelfs opa en oma kunnen moeiteloos aanschuiven. Dit wil alleen niet zeggen dat de ouders of opa en oma het spel zelf ook zouden willen spelen als hun kleinkinderen op bed liggen. De kinderen van Catan is zo’n voorbeeld, kleine kinderen krijgen er geen genoeg van, maar volwassenen spelen het spel alleen maar om hun kind een plezier te doen (lees de recensie van ervaringsdeskundige Peter Hein er maar eens op na).

Maar sommige spellen voor de allerkleinsten zijn ook uitermate geschikt om met een tafel vol volwassen spelers te spelen. Deze week was op mijn werk een spellenavond. Het spellenvirus heeft op mijn afdeling nog niet echt huis gehouden (de eerste slachtoffers zijn al gevallen, maar de besmetting neemt nog niet echt grootse vormen aan). Ik had daarom een aantal niet al te ingewikkelde maar wel hele leuke spellen meegenomen waaronder twee spellen van Haba.

Nadat ik een potje had getaipand (drie keer een enthousiaste reactie) besloot ik Dier op Dier op tafel te zetten. Het spel was een daverend succes en is vier keer achter elkaar gespeeld. Iedereen vond het leuk en er is veel en hard gelachen. Daarna legde ik Oeps, mis! op tafel. Dit is een spel waarbij je op basis van de informatie op een kaart zo snel mogelijk de juiste houten speelfiguur (er zijn er vijf) moet pakken. Dit spel was zo mogelijk nog een groter succes dan Dier op Dier. Mensen aan andere tafels keken verstrooid op van hun spel waarom er aan onze tafel zo hard gegild werd en er zelfs tranen van het lachen over wangen liepen. Ook dit spel is meerdere keren gespeeld.

Deze twee spellen voor kinderen (Dier op Dier is geschikt voor kinderen vanaf 4 jaar en Oeps, mis! voor kinderen vanaf 6 jaar) blijven dus leuk, ook als je met alleen maar volwassen speler speelt.

De laatste tijd had ik her en der verhalen gelezen (o.a. op Bordspel.com en Spelmagazijn) dat Stef Stuntpiloot onder studenten helemaal hot was. Ook dit is een spel voor kinderen vanaf 4 jaar. Omdat ik deze week me zo ontzettend veel plezier al twee kinderspellen had gedaan, ben ik gisteren in mijn pauze Stef Stuntpiloot gaan kopen (het is zo luxe om in het centrum van Den Haag te werken).

Gisteravond heb ik het spel in elkaar gezet (vooral heel veel stickers plakken). En daarna hebben Niek (mijn man) en ik meteen een aantal potjes gespeeld. Stef Stuntpiloot is een behendigheidsspelletje waar een vliegtuigje rondjes draait en daarbij de kippen in je kippenhok raakt. Dat wil je natuurlijk niet en daarom kan je met een wipdingetje het vliegtuigje een optetter geven waardoor hij over jouw kippen heen vliegt. Het leukst is het als je precies hard genoeg mept om het vliegtuigje over het wipdingetje van je tegenstander te wippen om precies op zijn kippen te landen. Als je hard mept kan het vliegtuigje zelfs echte loopings maken. Vanmorgen hebben we wederom een paar potjes gedaan en ik kan niet anders zeggen dan dat ik dit spel ook leuk vindt. Het doet een beetje aan flipperkasten denken, maar dan dus voor meerdere spelers.

De moraal van het verhaal is dat je nooit te oud bent voor een goed kinderspel. Tips voor meer van dit soort toppers zijn welkom!

maandag 18 februari 2008

Ontoegankelijke spellen

Vorige week speelde ik weer eens Race for the Galaxy met mensen die het voor het eerst speelden. Inmiddels begint dat een voor mij herkenbaar patroon te worden: een moeizame uitleg, onderbroken door veel vragen en glazige blikken en een even zo moeizaam spelverloop, omdat beide spelers de individuele kaarten nog niet goed doorzagen. Het spel werd dus regelmatig onderbroken om bepaalde kaarten toe te lichten en aan het einde van de rit had geen van beide spelers een goed idee waar het in het spel om ging.

Ik zou graag zeggen dat het aan de spelers of aan mijn uitleg lag, maar dat is het niet. Race for the Galaxy is een spel met relatief eenvoudige regels, maar zoveel verschillende kaarten dat het onmogelijk is om tijdens je eerste paar potjes het overzicht te bewaren. In goed Nederlands heet dat een steile leercurve. Dat hoeft op zich geen probleem te zijn: een steile leercurve kan veelbelovend zijn, want het betekent dat je een spel niet eventjes in een paar potjes onder de knie krijgt.

Het probleem is alleen dat de meeste spellen (althans, die uit de Duitse keuken) tegenwoordig zo toegankelijk zijn dat het je hoogstens een paar beurten kost voor het kwartje valt. Ergens wel logisch, want Duitse spellen zijn in de meerderheid op families en gelegenheidsspelers gericht en dan is een ontoegankelijk spelverloop een doodzonde.

Tegen die lage instap steekt een ontoegankelijk spel als Race for the Galaxy schril af. De eerste indrukken van het spel laten dan ook een voor mij vertrouwd patroon zien: veel te complex, onoverzichtelijke kaarten, "ik snap er niks van", "wat een suf spel", enzovoort. Let wel, ik heb het hier niet over gelegenheidsspelers (ik zou dit spel mijn ouders niet aan durven doen), maar ervaren veelspelers, van wie ik sommigen zelfs wel eens heb betrapt op het schrijven van een spelrecensie. Erg jammer, want bij veel spellen met zo'n steile leercurve gaat er een wereld voor je open als je het spel eenmaal een beetje doorhebt. Met de nadruk op een beetje, want met twaalf potjes ben ik er ook nog lang niet.

Een ander ontoegankelijk spel waar ik erg dol op ben is Tai Pan. Ik zal eerlijk bekennen dat ik ook in het kamp 'wat een suf spel' viel toen ik dat voor het eerst speelde. Het spelverloop vond ik al complex genoeg, dat ik er niet eens aan dacht Tai Pan te roepen, laat staan grote. Tenzij er minstens één andere ervaren speler bij is, vind ik het dan ook nog steeds een ellende om Tai Pan uit te leggen. Net als Race for the Galaxy is het een spel waarbij je pas na een paar potjes de mogelijkheden gaat zien. En ik durf wel te zeggen dat het enkele tientallen potjes kost voor je een beetje een capabele speler bent.

Bij Tai Pan ben ik gelukkig geslaagd: inmiddels heb ik vele collega's verslaafd gemaakt. Bij Race for the Galaxy moet dat ook lukken. Het is gewoon een kwestie om de mensen, met wie ik het al eens gespeeld heb, over te halen tot nog een tweede potje. En een derde. En...

zaterdag 16 februari 2008

I have a dream

Ik kan me niet voorstellen dat ik de enige spellenliefhebber ben die droomt van een eigen goedlopende spellenwinkel van waaruit je hele volkstammen mensen enthousiast weet te maken voor kwaliteitsspellen. Ik vrees echter dat het inkomen van een spellenwinkeleigenaar een stuk lager ligt dat dat wat ik nu verdien en helaas kunnen de boodschappen en de hypotheek nog steeds niet met goede daden betaald worden maar alleen met cold cash. Tenzij ik de loterij win (en die kans is behoorlijk klein aangezien ik niet eens loten koop), is het niet waarschijnlijk dat ik mijn droomwinkel ooit het licht gaat zien.

Maar dromen kan je wel delen en dus wil ik dit blog gebruiken om mijn droomwinkel te beschrijven. Wie weet heeft inspireert het iemand anders om mijn droom waar te maken en in dat geval zal ik graag een vaste klant worden.

Mijn theorie is dat veel mensen nooit een spel doen omdat ze niet weten dat er tegenwoordig zo veel leuke spellen te koop zijn. Het grote publiek kent spellen als monopoly, risk, kwartetten, mens-erger-je-niet en triviant en dan houd het op. Deze spellen duren vaak lang, hebben een hoge geluksfactor of het is voorspelbaar wie er gaat winnen. Als je geen kinderen hebt, komt het vast niet snel in je op om eens te gaan kijken op de spellenafdeling omdat daar misschien wel een heel leuk spel ligt en zelfs als je al een keer per ongeluk op de spellenafdeling komt dan zie je daar zo veel onbekends dat je nog niet weet wat je moet kiezen.

De grote uitdaging voor een spellenwinkelier is dus om deze grote groep mensen naar zijn winkel te lokken. En dat doe je niet met spellen. Mijn droomwinkel zou daarom een duowinkel zijn tussen een spellenwinkel en een koffie/thee-speciaalzaak (denk Simon Levelt).

Op deze manier krijg je mensen in je winkel die normaal aan je spellenspeciaalzaak voorbij zouden lopen. Nu is de truc om ze ook aan het spelen te krijgen. En dat doe je volgens mij door veel te demonstreren met eenvoudige maar leuke spellen met een korte tijdsduur, zoals Take 5!, Tantrix, Vroeger of Later, Blokus, Take it Easy, etc. Spellen die je heel vlot uitlegt en binnen een kwartier (max!!!!) te spelen zijn. Terwijl de theeklanten staan te wachten tot ze geholpen worden, zien ze andere mensen plezier hebben met een onbekend spel. En dat maakt nieuwsgierig. En als ze eenmaal aan nieuwe spellen hebben mogen snuffelen, dan gaan ze vaker spellen kopen.

Een ander voordeel is dat spellenspelers theedrinkers zijn (bij Spel aan de Maas wordt maar heel incidenteel om koffie gevraagd en iets sterkers komt al helemaal niet op tafel). Een theedrinkende spelliefhebber zal niet alleen naar de spellenwinkel komen als hij een nieuw spel wil hebben, maar ook voor het aanvullen van de theevoorraden. En als je dan toch in de winkel komt, zie je meteen wat er aan nieuwe, leuke spellen binnen is gekomen en voor je het weet sta je buiten met dat nieuwe veelbelovende kaartspelletje.

Het laatste voordeel van deze opzet zou zijn dat spellenwinkels volgens mij nauwelijks kunnen leven van de verkoop van spellen. Ik vermoed dat een belangrijk deel van de omzet gehaald wordt met Pokémon, Magic en andere verzamelkaartspellen. De reden hiervoor is dat mensen die deze spellen spelen, regelmatig terugkomen voor een nieuw pakje kaarten. Hoe leuk Caylus ook is, als je het spel gekocht hebt, hoef je het niet nog een keer te hebben. Natuurlijk zijn er bord- en kaartspellen waar uitbreidingen op uit worden gegeven, maar dit zijn maar een beperkt aantal spellen en bovendien zijn er maar een beperkt aantal uitbreidingen per spel dus mensen blijven niet terug komen. Thee en koffie zijn juist wel producten die mensen blijven kopen waardoor je een vaste omzetbasis kan opbouwen (de huur moet toch echt betaald worden) en mensen bovendien in je winkel krijgt waardoor je kan proberen ze verleiden tot een impulsaankoop.

Nog een voordeel van het verschuiven van verzamelspelkopers naar koffie/theekopers is dat de verzamelkaartspellen volgens mij vooral door kinderen en pubers gespeeld worden en als je winkel vol staat met deze spelers, dat onwetende volwassenen eerder zal afschrikken dan uitnodigen om eens naar binnen te lopen. Koffie en thee worden juist wel door volwassenen gekocht en daardoor zal de winkel minder de uitstraling van een speelgoedwinkel hebben.

Het spreekt voor zich dat in mijn droomwinkel lekker veel ruimte is om een spel te proberen (terwijl je een kopje thee aangeboden krijgt), het een fijne lichte winkel is, de planken vol staan met alle prachtige spellen die er te koop zijn (Nederlands, Duits en Engels) en dat er natuurlijk vakkundig personeel rondloopt dat je wil adviseren zonder opdringerig te zijn. Voor de mensen die liever zelf rondkijken staan er een paar computers waarop je spellensites kan bekijken voor onafhankelijk advies voor je een spel koopt. De winkel is natuurlijk ook niet weggestopt in een achterafstraatje waar alleen kenners terechtkomen, maar de winkel zit lekker centraal in de belangrijkste winkelstraat. Door de verkoop van koffie- en thee ruikt het bovendien nooit bedompt in de winkel

Ik ben er nog niet helemaal uit hoe de winkel moet gaan heten, maar wellicht is Thee en Spelen een goede naam (een verwijzing naar de slogan Brood en Spelen waarmee in de tijd van de Romeinen het volk rustig werd gehouden).

Maar nogmaals, ik denk niet dat ik mijn droomwinkel echt ga beginnen, maar hopelijk is er iemand anders die dit wel durft.

Of misschien vind je mijn droomwinkel maar helemaal niets, maar weet je wel hoe een droomspellenwinkel er volgens jou uit zo moeten zien. Laat dan gerust een reactie achter via het linkje onder dit artikel.

zondag 10 februari 2008

Verwachtingen

Verse spellen zijn voor mij een soort cadeautjes. Aan de verpakking zie je al een beetje wat je te wachten staat en tijdens het uitpakken krijg je steeds meer hints. Maar zelfs na het lezen van de spelregels kan een spel toch nog verrassen.

Ik heb vrijdagavond voor het eerst Darjeeling gespeeld. Een spel waarin thee centraal staat. Het spel zit een grote doos met volwassen grafics en heel veel, heel mooi spelmateriaal. Op basis daarvan verwachte ik dan ook een pittig spel. Tijdens de speluitleg werd me langzaam al duidelijk dat Darjeeling veel lichter zou zijn dan ik had verwacht (en gehoopt). Het spel deed me een beetje aan Fossil (want je verzameld tegels met stukjes theedoos) en Manilla (want de complete theedozen worden in houten bootjes verscheept). Het spel is afgelopen zodra de eerste speler honderd punten of meer heeft verzameld en aangezien mijn medespelers voor de quick-wins gingen wisten ze in een paar ronden een goede stroom theekistjes op gang te brengen waarmee ze rap op het spoor vooruitkwamen. Ik probeerde een lange termijnstrategie (heel veel kisten verzamelen en die dan in één klap op de markt brengen) maar tegen de tijd dat ik mijn kisten compleet had, was er nog maar één ronde te gaan en was ik kansloos.

Als je een ander spel verwacht dan een spel blijkt te zijn is het heel logisch om een spel minder leuk te vinden. Dit is dan ook één van de redenen waarom we voor Spellengek de huisregel hebben dat je een spel toch zeker drie keer moet spelen om het te kunnen recenseren. Darjeeling viel mij dus ook best tegen, ik hoopte op een volwassen spel maar het bleek een licht familiespel te zijn. Als ik het spel was begonnen met de verwachting een familiespel te pakken te hebben, dan had ik het spel waarschijnlijk positiever beleefd. Nu ben ik vooral nieuwsgierig hoe ik het spel ervaar als ik het met de juiste mind-set speel.

Het eerste spel waarbij ik last had van de verwachting iets stevigers te gaan spelen dan het bleek te zijn was Ticket to Ride (het originele spel). Peter Hein had me nog gewaarschuwd, maar toch verwachte ik iets groots en meeslepends. De eerste keer dat ik het op Spel aan de Maas speelde gaf ik het spel dan ook een genade-drietje. Pas toen ik het spel vaker ging doen met de wetenschap dat het een vlot familiespel is, begon ik het spel leuk te vinden.

Een andere bron voor valse verwachtingen zijn de spellen die gehyped worden op internet. Het meest schrijnende voorbeeld daarvan is Paniek in de Wei. Het spel ziet er prachtig uit en was in no time uitverkocht op Spiel, waarna de lucky few die het spel hadden weten te bemachtigen geen kans onbenut lieten om van de daken te schreeuwen dat het een fantastisch spel was. Toen 999 games aankondigde het spel uit te gaan geven, was ik dan ook erg blij en heb ik het spel onmiddellijk gekocht. De regels zijn ontzettend grappig geschreven en daardoor kreeg ik alleen maar meer zin in het spel. Toen ik het spel ging spelen, viel het alleen ontzettend tegen. Ik vond het spel eigenlijk heel rommelig en saai en snap niet waarom zoveel mensen zich zo laaiend positief over dit spel uitlieten.


Gelukkig komt het omgekeerde ook voor, soms blijkt een spel heel veel leuker te zijn dan je van te voren had gedacht. Maar dat is wellicht een onderwerp voor een ander blogje.

donderdag 7 februari 2008

Race for the Galaxy vs. het Puerto Rico kaartspel

Nadat ik Race for the Galaxy een aantal keer met veel plezier gespeeld had, realiseerde ik me dat het alweer anderhalf jaar geleden was dat ik het Puerto Rico kaartspel voor het laatst had gedaan. Ik was benieuwd of ik dat spel nog een beetje leuk zou vinden nu ik het veel afwisselender RftG kende. Daarnaast was er nog een reden om het PR kaartspel weer eens te spelen, en wel van meer duistere aard: ik hoop Helen aan RftG te krijgen, zodat ik het nog vaker kan spelen. Probleem is alleen de complexiteit van het spel, wat voor sommigen een afknapper kan zijn. Nu ken ik Helen wat langer dan vandaag en als ze ergens in een nieuw spel een hekel aan heeft, dan is het aan allerlei ***-regeltjes en -uitzonderingen.

Enter het PR kaartspel. Dat heb ik inmiddels zo'n 20 keer met haar gespeeld en dat vindt ze erg leuk. Mijn idee was dat als de regels van het PR kaartspel wat verser in het geheugen liggen (het laatste potje was immers al 1½ jaar geleden), het makkelijker zou moeten zijn om RftG te proberen. Ik geef het toe, ik ben slecht.

Deze week kwam het PR kaartspel dus weer eens op tafel, tot ons beider genoegen kan ik wel zeggen. Helen won het eerste potje en wilde me direct wel revanche gunnen (waarbij ik met slechts één punt verloor). Dat smaakte naar meer en twee avonden later deden we nog een snel potje.

Het gekke was: bij het spelen viel de gedachte aan RftG volledig weg. Ik was blijkbaar vergeten hoe leuk ik het PR kaartspel ook alweer vond. Destijds gaf ik het vier pionnen, maar ik denk nu dat dat eigenlijk te weinig was. Zeg nu zelf: een spel dat je zo'n 30 keer gespeeld hebt en waar je nog steeds veel zin hebt in het volgende potje, verdient dat niet de hoogste waardering?

Kortom, dankzij Race for the Galaxy ben ik het Puerto Rico kaartspel eigenlijk alleen maar meer gaan waarderen. Het basisidee van beide spellen vind ik erg leuk. Daarbij hebben ze elk hun eigen kwaliteiten. Bij RftG is dat de enorme veelzijdigheid in kaarten en mogelijkheden, bij het PR kaartspel juist de eenvoud en het subtiele ontwerp. Het verschil tussen de Amerikaanse en Duitse spelontwerpfilosofieën in een notedop. In dit geval geef ik de voorkeur aan de Amerikaanse versie, maar beide spellen verdienen in mijn ogen de hoogste waardering.

zondag 3 februari 2008

Spelen met Vera


Voor mijn werk was ik deze week een paar dagen in Duitsland. Een verblijf in Duitsland is nooit compleet zonder bezoek aan speelgoedzaak en warenhuis. Vroeger struinde ik die winkels vooral af op zoek naar koopjes (geen succes deze keer), nu neem ik ook actief een kijkje bij de speelgoedafdeling.
Ik wilde voor de dames wat beesten van Schleich meenemen, maar een klein spelletje van Haba past natuurlijk altijd ook nog wel in de bagage. In dit geval was dat Karottenklau, ofwel Wortelroof.

Toen ze de cadeaus de volgende ochtend uitpakten werden de orka en ijsbeer met enthousiasme begroet. Karottenklau sprak Vera ook wel aan, maar dan vooral vanwege de kleine houten worteltjes en de hazenpion. Wat het spel betreft was ze direct zoals alleen kinderen kunnen zijn: "Nu hebben we wel genoeg spelletjes hoor". Terwijl ik mijn gezicht in de plooi hield viel Helen onder het bed als gevolg van een spontane, ehm, hoestbui. Homerus was onder de indruk geweest.

Ik vraag me al langer af of Vera wel een spellengek in de dop is, maar als een echte evangeliserende spellengek houd ik die voet natuurlijk stug tussen de deur. Na een onverwachts spelletje memory (vraag niet naar de uitslag) rook ik mijn kans en kreeg ik haar zover Karottenklau te proberen. Dat is een simpel samenwerkingsspelletje, waarbij de spelers snel vier wortels moeten planten, water geven en oogsten voordat de haas er vier opeet. Mijn keuze voor een coöperatief spel was met opzet, want Vera heeft soms nog wat moeite met verliezen (gek, dat had ik vroeger nóóóit).

Ondanks dat we onze eerste partij verloren, was Vera direct in voor een tweede potje. En een derde. En een vierde. Toen werd het toch wel tijd voor iets anders. Ik haalde nog even Rommelkoffer tevoorschijn, een heuse Knizia. Ik heb Vera maar niet verteld dat hij eigenlijk de beste spelauteur ooit is (ze lijkt me meer het Ameritrash-type, gezien haar interesse in BattleLore), want dit viel vies tegen. Kinderen van Catan viel wel in de smaak.

Van meer spelletjes kwam het die dag niet, maar wel was ze nog lang in haar eentje zoet met Dokter Egel, nog zo'n mooi Habaspel. Mij had ze niet nodig als medespeler, want ze wist heel goed hoe dat moest, zo verzekerde ze mij. Het mooie van die Habaspellen is dat ook als het spel niet leuk is, het materiaal altijd nog leuk genoeg is om als speelgoed te gebruiken. De volgende dag hebben we dat nog wel even samen gespeeld, met nog een keer Kinderen van Catan en Dier op Dier.

Kortom, als een kind zo blij was ik dit weekend. Memory niet meegerekend heb ik zowaar acht spelletjes met Vera gespeeld. Het kon dus misschien toch goed gaan komen met haar spellengekte. BattleLore doe ik nog maar even niet weg.