woensdag 16 april 2008

Het spel dat ik als kind gehad had moeten hebben

Gisteravond waren Niek en ik het gastgezin voor de wekelijkse spellenavond van Spel aan de Maas. Het was te lang geleden dat we een keer hadden meegespeeld (werk, ziek, etc.) dus ik had er zin in. Nieks grote hobby is het oude Egypte en dan shabtis in het bijzonder (dit zijn Egyptische grafbeeldjes). Peter Hein had al meerdere keren “subtiel” laten vallen dat hij een nieuw spel had waar een shabti in voor komt (Thebes). Het was dus wel duidelijk dat wij dit spel zouden gaan spelen. Helène deed ook mee en zo speelden we met vier spelers.

In Thebes mag je tijdens twee jaren je uitleven als archeoloog. Een goede archeoloog wordt je door flink te studeren en mooie opgravingen uit te voeren. Opgraven doe je door uit een zakje fiches te grabbelen. Sommige fiches zijn leeg op andere staat een mooie schat (en daar is het natuurlijk allemaal om te doen). De schatten mag je houden, maar de lege fiches moeten weer terug in het zakje waardoor de kans dat een volgende speler leuke schatten vindt in eens een stuk kleiner is geworden. Een ander origineel element aan dit spel is dat alles wat je doet tijd kost en deze tijd op een soort scorespoor wordt bijgehouden. De speler die de minste tijd heeft verbruikt is altijd aan de beurt. Als je dus rustig aan hebt gedaan op een moment dat je tegenspelers druk in de weer zijn met grote projecten, dan kan het zo maar zijn dat je lekker achteraan ligt op het tijdspoor en je een paar acties achter elkaar mag doen. Verder mag je zelf weten hoe veel tijd je aan een opgraving wilt besteden. Hoe meer weken je graaft, hoe meer fiches je mag grabbelen, maar dan kan het wel zo zijn dat je een tijdje moet wachten voor je weer aan de beurt bent.

Het spel heeft een redelijk hoge geluksfactor. Het meest duidelijk is dat bij het uitvoeren van een opgraving. Ik had veel geluk en trok vaak veel en ook nog waardevolle schatten uit het zakje. Niek wist juist vooral lege fiches naar boven te halen. Maar daarnaast zijn er ook nog een soort ontwikkelkaarten en ook daarbij kan je het geluk hebben dat er net een aantrekkelijke kaart wordt opengedraaid in een plaats waar jij bent terwijl een andere speler verplicht moet reizen naar een kaart waar hij niet heel erg op zit te wachten. Maar omdat het groot bordspel is, heeft doorgaans iedereen wel eens geluk of pech en middelt het dus wel uit waardoor iedereen kans maakt op de overwinning.

Ik was erg onder de indruk van dit spel. Sterker nog, dit is een spel waar ik als kind zo veel plezier van zou hebben gehad. Als je mij toen ik op de basisschool zat had gevraagd wat ik later wilde worden zou ik je verteld hebben dat archeoloog me wel wat leek. Toen ik het spel De wraak van Toetanchamon kreeg, hoopte ik dan ook op een spel waarin ik me een echte archeoloog kon wanen. Dat viel helaas behoorlijk tegen. Als Thebes toen had bestaan, had dat spel de verwachting volgens mij wel waargemaakt. Het leuke van Thebes vind ik dat het een echt spel is (je moet je ontwikkelen, bedenken welke acties je in welke volgorde wilt doen, hoe veel tijd je aan iets wilt besteden), maar door het gegrabbel in de zakjes heb je ook de spanning van een opgraving waarin je hoopt dat jij de meeste en vooral mooiste schatten boven water haalt. Ik weet zeker dat ik hier als pak hem beet tien/twaalf-jarige van zou hebben genoten.

Peter Hein en Helène vonden Thebes net zo leuk als ik het vond. Niek vond er ondanks het thema niet zoveel aan. Hij vond de geluksfactor te hoog (lees: hij had veel pech bij het opgraven). Zelfs de door hem zo begeerde shabti werd door Peter Hein uit het hete Egyptische zand gehaald. Toen Niek een Egyptisch perkament-fragment opgroef met dezelfde waarde als de shabti van Peter Hein, was deze wel zo vriendelijk om met Niek te ruilen zodat Niek de schat die hij het liefst wilde hebben in zijn bezit had.

1 opmerking:

Bas zei

Toen ik de kop zag had ik toch echt verwacht dat het over Stef Stuntpiloot zou gaan. :-)