vrijdag 1 augustus 2008

De grote verliezer

Afgelopen woensdag had ik een heuse spellendate met Eugène. Woensdag is mijn vaste dag (ik heb er geen seconde spijt van gehad dat ik terug ben gegaan naar 4*9) en Eugène had een dagje vrij genomen voor een dag schaamteloze spellenpret.

Om tien uur ging de deurbel en kon het feest beginnen. We begonnen met een paar potjes Go. Ik heb in een grijs verleden een Go-spel gescoord op de rommelmarkt op Koninginnedag. Omdat de spelregels die daar bijzaten rijkelijk vaag waren heb ik vervolgens bij De Slegte een boekje over Go gekocht en dat gelezen. Ik vond het fascinerend en heb met Niek zelfs een poging gedaan om het te spelen. Ik miste alleen het inzicht om goed te snappen wat ik aan het uitspoken was en daardoor belandde het spel en boek al snel terug in de kast.

Eugène heeft het spel van Lydia geleerd en dus konden we het proberen. Al snel herkende ik termen en ideeën, al was toepassen nog een brug te ver. Maar met elk potje dat we deden, leerde ik er weer wat bij en belangrijker, ik had er gewoon lol in. Volgens Eugène zegt een Japans spreekwoord dat je het spel maar het beste vijftig keer achter elkaar kan spelen en verliezen, omdat je daar het meeste van leert. Ik heb de eerste tien keer er in ieder geval nu opzitten.

Peter Hein had ons zijn Race for the Galaxy geleend. Ik heb dit spel inmiddels een paar keer eerder gedaan en ik snap waarom Peter Hein er zo over te spreken is, maar ik heb zelf het spel nog niet vaak genoeg gespeeld om alle kaarten te snappen en er iets slims mee te kunnen doen. Er zijn zo veel verschillende kaarten met rare symbooltjes. Het spel heeft daardoor een flink hoge instapdrempel en ik ben er nog niet over heen. Na twee keer spelen (en verliezen) vond ik het dan ook wel weer mooi geweest.

Eugène had zich zo’n beetje naar aanleiding van de top 100 blogjes voorgenomen om er naar te streven om alle top 100 spellen te spelen. Eén van de spellen waarvan hij niet zeker wist dat of hij het had gespeeld was mijn favoriet, Scrabble. De regels van Scrabble kent iedereen wel zo’n beetje dus we konden snel beginnen. Ik begon gênant goed door meteen mijn woord uit te leggen en daarmee flink wat punten te scoren. Ik had al een beetje medelijden met Eugène. Zelf vind ik het heel frustrerend als ik al vanaf het begin af aan meteen al flink achter sta. Het bleek echter nergens nodig te zijn om medelijden te hebben met Eugène, hij heeft me niet één keer maar zelfs twee keer finaal van het bord gespeeld. Haleluja, wat speelde hij ongelofelijk goed en dat voor iemand die voor het eerst (of voor het eerst in tijden) achter een Scrabblebord zat.

Als afwisseling hebben we nog een potje Scrabble de strijd (vereenvoudigd scrabbleën met dobbelstenen) gedaan. En dat potje wist ik zo waar (met de hakken over de sloot) te winnen.

We vonden het tijd geworden voor wat pittigers en dat werd Agricola. Het blijft heerlijk om in dit spel je boerderij te zien ontstaan en net die lekkere actie voor de neus van je tegenstander weg te kapen (oh, wilde jij ook graag hekken bouwen). Het eerste potje ging ik heel lekker en had ik aan het eind een boerderij waar ik heel blij mee was. Ik had alleen nauwelijks gebruik gemaakt van mijn kleine investeringen en ambachten. Eugène had hier wel mee gespeeld en ik vreesde dus dat ik voor de zoveelste keer ging verliezen. Maar tot mijn grote verbazing had ik net een paar puntjes meer. We hebben meteen nog een potje Agricola gedaan en dit keer heb ik bewust een aantal ambachten en kleine investeringen gespeeld. Hierdoor kon ik veel minder andere acties kiezen en bleef mijn boerderij een beetje een zielig gebeuren. Maar op een gegeven moment begon het te lopen en stampte ik in een paar rondes een interessante boerderij uit de grond. Eugène had dit keer wat minder aandacht aan de kleine investeringen en ambachten besteed en was degene die won. Ik begin me dus af te vragen wat de toegevoegde waarde van de extra kaarten is, zou je vaker winnen als je geen gebruik maakt van deze kaarten? Dit vraagt om verder onderzoek. Hè, wat vervelend nou, nog vaker Agricola spelen.

Het was inmiddels redelijk aan het eind van de middag geworden en dus tijd voor mij om achter een echt fornuis te gaan staan. Tijdens het koken (de rijst kookt ook wel als je niet constant in de pan kijkt) hebben Eugène en ik nog een potje Senet gedaan. Ik vind dit echt een leuk snel tweepersoonsspelletje. Eugène leek er alleen niet warm voor te lopen. Senet en Go zijn bij benadering even oud (give or take een paar honderd jaar) en hij dacht dat als er in het jaar (eeuw/ millennium) waarin deze spellen uit waren gekomen al een Spiel des Jahres was geweest, dat Go dan absoluut had gewonnen. Ik ben het hier niet mee eens, de SdJ gaat altijd naar een familiespel en dat is Senet wel en Go niet. Ik vrees echter dat we het antwoord op deze prangende vraag nooit zullen weten. Senet was overigens het laatste spelletje dat ik deze dag zou winnen.

Na het eten hebben we nog één spel gedaan. Dit keer met zijn drieën want Niek deed ook mee. We hebben een potje Stone Age gedaan. Niek en ik hebben dit spel al een flink aantal keren gedaan en volgen beide zo’n beetje dezelfde tactiek: ga voor een mix van kaarten en ontwikkelingen (bijltjes, mannetjes en graan) en pak af en toe nog eens een hutje mee. Eugène besloot zijn eigen koers te varen en focuste zich op het bouwen van hutten en pakte daar tijdens het spel al stapels punten mee. Ik had maar één hut gebouwd en ben dus zelfs een tweede keer door Eugène ingehaald op het scorespoor. Maar het spel is pas afgelopen na de eindtelling. Ik had nog heel veel punten met de bijltjes en de idolen, maar het bleek niet genoeg te zijn om onze Bob de Bouwer voor te blijven. Wederom won Eugène.

De eindstand van de dag was dus dat ik van de 19 spellen die ik had gespeeld maar drie spellen had gewonnen. Ik was dus overduidelijk de grote verliezer. Gelukkig vind ik het helemaal niet erg om een dagje de loser te zijn als dit betekent dat ik de hele dag spelletjes mag doen. Eugène, wil je me binnenkort weer inmaken?

1 opmerking:

Eugene van der Pijll zei

Dat met die Agricola-kaarten begint nu wel op te vallen. Het probleem is denk ik, dat als je 1 kaart speelt, je de aanschafkosten er meestal wel uitkrijgt, omdat je voldoende vaak een actie kan kiezen waar je voordeel van je aanschaf hebt. Bij de tweede is dat al minder, omdat je nu je beurten moet verdelen over 2 acties, zodat elke kaart nog maar de helft oplevert. Bij iedere verdere kaart neemt de opbrengst nog verder af.

Ik heb al een paar keer een kaart gespeeld die heel leuk lijkt, maar die ik in de rest van het spel vervolgens nooit gebruikt heb, omdat andere kaarten op dat moment beter uitkwamen...

Bovendien kan je iedere actie die je gebruikt om een kaart uit te spelen (incl. het verzamelen van de benodigde grondstoffen) niet gebruiken om te profiteren van je andere kaarten.

Alleen als de kaarten goed combineren gaat de eerste reden niet op, en heb je alleen het laatste probleem.

Misschien ligt het optimum in de buurt van de 2 a 3 kaarten. De enige manier om dat uit te vinden is het vaker spelen :)

Van Scrabble heb ik inderdaad erg genoten en ook de meeste andere spellen vielen in de smaak. Na het taipantoernooi moeten we het maar weer eens herhalen. Bedankt voor de gastvrijheid, en voor de leuke spelletjes!