donderdag 6 maart 2008

Het probleem met geluk

Vorige week speelde ik voor het eerst Thebes. Een uitstekend familiespel, met interessante keuzes en een goed gelukt thema. Er zit echter een 'maar' bij: de geluksfactor. Een van de belangrijkste acties is namelijk het opgraven van schatten, waarbij je moet grabbelen in een stoffen tasje. De schatten die daar in zitten variëren aardig in waarde, maar wat nog erger is, is dat meer dan de helft van de fiches geen schat bevat! Je begrijpt dat het een bron van frustratie kan zijn als je kostbare tijd besteed aan het graven naar veel schatten en er maar eentje (of helemaal niks) tevoorschijn tovert, terwijl iemand anders met weinig moeite het ene na de andere kostbare voorwerp opgraaft.

Toen ik Thebes speelde, moest ik weer denken aan de rol van geluk in spellen en de misverstanden die daaromtrent bestaan. Als veel zichzelf serieus noemende spellengekken ergens een hekel aan hebben, is het wel een geluksfactor. Hoe groter de geluksfactor, des te lager hun waardering van het spel. Die mening was ik vroeger ook toegedaan, maar inmiddels kijk ik er wat genuanceerder tegenaan.

Risicomanagement versus rekenen

Want is een geluksfactor wel altijd een probleem? Ik denk dat het wat minder simpel ligt dan dat. Laat ik daarom bij het grote misverstand beginnen: een geluksfactor zou de kans verkleinen dat de 'beste' speler (wat dat dan ook betekent) het spel wint. Ik ben er namelijk van overtuigd dat dit in veel, zo niet de meeste gevallen niet zo is. De reden voor dit misverstand is dat veel spelers een te beperkte opvatting hebben voor wat belangrijke vaardigheden zijn om een spel te kunnen winnen. Meestal bedoelen ze daar alleen analytische vaardigheden mee, zoals resource management.

Deze vaardigheden kun je samenvatten onder de noemer 'rekenwerk'. Het gaat daarbij doorgaans om het doorrekenen van allerlei opties, om daaruit de beste te kiezen. Bekende voorbeelden zijn het besteden van actiepunten in spellen als Tikal en Java, het plaatsen van arbeiders bij Caylus, alle mogelijke zetten en tegenzetten in schaken, enzovoort. Deze spellen worden doorgaans gewonnen door de speler die bereid is de meeste tijd te besteden aan het doorrekenen van alle opties. Speel je meer op intuïtie of ben je ongeduldig, dan verlies je doorgaans van de analytisch ingestelde spelers.

Rekenwerk geeft een gevoel van grote controle, en daar houden veel spelers van. Maar betekent de aanwezigheid van een geluksfactor automatisch dat de controle afneemt of zelfs verdwijnt? Wat mij betreft niet. Geluk introduceert namelijk een andere belangrijke vaardigheid: risicomanagement. Dat is het afwegen van kansen van bepaalde gebeurtenissen tegen de opbrengsten van die gebeurtenissen, en het handelen naar die afweging. Risicomanagement is iets dat veel spelers onbewust doen: iedereen (nou ja, bijna) weet dat je in Kolonisten een begindorp beter naast een '6' of '8' kunt plaatsen dan naast een '2' of '12'. Daar is niet veel inzicht voor nodig.

Maar vaak is risicomanagement veel subtieler dan dat. Soms zelfs zo subtiel dat het niet goed opgemerkt wordt en het net lijkt of een spel voor bijna 100% uit geluk bestaat. Een goed voorbeeld is Lost Cities. Op het eerste gezicht lijkt dit vooral een kwestie van het trekken van de goede kaarten, maar als je beter kijkt, of het vaker speelt, blijkt daar niets van waar. Je moet goed bedenken wat je kansen zijn om bepaalde kaarten te trekken, welke kaarten je veilig af kunt leggen en wat je beter nog even in de hand kunt houden. Ik ben er van overtuigd dat een ervaren Lost Cities-speler gehakt zal maken van iedere onervaren speler. Hij zal niet alleen winnen, hij zal de onervaren tegenstander verpletteren.

Reiner Knizia, doctor van het toeval

Niet toevallig is Reiner Knizia de auteur van Lost Cities. Knizia is sowieso een meester in het verwerken van risicomanagement in zijn spellen. Wat dat betreft is hij bijna de tegenpool van Wolfgang Kramer, in wiens spellen analyse vaak de overhand heeft. Twee andere spellen van Knizia met een belangrijke rol voor risicomanagement zijn Beowulf en In de Ban van de Ring. Als je de fout maakt te denken dat geluk doorslaggevend is in deze spellen en je daarnaar speelt, zul je ook vreselijk verliezen. Kijk je verder dan een eerste indruk, dan wordt snel duidelijk dat je veel meer controle hebt over je eigen resultaat dan je denkt.

Het zal geen toeval zijn dat Knizia een gepromoveerd wiskundige is, die lang in de financiële sector heeft gewerkt. Dit heeft hem van de nodige bagage voorzien, waardoor hij als geen ander het belang van risicomanagement ziet. Hij weet dat op subtiele wijze in zijn spellen te verwerken. Niet iedereen weet zijn spellen op waarde te schatten, maar ik vind dat Knizia een bijzonder veelzijdig auteur is, met enkele baanbrekende en vernieuwende spellen op zijn naam. Daar zijn overigens meer redenen voor, waar ik later nog wel eens op terugkom.

Maar er is meer

Naast het accent op andere vaardigheden heeft geluk ook nog andere voordelen te bieden. Zo creëert een geluksfactor onzekerheid en daarmee spanning. Iedereen die wel een keertje heeft gezweet bij het omdraaien van een tegel bij In de Ban van de Ring weet wat ik bedoel.

In de tweede plaats resulteert een geluksfactor ook in een grote verscheidenheid aan spelsituaties. Dit resulteert vaak in een grote wederspeelbaarheid van het spel; ieder potje is immers weer anders. Dit zal liefhebbers van kaartspellen bekend voorkomen. Lees dit artikel van Shannon Appelcline over de rol van toeval in kaartspellen er anders nog maar eens op na.

Ten slotte heeft het toeval nog een eigenschap die niet iedereen kan waarderen, maar die ik juist prettig vind: het effect op de speelduur. Als je niet precies kunt weten wat het gevolg is van je acties, is het ook minder mogelijk om al je opties door te rekenen. Dit voorkomt dat trage spelers met hun gepeins alles in het honderd sturen, waardoor een spel minder snel eindeloos duurt. Het is geen toeval dat er maar weinig spellen zijn van Knizia die structureel langer dan twee uur duren; vergelijk dat eens met de spellen van Kramer, waar analyse vaak de hoofdrol speelt.

In de tijd dat ik actief veel spellen speel, is mijn waardering voor het belang van geluk alleen maar toegenomen, vooral ten koste van het pure rekenwerk. Ik heb hier duidelijk geprobeerd te maken waarom. Ik hoop dus dat degenen die een geluksfactor in een spel per definitie een slechte zaak vinden, de rol van geluk meer op waarde kunnen schatten en die 'geluksspellen' in het vervolg in een ander licht kunnen zien. Ik hoop dat het de belachelijke lengte van dit stukje waard is.

4 opmerkingen:

LM zei

Ook in het 'echte' leven valt niet alles door te rekenen. En een beetje geluk geeft ook de minder ervaren spelers nog hoop. Kortom: helemaal mee eens. Daarom heb ik een link naar je artikel op mijn weblog geplaatst.

Jeroen Geenen zei

Mooi artikel. Ik ben het helemaal met je eens. Zou dat misschien komen doordat ik een afgestudeerd econometrist ben, die in de financiële wereld werkt, en in zijn vrije tijd spellen ontwerpt?

LM zei

(correctie link) Ook in het 'echte' leven valt niet alles door te rekenen. En een beetje geluk geeft ook de minder ervaren spelers nog hoop. Kortom: helemaal mee eens. Daarom heb ik een link naar je artikel op mijn weblog geplaatst.

Bruno zei

Helemaal mee eens. Ik kijk er zo tegen aan:

Aan de éne kant heb je ganzenbord (100% geluk), aan de andere kant schaken ("bijna" 0% geluk). Daartussen in bevind zich de prachtig mooie wereld van de bordspellen.

De lol van die spellen tussen de 0 en de 100% is dat je wel je best moet doen, maar dat door toeval toch iedereen kan winnen. Maar: minder je best doen --> minder kans.

Afhankelijk van de groep met wie je speelt, zul je de geluksfactor willen bepalen. Met kinderen meer richting de 99% bijvoorbeeld.